H10.4 tot 10.8

Vermogensrecht H10
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
VaktheorieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 38 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Vermogensrecht H10

Slide 1 - Tekstslide

Planning
Lesdoelen
Terugblik vorige les 
Bespreken HW opdracht 1 tot 7 
Theorie H10
Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les weetje wat een algemene & bijzondere titel is

Aan het einde van de les ken je de verschillen tussen de algemene & bijzondere titel 

Slide 3 - Tekstslide

H10 
Vermogensrecht

Slide 4 - Tekstslide

Wat is vermogensrecht
Vermogensrechten zijn de rechten waaruit iemands vermogen is opgebouwd

1. Geld waardeerbaar zijn, waarde van deze rechten in geld kunt uitdrukken

2. Je kan het overdragen aan een ander 


Slide 5 - Tekstslide

2 soorten vermogensrecht 
Absolute rechten: Rechten die iemand heeft over een goed en die door iedereen gerespecteerd moet worden

Relatieve rechten: Rechten die de ene persoon alleen ten opzichte van die andere persoon heeft 

Slide 6 - Tekstslide

Roerend en onroerend
Onroerende zaken: huis, schuur & flatgebouw

Roerende zaken: een pen, een scooter en een tas

Verschil of je producten kan verplaatsen of niet 


Bron: Art. 3:3 lid 1 BW 

Slide 7 - Tekstslide

Het kadaster
Instelling die de openbare registers bijhoudt

Openbare register kan je zien wie de eigenaar is van een registergoed en welke absolute rechten er bestaan

Slide 8 - Tekstslide

Opdrachten
Opdracht 1 tot 7
Bespreken opdracht 4 T/ M 7 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Uitspraak Goederenrecht
ECLI:NL:HR:2017:309

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

De twee titels samengevat
Wat is algemene titel en bijzondere titel?
 
Je kan op twee manier verkrijgen: onder algemene titel of onder bijzondere titel. Bij verkrijging onder algemene titel volg je de voorganger op in zijn gehele vermogen of een evenredig deel daarvan. 

Bij verkrijging onder bijzondere titel volg je de voorganger op door overdracht, verjaring of onteigening.

Slide 18 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen algemene & bijzondere titel?

Slide 19 - Tekstslide

Het verschil
Bij verkrijging onder algemene titel treedt de verkrijger als het ware in de schoenen van de vorige eigenaar (bijvoorbeeld na overlijden).

 Bij verkrijging onder bijzondere titel verkrijgt de verkrijger de zaken en/of rechten op basis van bijvoorbeeld een koopovereenkomst.

Slide 20 - Tekstslide

10.5 Verbintenissenrecht 

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Tekstslide

Onstaan van verbintenissen
1. Uit een overeenkomst (vrijwillig)
2. Uit de wet (vaak niet vrijwillig, zie bijvoorbeeld artikel 6:162 BW)

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Ontstaan overeenkomst
Meerzijdige rechtshandeling. Handeling gericht op rechtsgevolg, dus op ontstaan van verbintenis door aanbod en aanvaarding. Deze handeling bestaat uit verklaring waaruit iemands wil blijkt (art 3:33 BW).

De persoon moet dus handelingsbekwaam zijn en bevoegd.

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Wat te doen bij niet-nakoming?
  1. Nakoming eisen (bij overmacht niet mogelijk, zie artikel 6:75 BW)
  2. Zijn eigen verplichting opschorten
  3. De overeenkomst ontbinden
  4. Schadevergoeding eisen 

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Opdracht
Waar in de wet is aansprakelijkheid voor personen en zaken geregeld?

Slide 33 - Tekstslide

Casus
Wat gaat de rechter oordelen? 

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Aan de slag
Opdrachten H10 (tm 15 en opdracht 17)
Niet af = HW

Slide 37 - Tekstslide

Terugblik Lesdoelen
Aan het einde van de les weetje wat een algemene & bijzondere titel is

Aan het einde van de les ken je de verschillen tussen de algemene & bijzondere titel 

Slide 38 - Tekstslide