Les 4: Bloedig CVA

Bloedig CVA
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les

Bloedig CVA

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
  • Bespreken lesdoelen
  • Verder met stuk theorie hersenen.
  • Opdracht hersenen / hersenbloeding.
  • Evaluatie les.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
  • Na de les benoem je de verschillende bloedingen die er in de hersenen zijn. 
  • Na de les vertel je wat de behandeling is van hersenbloeding.  

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is of zijn de functies van hersenvocht?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De medische term voor hersenvocht is?
A
Erytrocyten
B
Sepsis
C
Liquor
D
Hydrocephalus

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een herseninfarct is een onbloedige vorm van CVA.
A
juist
B
onjuist

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is boezemfibrilleren? En hoezo 5x grotere kans op CVA?
timer
1:00
A
De onderste gedeeltes van het hart trekken onregelmatig samen.
B
Hartritme stoornis, waarbij het hart te traag samentrekt, waardoor het bloed te veel stilstaat en gaat stollen.
C
De bovenste gedeeltes van het hart trekken onregelmatig samen waardoor gemakkelijk stolsels (propjes)ontstaan.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een beroerte?
A
Een beroerte is een verzamelnaam voor herseninfarct en een hersenbloeding.
B
Een beroerte is een verzamelnaam voor herseninfarct en TIA
C
Een beroerte is een verzamelnaam voor een hersenbloeding en een bloeding rondom de hersenen
D
Een beroerte is een verzamelnaam voor alle soorten bloedingen rondom de hersenen

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op het plaatje
ontstaat een..........
A
Herseninfarct
B
Hersenbloeding
C
Hersenplaque
D
Hersenembolie

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Iemand krijgt een hersenbloeding in het bewegingscentrum van zijn rechter hersenhelft. Welke symptomen heeft deze persoon?

A
Voelt niks aan de rechterzijde van zijn lichaam
B
Kan niet bewegen aan de linkerzijde van zijn lichaam
C
Kan niet bewegen aan de rechterzijde van zijn lichaam
D
Voelt niks aan de linkerzijde van zijn lichaam

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat komt vaker voor? Een hersenbloeding of een herseninfarct?
A
Hersenbloeding
B
Herseninfarct

Slide 11 - Quizvraag

2019; totaal 500.600 incl TIA alleen bij HA, excl VVT!
25% vd sterfte binnen hart&vaatziekten

nieuw 2019
TIA 59.000 (28.700 man/20.300 vr)
CVA 38.500 (19.700 man/ 18.800 vr) (110p/d)
80% ischemisch\20% bloedig

Het belangrijkste verschil tussen een TIA en een CVA is....
A
Bij een TIA zijn de verschijnselen tijdelijk en verdwijnen binnen 24 uur
B
Bij een TIA komt geen krachtsverlies in de armen voor.
C
Bij een TIA is onderzoek in het ziekenhuis niet noodzakelijk
D
Bij een TIA zie je geen slikklachten bij de patiënt

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is hier aan de hand?
A
hersenbloeding
B
herseninfarct
C
epilepsie
D
Parkinson

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hersenvliezen (meninges)
Vliezen die het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) omsluiten. Dient ter bescherming van de hersenen.
  • harde hersenvlies (dura mater)
  • spinnenwebvlies (arachnoidea)
  • zachte hersenvlies (pia mater)

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het hersenvocht (liquor)
  • Beschermen van het hersenweefsel
  • Vervoeren van voedingsstoffen
  • Afvoeren van afvalstoffen

Hersenvocht zit in:
  • subarachnoïdale ruimte (tussen spinnenwebvlies en zachte hersenvlies)
  • hersenkamers (2 zijventrikels, 3e ventrikel en 4e ventrikel)
De plexus choroïdeus maakt de hersenvloeistof uit bloed.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Harde hersenvlies
(Dura Mater)

2 lagen :
  • periostale laag (botkant)
  • meningeale laag (hersenkant)
    Hier tussenin: holten (sinussen) die bloed terugvoeren naar hart
  • Normaal: geen ruimte tussen hersenvlies en schedel
  • Bij bloeding: bloed ophoping in epidurale ruimte 
    = epidurale bloeding
  • Bloeding buiten de dura, onder de schedel
  • Meestal door hoofdtrauma

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spinnenwebvlies( arachnoidea)
  • Tussen harde hersenvlies en zachte hersenvlies
  • Normaal: geen ruimte tussen hersenvliezen
  • Bij trauma: bloed ophoping in subdurale ruimte
    = subdurale bloeding
  • Dus onder de dura
  • Vooral bij ouderen
  • Kan al na klein hersentrauma

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zachte hersenvlies
(Pia mater)
  • Dun vlies direct op hersenoppervlakte
  • Normaal: wel ruimte tussen spinnenwebvlies en zachte hersenvlies
    = subarachnoïdale ruimte:
  • Bevat hersenvocht, zenuwbanen en bloedvaten.
  • Cisternen: verwijdingen in subarachnoïdale ruimten
  • Bloeding in deze ruimte = subarachnoïdale bloeding:
  • Vooral bij (evt aangeboren) zwakke plek in de slagader
    --> spontane bloeding (ook bij jonge mensen!)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken
  • Schedel-hersentrauma bv. ongeluk, slag tegen het hoofd. Een ernstig trauma kan de oorzaak zijn van een acuut epiduraal of subduraal hematoom. Een kleiner trauma kan soms een chronische subdurale bloeding tot gevolg hebben.
  • Het barsten (ruptuur) van een aangeboren misvorming van bloedvaten van de hersenen veroorzaakt een subarachnoidale of een intracerebrale bloeding, afhankelijk van de ligging van het misvormde bloedvat.
  • Bij oudere patiënten worden wel eens intracerebrale bloedingen veroorzaakt door de combinatie van vervetting van bloedvatwanden en een te hoge bloeddruk.
  • Bloeding na hersenoperatie.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende soorten hersenbloeding
  • Intra cerebraal ( binnen de hersenen)
  • Extra cerebraal ( buiten de hersenen)

Binnen de extra cerebrale bloedingen bestaan er twee verschillende bloedingen. Deze bloedingen verschillen van plek

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De epidurale bloeding
  • De epidurale bloeding: bevind zich tussen de schedel en het buitenste harde vlies ( dura)
  • :

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

subdurale bloeding
  • De subdurale bloeding: Bloeding onder de dura maar nog buiten de zachtere vliezen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Subarachnoïdale bloeding
  •  Subarachnoïdale bloeding ( meningeale bloeding): bloeding komt terecht in de arachnoïdea (spinnewebvlies) en de pia mater ( het zachte hersenvlies).

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschijnselen SAB
  • Plotseling erge hoofdpijn
  • Knapje in het hoofd 
  • Misselijkheid / braken
  • Bewusteloosheid
  • Verlamming
  • Geheugenverlies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Behandelingen hersenbloeding
Bij acute subdurale of epidurale hersenbloedingen met snelle bewustzijnsdaling moet er zo snel mogelijk geopereerd worden.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
  • Bij de operatie wordt een groot boorgat of een luikje (craniotomie) gemaakt bovenop de plaats waar volgens de scan de bloeding (het hematoom) zich moet bevinden. 
  • Zo ziet de neurochirurg meteen de stolsels die de dura en de eronder gelegen hersenen naar binnen hebben gedrukt. 
  • De stolsels worden verwijderd en de bloedende slagader wordt opgespoord en gecoaguleerd. 
  • Wanneer de operatie op tijd gebeurt, is het herstel over het algemeen goed.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
  • In geval van een intracerebrale bloeding bij oudere patiënten wordt eerder afgewacht aangezien meestal toch geen herstel kan worden verwacht. 
  • Enkel wanneer de bloeding zo groot wordt qua volume dat ze levensbedreigend bedreigend wordt, wordt er operatief ingegrepen.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
Anders is het met de oudere patiënt met een chronische subdurale bloeding. Hier kan een operatie wel degelijk zijn/haar vroegere toestand herstellen en wordt dan ook niet geaarzeld om de ingreep uit te voeren.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
  • De operatie voor dit type van bloedingen verloopt een beetje anders: via een klein sneetje in de hoofdhuid worden één of enkele boorgaten of een klein beenluikje gemaakt precies boven de plaats waar het hematoom zich volgens de CT- of MRI-scan bevindt.
  • Via het boorgat wordt een gaatje in de dura geknipt.
  • Door het gaatje in de dura wordt een slangetje in het hematoom gebracht en hierlangs wordt het hematoom weggespoeld.
  • Tenslotte wordt het slangetje aangesloten op een redon dat gedurende enkele dagen blijft zitten. 
  • De redon wordt meestal na enkele dagen verwijderd als het reservoir zich niet meer vult.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
  • Moeilijker is de situatie in geval van een subarachnoidale bloeding.
  • Bij klinisch vermoeden wordt zo snel mogelijk een CT-scan hersenen uitgevoerd. 
  • Hierop is meestal zone van subarachnoidaal bloed te zien.
  • Aansluitend wordt dan een vaatonderzoek van de hersenen gepland. 
  • Dit kan via CT/MR angio of via cerebrale arteriografie.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
  • Intracerebrale bloedingen bij jonge patiënten zijn per definitie verdacht en worden verder onderzocht op onderliggende vaatafwijking. 
  • Meestal gaat het dan om een aangeboren vaatkluwen (AV-malformatie) 
  • Ook in deze gevallen zal overleg nodig zijn om de juiste behandelingstechniek te kiezen.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling hersenbloeding
  • Wachten tot bloeding stopt 
  • Bloeddrukverlagers bij hoge bloeddruk

Behandeling aneurysma:
  • Clippen: uitstulping afsluiten met clips
  • Coilen: uitstulping opvullen met platinadraad

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

CVA (bloeding of infarct)

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies