In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 90 min
Onderdelen in deze les
SE-3 Les 7.3
Slide 1 - Tekstslide
Facts
SE-3 -->
1e week van april -->
over 1,5 weken!
Slide 2 - Tekstslide
Facts
8.1 Verschillen in welvaart
7.1Nederland Handelsland
7.2Kunnen we vrij handelen?
7.3 Nederland en de EU
7.4De wereld wordt kleiner
6.2Hoeveel belasting betaal je?
6.3 Eerlijk zullen we alles delen
6.4 Iedereen betaald mee
Totaal 8 paragrafen!
Slide 3 - Tekstslide
Hoofdstuk 7
Slide 4 - Tekstslide
VANDAAG
Je leert waarom de europesie unie belangrijk is voor ons land
Hoe de EU zorgt voor meer concurrentie tussen bedrijven in de lidstaten
Wat de EMU en de EURO met elkaar te maken hebben
Hoe de europese centrale bank invloed op ons koopgedrag heeft
7.3 Nederland en de EU
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
7.3
Nederland en de EU
Slide 7 - Tekstslide
Opgave 1
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
EU: INTERNE MARKT
Vrij verkeer van goederen & diensten
Vrij verkeer van personen
Vrij verkeer van kapitaal
Slide 10 - Tekstslide
Opgave 2
Slide 11 - Tekstslide
Opgave 3
Slide 12 - Tekstslide
Opgave 4
Slide 13 - Tekstslide
HARMONISATIE
Het op elkaar afstemmen of gelijktrekken van de regels en wetten
Slide 14 - Tekstslide
HARMONISATIE
Dezelfde consumentenrechten voor alle EU-burgers,
Dezelfde milieu- en veiligheidseisen aan producten,
Dezelfde accijns- en btw-tarieven in iedere EU-lidstaat.
Slide 15 - Tekstslide
Opgave 5
Slide 16 - Tekstslide
Opgave 6
Slide 17 - Tekstslide
Europese Unie
Gezamelijke munt is:
De EURO
Slide 18 - Tekstslide
Voordelen
Geen wisselkoers dus de prijs kan niet dagelijks veranderen
Prijzen zijn makkelijk te vergelijken
Geen kosten voor het omwisselen van vreemde valuta
van het hebben van dezelfde munteenheid
Slide 19 - Tekstslide
Europese Monetaire Unie
De landen in de eurozone vormen SAMEN de EMU:
Europese Monetaire Unie=
EMU
Slide 20 - Tekstslide
EMU
om lid te zijn van de EMU moet je als land WEL aan bepaalde VOORWAARDEN voldoen
LET OP:
Slide 21 - Tekstslide
Voorwaarden
Het begrotingstekort van het land
Zit het land in financiele problemen?
Hoe hoog is de staatsschuld?
.....en nog veel meer voorwaarden en regels
Slide 22 - Tekstslide
Opgave 7
Slide 23 - Tekstslide
Opgave 7
Slide 24 - Tekstslide
Informatie opgave 8
Slide 25 - Tekstslide
Opgave 8
Slide 26 - Tekstslide
Opgave 9
Slide 27 - Tekstslide
ECB
De Centrale Bank van de Europese Unie
Slide 28 - Tekstslide
Taken ECB
De waarde van de euro bewaken zodat de euro zijn koopkracht behoudt (PRIJSSTABILITEIT)
Het rentepijl bepalen (hoeveel rente er betaald moet worden)
Het in omloop brengen van nieuwe bankbiljetten
Slide 29 - Tekstslide
Opgave 10
Slide 30 - Tekstslide
Opgave 11
Slide 31 - Tekstslide
Slide 32 - Tekstslide
Begrippen 7.3
Slide 33 - Tekstslide
EMU
Europese
Monetaire
Unie
Een groep landen binnen de Europese Unie met een gezamenlijke munteenheid: de euro.
Slide 34 - Tekstslide
Harmonisatie
Het op elkaar afstemmen en
gelijktrekken van wetten en regels
Slide 35 - Tekstslide
Interne Markt
Gemeenschappelijke markt.
Voor de handel spelen binnengrenzen tussen lidstaten van de EU geen rol. Er is hierdoor vrij verkeer van goederen en diensten, van personen en van kapitaal.
Slide 36 - Tekstslide
ECB
Europese
Centrale
Bank
Slide 37 - Tekstslide
EURO
DE EUROPESE GELDEENEID
(de geldeenheid die in europa gebruikt wordt)
Slide 38 - Tekstslide
Samenvatting QUIZ 7.3
Slide 39 - Tekstslide
De Europese Unie heeft een ............................markt
A
unieke
B
interne
C
externe
D
import
Slide 40 - Quizvraag
Een interne markt betekent dat:
A
de handel alleen maar last heeft van grensen tussen EU-lidstaten
B
de handel geen last heeft van andere landen in de wereld
C
de handel geen last heeft van grenzen
tussen EU-lidstaten.
D
de handel alleen maar last heeft van andere landen in de wereld.
Slide 41 - Quizvraag
Binnen de EU is er een vrije markt tussen: Personen Goederen en Diensten en.............
A
verzekeringen
B
eten
C
geloof
D
kapitaal
Slide 42 - Quizvraag
Wat is Harmonisatie ?
A
het gelijktrekken van elkaars culturen
B
het gelijktyrekken van elkaars opinies
C
het gelijk trekken van elkaars wetten
D
het gelijktrekken van alles
Slide 43 - Quizvraag
Waarom is harmonisatie belangrijk?
A
zodat er sprake is van eerlijke concurrentie
tussen de lidstaten.
B
zodat er sprake is van oneerlijke concurrentie tussen de lidstaten
C
zodat er geen sprake is van concurrentie tussen de lidstaten
D
voor de gemakkelijkheid
Slide 44 - Quizvraag
Wat is de gezamelijke munteenheid van europa?
A
de dollar
B
de pond
C
de euro
D
de yen
Slide 45 - Quizvraag
Twee voordelen van het hebben van dezelfde munteenheid is dat er geen wisselkoers is en er zijn geen kosten voor het omwisselen van valuta. Geef nog een derde voordeel:
A
prijzen zijn niet te vergelijken
B
prijzen zijn heel moeilijk te vergelijken
C
prijzen zijn overal hetzelfde
D
prijzen zijn makkelijk te vergelijken
Slide 46 - Quizvraag
Waar staat de afkorting EMU voor?
A
Europese Monetaire Uil
B
Europa Met Unie
C
Europese Monetaire Unie
D
Europese Money Unit
Slide 47 - Quizvraag
Stelling: Iedereen kan lid worden van de EMU
A
JUIST
B
ONJUIST
Slide 48 - Quizvraag
Wat zijn enkele voorwaarden waar men naar kijkt om lid te worden van de EMU?
A
Begrotingstekort en Rente
B
Begrotingstekort en Staatsschuld
C
Staatsschuld en Werkeloosheid
D
Werkeloosheid en Begrotingstekort
Slide 49 - Quizvraag
Wat is de afkorting van de Europese Centrale Bank?
A
EBC
B
BCE
C
ACB
D
ECB
Slide 50 - Quizvraag
Wat is GEEN taak van de ECB?
A
Het in omloop brengen van nieuwe bankbiljetten
B
De waarde van de euro bewaken zodat de euro zijn koopkracht behoudt