7-03-2025

¡Bienvenidos!
  • En tu mesa:
  • Libro de texto (= tekstboek)
  • Libro de ejercicios (= werkboek)
  • Cuaderno (= schrift) 
timer
3:00
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

¡Bienvenidos!
  • En tu mesa:
  • Libro de texto (= tekstboek)
  • Libro de ejercicios (= werkboek)
  • Cuaderno (= schrift) 
timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen Lección 3
  • Aan het einde van Lección 3 kun je praten over het karakter van iemand.
  • Aan het einde van Lección 3 kun je zeggen of je een dier leuk vindt of niet.
  • Aan het einde van Lección 3 kun je de bijvoeglijk naamwoorden om een karakter te beschrijven gebruiken.
  • Aan het einde van Lección 3 praten over dieren. 

Slide 2 - Tekstslide

Vul de juiste vervoeging in in de zin.
  1. Nosotras ____________________ (ver) la tele.
  2. José y Belén _________________ (escribir) cartas en papel.
  3.  Nerea ________________ (comer) chocolate.
  4. Yo ___________________ (dormir) mucho.
  5. ¿Tú cuántos idiomas ________________ (hablar)?
  6. Carmen y Borja ___________________ (trabajar) juntos.
timer
5:00

Slide 3 - Tekstslide

Hoy (= vandaag)
  • Leer un texto
  • ¿Cuál es tu animal favorito?
  • Describir un animal 

Slide 4 - Tekstslide

Leer un texto
  • ¿Qué? Lee el texto y busca los nobres de los animales. 
  • ¿Cómo? En parejas
  • Tiempo? 5 minutos
  • ¿Pregunta? Kijk of je buurman of buurvrouw je kan helpen. Lukt dit niet, steek dan je vinger op, dan kom ik jullie helpen.
  • ¿Listo? Ga bezig met het leerwerk van deze week.
timer
5:00

Slide 5 - Tekstslide

Leer
  • ¿Qué? Lee el texto otra vez, en silencio. ¿Qué le gusta a Manual/Daniela? ¿Y qué no les gusta? 
  • ¿Cómo? Individualmente (en silencio)
  • ¿Tiempo? 3 minutos
  • ¿Listo? Ga bezig met het leerwerk van deze week
timer
3:00

Slide 6 - Tekstslide

Dar tu opinión
  • Estoy de acuerdo 
  • No estoy de acuerdo
  • Por ejemplo: Estoy de acuerdo con Manuel: no me gustan los reptiles. Me parecen feos 

Slide 7 - Tekstslide

Adjetivos positivos
Adjetivos negativos

Slide 8 - Tekstslide

¿Cuál es tu animal favorito?
  • ¿Qué? Schrijf op wat je favoriete dier is en waarom. Gebruik voor de waarom de eigenschappen die we net hebben opgeschreven.
  • ¿Cómo? Individualmente
  • ¿Tiempo? 5 minutos
  • ¿Pregunta? Kijk of je er samen met je buurman/buurvrouw uit komt. Vertalingen mag je zelf op je iPad opzoeken.
  • ¿Listo? Kun je ook nog een ander dier beschrijven? Schrijf deze beschrijving op in je schrift.

Slide 9 - Tekstslide

Debate
  • Iemand krijgt de beurt en gaat vertellen wat zijn of haar favoriete dier is. 
  • Steek je vinger op om te reageren en te zeggen of je het ermee eens bent of niet.
  • Ejemplo: Mi animal favorito es el perro porque es inteligente y rápido.
  • No estoy de acuerdo. Creo que los perros son vagos y pesados. 

Slide 10 - Tekstslide

Describir un animal
  • ¿Qué? Kies een dier dat je gaat beschrijven. Beschrijf het karakter van het dier en positieve en negatieve aspecten. Schrijf dit op in je schrift.
  • ¿Cómo? In groepjes van 2
  • ¿Tiempo? 8 minutos
  • ¿Pregunta? Kijk of je er met elkaar uit kunt komen. Lukt dit niet, mag je mij om hulp vragen.
  • ¿Listo? Ga bezig met leren en het huiswerk van deze week. 

Slide 11 - Tekstslide

La próxima vez
  • Lección 3
  • Los gustos de los animales
  • Praten over het dagelijksleven van een huisdier
  • Praten over activiteiten en voorkeuren

Slide 12 - Tekstslide