20/03 Taalverzorging deel 2

1C Nederlands
12 maart 2025
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

1C Nederlands
12 maart 2025

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Lezen
  • Lesdoel bespreken
  • Herhaling werkwoord
  • Uitleg zelfstandig naamwoord + lidwoord
  • Aan de slag 
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Lezen
Koning van Katoren

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel
Je leert lidwoorden en zelfstandige naamwoorden herkennen.

Slide 4 - Tekstslide

Werkwoord
De artiesten hebben een luid applaus gekregen.

Het werkwoord is een woordsoort. In een zin staan altijd één of meer werkwoorden.

Een werkwoord zegt wat iets of iemand doet of wat iets of iemand overkomt. Sommige werkwoorden hebben een onduidelijke betekenis: hebben, kunnen, moeten, mogen, worden, zijn of zullen

Slide 5 - Tekstslide

Werkwoord herkennen
Een werkwoord kun je vervoegen. Je maakt er dan verschillende werkwoordsvormen van. 
Bijvoorbeeld:

- hele werkwoord = krijgen: krijg, krijgt, krijgen, kreeg, kregen, gekregen
- hele werkwoord = opbellen: bel op, belt op, bellen op, belde op, belden op, opgebeld

Slide 6 - Tekstslide

Lidwoord
De agent glimlacht.

In deze zin staan naast het werkwoord nog twee woordsoorten: een lidwoord (de) en een zelfstandig naamwoord (agent).

Er zijn drie lidwoorden (lw):
de, het, een. 

Een lidwoord hoort altijd bij een zelfstandig naamwoord:
de televisie - een televisie

Slide 7 - Tekstslide

Zelfstandig naamwoord
Een zelfstandig naamwoord (zn) is een woord voor een mens, dier, plant, ding of gevoel. 

Bijvoorbeeld: dochter, bloemist, zeehond, tulp, telefoon, dorp, liefde

Een eigennaam is ook een zelfstandig naamwoord: Tim Schuurmans, Tiel, Rijn


Slide 8 - Tekstslide

Zelfstandig naamwoord herkennen
  • Een zelfstandig naamwoord heeft meestal een enkelvoud en een meervoud (vriend - vrienden)

  • Je kunt er vaak een verkleinwoord van maken (vriend - vriendje)  

  • Je kunt er vaak de, het of een voor zetten (de vriend, een vriend)

Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag

Lidwoord + zelfstandig naamwoord
maken = 1 t/m 6 
blz. 202

Klaar?
Maken 1 t/m 4 blz. 72
  • Je mag samenwerken met degene naast je.
  • Stel je vragen!


Succes!


Slide 10 - Tekstslide

Afsluiting
Je leert lidwoorden en zelfstandige naamwoorden herkennen.

Slide 11 - Tekstslide