R = U / I
R=IU
Slide 24 - Tekstslide
Voorbeeld berekening
Oplossing:
U = 6 V
I = 0,5 A
R = ?
R = 12 Ω
R=IU
R=0,56
Slide 25 - Tekstslide
Een weerstand is aangesloten op 10 Volt en neemt een stroom op van 3 ampère. Wat is de waarde van de weerstand?
A
R = 33,33 Ω
B
R = 3.33 Ω
C
R = 0.33 Ω
D
R = 333 Ω
Slide 26 - Quizvraag
Door een weerstand van 8 Ω gaat een stroom van 4 A. Op welke spanning is de weerstand aangesloten?
A
U = 0,5 V
B
U = 12 V
C
U = 32 V
D
U = 2 V
Slide 27 - Quizvraag
Zekering (smeltveiligheid)
Een zekering zorgt ervoor dat de stroomkring bij kortsluiting of overbelasting wordt onderbroken.
Slide 28 - Tekstslide
Elektronische zekering
Smeltveiligheid
Slide 29 - Tekstslide
In de smeltveiligheid zit een draadje: de smeltdraad. Alle stroom van de groep gaat door dit draadje. Bij over-belasting of kortsluiting wordt het draadje zo warm dat het smelt. De stroomkring wordt onderbroken. De spanning op de groep is uitgeschakeld.
Slide 30 - Tekstslide
Kortsluiting
Slide 31 - Tekstslide
Overbelasting
Slide 32 - Tekstslide
Op een stopcontact sluit je met een verlengsnoer een tv, broodrooster, wasmachine, stofzuiger en magnetron aan. Welk gevaar kan optreden?
A
kortsluiting
B
overbelasting
C
geen gevaar
Slide 33 - Quizvraag
Kortsluiting of overbelasting?
A
Overbelasting
B
Kortsluiting
Slide 34 - Quizvraag
Bij overbelasting worden de draden zo heet dat er brand kan ontstaan.
A
waar
B
niet waar
Slide 35 - Quizvraag
Bij kortsluiting worden de draden zo heet dat er brand kan ontstaan.
A
waar
B
niet waar
Slide 36 - Quizvraag
Zelf aan de slag met opdrachten
Opdracht:2 t/m 15 (blz. 15 t/m 18)
Overleg mag, maar alleen fluisterend.
Heb je een vraag? Steek je hand op.
Klaar? Ga verder met Apprentice of oefen met serie- en parallelschakelingen in de simulator van Phet Colorado.