SPELLING: bepaling van plaats

Quizzen met Spelling!
Groep 8
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Quizzen met Spelling!
Groep 8

Slide 1 - Tekstslide

'Ik zou wel twintig minuten op mijn leren bank willen liggen.'

Wat voor soort woord is: twintig ?
A
Voorzetsel
B
Rangtelwoord
C
Telwoord
D
Bijvoeglijk naamwoord

Slide 2 - Quizvraag

'Ik zou wel twintig minuten op mijn leren bank willen liggen.'

Wat voor soort woord is: leren ?
A
Bijvoeglijk naamwoord
B
Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
C
Voorzetsel
D
Voegwoord

Slide 3 - Quizvraag

'Ik zou wel twintig minuten op mijn leren bank willen liggen.'

Wat voor soort woord is: mijn ?
A
Persoonlijk voornaamwoord
B
Telwoord
C
Zelfstandig naamwoord
D
Bezittelijk voornaamwoord

Slide 4 - Quizvraag

'Ik zou wel twintig minuten op mijn leren bank willen liggen.'

Wat voor soort woord is: Ik ?
A
Bezittelijk voornaamwoord
B
Persoonlijk voornaamwoord
C
Voorzetsel
D
Rangtelwoord

Slide 5 - Quizvraag

Theorie:
Hoe vind je de bepaling van plaats?

Slide 6 - Open vraag

Onderwerp:
Gezegde:
Bepaling van plaats:
Hoog in de bergen van Peru
ligt
de Incastad Machu Picchu.

Slide 7 - Sleepvraag

Onderwerp:
Gezegde:
Bepaling van plaats:
Staat 
de graftempel Taj Mahal
in Noord-India?

Slide 8 - Sleepvraag

Onderwerp:
Gezegde:
Bepaling van plaats:
Het beeld Cristo Redentor
staat
op een berg bij Rio de Janeiro.

Slide 9 - Sleepvraag

Onderwerp:
Gezegde:
Bepaling van plaats:
De Chinese muur 
ligt
in het noorden van China.

Slide 10 - Sleepvraag

Onderwerp:
Gezegde:
Bepaling van plaats:
De ruïne van de tempel van Saturnus
staat
in Rome.

Slide 11 - Sleepvraag

Onderwerp:
Gezegde:
Bepaling van plaats:
In het huidig Jordanië
liggen
de rotswoningen van Petra.

Slide 12 - Sleepvraag

Dictee:
Woord 1

Slide 13 - Open vraag

Dictee:
Woord 2

Slide 14 - Open vraag

Dictee:
Woord 3

Slide 15 - Open vraag

Dictee:
Woord 4

Slide 16 - Open vraag

Dictee:
Woord 5

Slide 17 - Open vraag

Klik de voegwoorden aan!
A
de, het, een
B
ik, jij, hij, zij
C
want, terwijl, omdat
D
onder, op, naast

Slide 18 - Quizvraag

Klik de bezittelijke voornaamwoorden aan!
A
hun, jouw, mijn, onze
B
tussen, tijdens, achter
C
de, het, een
D
ik, wij, jullie, u

Slide 19 - Quizvraag

Zoveel mogelijk
voegwoorden!

Slide 20 - Woordweb

Maak de opdrachten bij les 3
(opdracht 1 hoeft niet meer)

Slide 21 - Tekstslide