2H/V toets hoofdstuk 3: De Republiek in de Gouden Eeuw

Toets Hoofdstuk 3: 
De Republiek in de Gouden Eeuw


Tijdvak van de Regenten en vorsten 1600 - 1700
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Toets Hoofdstuk 3: 
De Republiek in de Gouden Eeuw


Tijdvak van de Regenten en vorsten 1600 - 1700

Slide 1 - Tekstslide

Bron bij volgende vraag
Met name het graan en hout bleken van cruciaal belang te zijn voor ontwikkeling van de Republiek tijdens de Gouden Eeuw. Deze producten werden gehaald uit het Oostzeegebied om in Amsterdam verhandeld te worden.
In de laaggelegen gebieden in Holland en Zeeland was graanverbouw gedurende en na de Middeleeuwen complex, beter gezegd: nagenoeg onmogelijk, vanwege de wateroverlast. De grond was te vochtig, werd dan wel droog gepompt, maar klinkte daardoor in. Door de inklinking daalde de grond verder, waardoor het gebied nog kwetsbaarder werd voor overstromingen. Daarom schakelden veel boeren in Holland, Zeeland en andere kustgebieden over op veeteelt of specialiseerden zich in de productie van bijvoorbeeld hennep of vlas. Ook aan vlees, boter, kaas en eieren was in de Nederlanden geen gebrek.

Slide 2 - Tekstslide

Lees de bron en beantwoord daarna de volgende vragen.
A. Hoe heet de handel waar deze bron over gaat?
B. Leg die naam uit door te verwijzen naar de bron.
C. Leg uit wat er gebeurde met de landbouw in de Republiek en waarom dit gebeurde (verwijs naar de bron).

Slide 3 - Open vraag

Maak de volgende zin af:

Het tolerante klimaat van de Republiek trok ook veel wetenschappers aan. De vrijheid om al hun ideeën te ontwikkelen ...

Kies het beste antwoord.

A
zorgde ervoor dat steeds meer mensen in de gelegenheid kwamen om te gaan studeren.
B
was een goede voedingsbodem voor nieuwe theorieën op godsdienstig gebied.
C
werd al gauw door andere landen in Europa overgenomen die ook een Gouden Eeuw wilden beleven.
D
zorgde voor nieuwe uitvindingen in de wetenschappelijke wereld op allerlei gebieden.

Slide 4 - Quizvraag

Het gewest Holland kende in de 17e eeuw de meeste steden met 25.000 inwoners of meer. Geef hiervoor drie oorzaken.

Slide 5 - Open vraag

Plaats de begrippen die te maken hebben met het begrip VOC op het vakje waarop VOC staat. Zet de begrippen die er niet bij horen op het vakje waarop 'rest' staat.
VOC
rest
Acte van Navigatie
aandeel
bedeling
handelsmonopolie
driehoekshandel
Heren Zeventien
classicisme
kamer
handelsfactorij
Inter-Aziatische handel
plantagekolonie
rationalisme

Slide 6 - Sleepvraag

Plaats de begrippen die te maken hebben met Amsterdam op het vakje waarop Amsterdam staat. Zet de begrippen die er niet bij horen op het vakje waarop 'rest' staat.
Amsterdam
rest
Acte van Navigatie
Wetenschappelijke Revolutie
zilvervloot
wereldeconomie
Stadhuis op de dam
VOC
Beurs
De Oost
handelsfactorij
grachtengordel
stapelmarkt
rationalisme

Slide 7 - Sleepvraag

Plaats de begrippen die te maken hebben met Suriname op het vakje waarop Suriname staat. Zet de begrippen die er niet bij horen op het vakje waarop 'rest' staat.
Suriname
rest
marron
WIC
bedeling
moedernegotie
rationalisme
Trans-Atlantische slavenhandel
schuilkerk
VOC
slavernij
Ket-koti feest
plantagekolonie
De Oost

Slide 8 - Sleepvraag

Vul de ontbrekende woorden in.
Portugezen kochten in ...1.. slaven voor hun Braziliaanse ...2.. Ze bouwden er ook een slavenstation, ...3.. Nederlandse kapers wachtten de ...4.. en ...5.. vloten met zilver en suiker uit hun Amerikaanse koloniën op. De beroemdste kaperskapitein was ...6.. In dienst van de ...7.. veroverde hij een ...8.. De WIC veroverde ...9.. en ging zich bezighouden met de handel in ..10.. over de ..11.. Haar kolonie ..12.. mislukte. Fort Nieuw Amsterdam werd later ..13.. en de Republiek kreeg er van de Engelsen ..14.. voor terug. Daar werden honderden ..15.. en ..16.. plantages ingericht, waarop slaven het zware werk deden.

Slide 9 - Open vraag

I In Spinoza's filosofie speelt het verstand een grote rol: alleen met je verstand kun je tot echte vrijheid komen.

II Spinoza speelde als verstandige politicus een grote rol in de Amsterdamse politiek in de Gouden Eeuw.

Welke stelling is goed?
A
Beide zijn goed
B
één is goed en twee is fout
C
één is fout en twee is goed
D
Beide zijn fout

Slide 10 - Quizvraag

I Veel burgers konden zich een schilderij veroorloven en de rijke handelaren lieten mooie buitenhuizen bouwen.

II De bedeling was bedoeld voor alle mensen die niet in hun eigen onderhoud konden voorzien.

Welke stelling is goed?
A
beide zijn goed
B
één is goed en twee is fout
C
één is fout en twee is goed
D
beide zijn fout

Slide 11 - Quizvraag

Bekijk de bron, een schilderij van Aelbert Cuyp uit 1660. een koopman met zijn vrouw voor de haven van Batavia.

Leg uit waaraan je kunt zien dat de koopman rijk is.

Slide 12 - Open vraag

Bekijk de bron, een schilderij van Aelbert Cuyp uit 1660. een koopman met zijn vrouw voor de haven van Batavia.

Leg uit op welke manier de schilder de economische positie van de Republiek tot uitdrukking brengt. Gebruik in je uitleg twee elementen uit de bron.

Slide 13 - Open vraag

Wat was geen manier waarop de welvaart van de Republiek tot uiting kwam?
A
De bedeling waarmee in de steden het winterloon werd aangevuld zodat de ergste armoede weg was.
B
Het grote aantal kunstschilders die de Republiek had tijdens de Gouden Eeuw.
C
Er werden schuilkerken gebouwd door de katholieken in de Republiek.
D
Er werden veel grote buitenhuizen gebouwd die niet in de grote steden lagen.

Slide 14 - Quizvraag

Waarom leidde de tolerantie in de Republiek tot een bloei in de wetenschap?
A
Door de tolerantie had de Republiek meer inwoners dan andere landen en dus ook meer wetenschappers.
B
Door de tolerantie waren er meer geestelijken (mensen die voor de kerk werken) en die konden vaker lezen en schrijven en dus wetenschap bedrijven.
C
Door de tolerantie mochten en durfden mensen anders te denken. Hierdoor gaan ze meer ideeën onderzoeken die in andere landen niet getolereerd werden.
D
Door de tolerantie was de Republiek rijk geworden en wetenschap kost veel geld. Door de tolerantie konden er dus meer wetenschappers worden betaald.

Slide 15 - Quizvraag

Waarom probeerde ontdekkingsreizigers uit de Republiek eerst een route naar Azië te ontdekken die via het noorden ging ipv. via het zuiden?
A
Omdat in het zuiden de Spaanse en Portugese schepen veel rond vaarden en die vormden een gevaar omdat er nog oorlog was met Spanje.
B
Omdat ze overtuigd waren dat dit een veel kortere route zou zijn dan via het zuiden.
C
Omdat ze dan meteen slaven uit fort El Mina konen afleveren in Noorwegen en Zweden.
D
Omdat ze daar ook andere goederen vandaan wilde halen zoals hertenvlees en berenhuiden.

Slide 16 - Quizvraag

Leg uit wat een stapelmarkt is en welk economisch voordeel een stad heeft als het een stapelmarkt is.

Slide 17 - Open vraag

Waar verdiende de VOC uiteindelijk het meeste aan?
A
De moedernegotie
B
De trans-atlantische slavenhandel
C
De aandelenhandel
D
De inter-Aziatische handel

Slide 18 - Quizvraag

Waar hield de WIC zich mee bezig?
A
specerijenhandel en slaven
B
Kaapvaart en specerijenhandel
C
Kaapvaart en slavenhandel
D
De moedernegotie en slavenhandel

Slide 19 - Quizvraag