A2 1.11-1,12

A2 1.11-1.12
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

A2 1.11-1.12

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

herhaling 1.9- bijvoeglijke naamwoorden

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijvoeglijke naamwoorden oefenen 


(A2 TC thema 1)

Slide 3 - Tekstslide

Informatie over een ding of mens


bijv. over een huis, een vriend: 
groot, klein, dik, blauw, mooi, aardig
(hout)
Ik heb een .......... kast.

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(dik)
Mijn zus is zwanger. Zij heeft een .......... buik.

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(grijs)
De ...........olifant

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(groot - klein)
Ik zie een .........en een .........hond.

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(zwaar)

Een ............. steen.

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

4. (A2) Bijvoeglijke naamwoorden

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(ziek)
Een ............ man

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(lekker)
Het .............. ijsje

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(mooi)
Een .............. huis

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(vies)
De ............ schoenen

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(lief)
De ................ hond en een ............ poesje

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

1.9 
Speel Ik ga op reis en ik neem mee.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 1.11 Ik begrijp, hij begrijpt, wij begrijpen
Schrijf de goede vorm van het werkwoord. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tim ... naar de radio. (luisteren)

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe laat ... de bus? (vertrekken)

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

... Sarah alleen naar school? (lopen)

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ... de e-mail. (beantwoorden)

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De vader ... zijn zoon een hand. (geven)

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hij ... vaak met de trein. (reizen)

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat ... dit woord? (betekenen)

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

... u vaak met de auto? (rijden)

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ... mijn oude bank. (verkopen)

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

1.12- Geld op je OV-kaart zetten
Lees de tekst samen en maak de opdrachten: 91,92,97,99

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies