Schrijven 4 met beoordelingsmodel

Writing 4
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Writing 4

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel: studenten begrijpen verschillende grammaticale vormen en toepassen
Hoe? 
  • Studenten kunnen het verschil uitleggen tussen present simple en past simple
  • Herkennen de to do vorm 
  • Kunnen vraagzinnen maken
  • Kunnen ontkennende zinnen maken

Slide 2 - Tekstslide

Welke soort brieven kan je verwachten op je examen?
A
informatief
B
formeel
C
informeel
D
formatief

Slide 3 - Quizvraag

Beoordelingsaspecten

Slide 4 - Woordweb

Welke volgorde houdt een zin aan?
A
Subject, verb, object, place, time
B
Subject, verb, object, time, place
C
Time, Subject, verb, object, place

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de present simple? Wat is de past simple?

Slide 6 - Open vraag

Present / Past Simple
Present simple: feiten, gewoontes, regelmatigheden
regel: stam ww(+s)

Past simple: in verleden gebeurd en afgerond.
regel: ww+ed (óf onregelmatig)

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen Present Perfect en Past Simple
A
niets
B
Pp = tegenwoordige tijd Past Simple = verleden tijd
C
Beiden zijn verleden tijd
D
Beiden zijn tegenwoordige tijd

Slide 10 - Quizvraag

Is deze zin present simple of past simple?
"The wallet was stolen"
A
present simple
B
Past simple

Slide 11 - Quizvraag

Do/does/did 
Gebruik van do, does en did bij vraagzinnen
Gebruik van don't, doesn't en didn't bij ontkenningen

Slide 12 - Tekstslide

I _________ my homework yesterday.
A
do
B
had done
C
have done
D
did

Slide 13 - Quizvraag

How much work __________ he _______ every month?
A
did / do
B
did / done
C
Does / do
D
Does / done

Slide 14 - Quizvraag

What ____ you ____ last weekend?
A
did / did
B
did / done
C
do / did
D
did / do

Slide 15 - Quizvraag

James didn't ____ his homework. (to do)
A
do
B
did
C
done
D
had done

Slide 16 - Quizvraag

Ontkennend
Bij ontkenningen moet je do/does/did toevoegen

Do wordt dus do + not (do not / don’t)
Does wordt dus does + not (does not / doesn’t)
Did wordt dus did + not (did not / didn't)


LET OP! Als er een vorm van ‘to be’, ‘to have got’, ‘can’ in staat, dan gebruik je geen vorm van to do maar maak je die vorm dus negatief (door ''not'' toe te voegen).

Slide 17 - Tekstslide

Present            Past simple              Ontkennend                Vragend

You play          You played               You didn't  play          Did you play?

He counts      He counted            He didn't count         Did he count?

We like            We liked                      We didn't like             Did we like?

Slide 18 - Tekstslide

Present            Past simple              Ontkennend                Vragend

You play          You played               You didn't  play          Did you play?

He counts      He counted            He didn't count         Did he count?

We like            We liked                      We didn't like             Did we like?

Slide 19 - Tekstslide

Schrijf in tweetallen over de schoolkantine. Jullie schrijven naar oude klasgenoten.
Verwerk de volgende punten:
Wat vinden jullie lekker? Wat niet? Waarom is het lekker? Waarom is het niet lekker? Wat mis je?
En vergelijk het met jullie oude schoolkantine.
Vergeet je aanhef en afsluiting niet,

Slide 20 - Open vraag