In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 40 min
Onderdelen in deze les
Etaleren
Slide 1 - Tekstslide
etaleren
Slide 2 - Woordweb
Etaleren
artikelpresentatie
etaleren
composities
doelgroep
Slide 3 - Tekstslide
Artikelpresentatie
De manier waarop artikelen in een winkel staan of hangen is de artikelpresentatie.
Je zorgt met je artikelpresentatie ervoor dat deze artikelen extra opvallen zodat er meer van verkocht worden.
Slide 4 - Tekstslide
Eisen artikelpresentatie
De presentatie moet overzichtelijk zijn => De klant moet niet lang hoeven zoeken.
De presentatie moet passen bij de winkel => Er is bijv. een verschil tussen een "dure" en een "goedkope" kledingwinkel.
De presentatie moet logisch zijn => Artikelen die bij elkaar horen staan bij elkaar (bijv. op soort, maat of kleur).
Slide 5 - Tekstslide
Overzichtelijk
Slide 6 - Tekstslide
logisch
Slide 7 - Tekstslide
Passend bij de winkel
(goedkoop)
Passend bij de winkel
(duur)
Slide 8 - Tekstslide
2D en 3D
Een tweedimensionale presentatie heeft een platte vorm, denk aan een kaart, poster, folder of een reclamebord.
Een driedimensionale presentatie heeft diepte en neemt ruimte in. Denk aan een etalage en of kleding gepresenteerd op een etalagepop.
Slide 9 - Tekstslide
Dit is een ...... dimensionale artikelpresentatie
A
twee
B
drie
Slide 10 - Quizvraag
Dit is een ...... dimensionale artikelpresentatie
A
twee
B
drie
Slide 11 - Quizvraag
Eyecatchers en brandpunten
Eyecatcher:
Een object in de winkel of etalage die meteen opvalt.
Brandpunt:
Een artikelpresentatie die extra opvallend is en sterk de aandacht van de klant trekt. Het is belangrijk dat de brandpunten over de winkel zijn verspreid.
Slide 12 - Tekstslide
Eyecatcher
Trekt meteen de aandacht
Valt op door kleur/ grote
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
etalages
Slide 15 - Tekstslide
Een winkelier gebruikt een etalage om:
Slide 16 - Woordweb
Een winkelier gebruikt een etalage om:
de aandacht van klanten te trekken
te laten zien wat hij verkoopt
klanten in zijn winkel te krijgen
Dit zijn dus de doelen van een etalage
Slide 17 - Tekstslide
Een goed ingerichte etalage:
heeft een hoge attentiewaarde
toont producten die in de winkel te koop zijn
"trekt" de klanten naar binnen
ziet er netjes en verzorgd uit
past bij het imago van de winkel
heeft een thema dat past bij het seizoen of de mode van het moment
veranderd vaak en is dus up to date
Slide 18 - Tekstslide
Manier van inrichten
We gaan de verschillende vormen van etalages bekijken.
Kies de vorm die jou het beste lijkt bij je ontwerp idee.
* piramide/ driehoek inrichting
* symmetrische inrichting
* Asymmetrische inrichting
Slide 19 - Tekstslide
Soorten etalages
Open etalage
Half open etalage
Gesloten etalage
Slide 20 - Tekstslide
open etalage
gesloten etalage
Slide 21 - Tekstslide
Is deze etalage open half open of gesloten?
A
open
B
half open
C
gesloten
Slide 22 - Quizvraag
En deze?
A
open
B
half open
C
gesloten
Slide 23 - Quizvraag
Composities
Slide 24 - Tekstslide
Slide 25 - Tekstslide
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Tekstslide
Deze etalage is.....
A
symmetrisch
B
a-symmetrisch
Slide 28 - Quizvraag
Welk compositielijn zie je hier?
A
horizontaal
B
verticaal
C
diagonaal
Slide 29 - Quizvraag
Slide 30 - Tekstslide
Slide 31 - Tekstslide
Slide 32 - Tekstslide
Slide 33 - Tekstslide
wat heb je nodig om een etalage te bouwen:
Slide 34 - Woordweb
Etalage bouwen
Een etalage bouw je op uit de volgende onderdelen:
schets / thema
artikelen (die je wilt verkopen)
opbouwmateriaal
decoratiemateriaal
kleur
licht
Slide 35 - Tekstslide
1
2
3
Artikel
Decoratiemateriaal
Opbouwmateriaal
Slide 36 - Sleepvraag
Slide 37 - Tekstslide
Kleuren
Er zijn drie primaire kleuren; rood, blauw en geel.
Secundaire kleuren ontstaan door twee primaire kleuren te mengen. De secundaire kleuren zijn groen, oranje en paars.
Tertiaire kleuren ontstaan door een primaire kleur te mengen met een secundaire kleur.
Slide 38 - Tekstslide
Contrastkleuren
Complementaire kleuren = contrastkleuren
Dit zijn kleuren die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel, ze steken goed bij elkaar af en versterken elkaars werking.
Voorbeelden van contrast kleuren zijn:
geel en violet
blauw en oranje
rood en groen
Slide 39 - Tekstslide
doelgroep
De doelgroep is de groep mensen voor wie iets bedoeld is.
Slide 40 - Tekstslide
Doelgroepen
Brede doelgroep: jongeren of volwassenen. Kleinere doelgroep: bijvoorbeeld dansers of muziekliefhebbers.