6.1. Kwadratische verbanden


Hoofdstuk 10: Verschillende Verbanden
10.1.  Kwadratische Verbanden
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les


Hoofdstuk 10: Verschillende Verbanden
10.1.  Kwadratische Verbanden

Slide 1 - Tekstslide

Goedemorgen allemaal
Wat gaan we vandaag doen?
-Lesdoel deze les
-Uitleg: Rekenen met een kwadratisch verband
-Uitleg: Tekenen met een kwadratisch verband
-Samen opdracht 4
-Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel deze les
Aan het eind van de les kan je:
- kwadratische formules uitwerken, met behulp van mijn rekenmachine.
-De eigenschappen van een parabool benoemen. 
-Een parabool tekenen

Slide 3 - Tekstslide

Reken uit met je rekenmachine:

62
A
36
B
-36
C
12
D
-12

Slide 4 - Quizvraag

Reken uit met je rekenmachine:

(6)2
A
36
B
-36
C
12
D
-12

Slide 5 - Quizvraag

Uitleg: rekenen met negatieve kwadraten
Om te onthouden:
-62 betekent -6 x 6
(-6)2 betekent -6 x -6

Als je de vraag krijgt: bereken het kwadraat van -5, gebruik altijd haakjes. Vul deze ook in op je rekenmachine!
negatief x positief = negatief
negatief x negatief = positief

Slide 6 - Tekstslide

Kwadratische verband

Slide 7 - Tekstslide

Kwadratische verband
Een verband heeft variabelen (in het voorbeeld de h en a)
Als bij een van die variabelen een kwadraat staat noemen we het een kwadratisch verband.

Slide 8 - Tekstslide

Parabool
De vorm van de grafiek van een kwadratisch verband noemen we een parabool.

Slide 9 - Tekstslide

Dal of berg
Een parabool kan een maximum hebben of een minimum.


Slide 10 - Tekstslide

Dal of berg
Een parabool kan een maximum hebben of een minimum.

maximum                   berg                                                        parabool

Slide 11 - Tekstslide

Dal of berg
Een parabool kan een maximum hebben of een minimum.

Minimum                  dal parabool

Slide 12 - Tekstslide

Dal of berg
Een parabool kan een maximum hebben of een minimum.

l

Slide 13 - Tekstslide

kijk naar het getal voor de
-voorbeeld:
-dat getal is negatief
-onthoud dat er een negatieve smiley bij hoort
- de vorm van zijn mond zegt dat het een BERG parabool is
een berg parabool
x2
y=x2

Slide 14 - Tekstslide

kijk naar het getal voor de
-voorbeeld:
-dat getal is positief
-onthoud dat er een positieve smiley bij hoort
- de vorm van zijn mond zegt dat het een DAL parabool is
een dal parabool
x2
y=x2

Slide 15 - Tekstslide

Sleep de formule naar de juiste parabool

Slide 16 - Sleepvraag

Slide 17 - Video

Slide 18 - Tekstslide

Ik kan een parabool tekenen
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll

Wat?
Maak som #: 5 t/m 7 
                     # 11, 12 & 13
waar?
blz. 12
Hulp?
-Boek en/of aantekeningen
-Buurtjonge/ buurtmeisje
-Docent
Klaar?
Controleer jouw antwoorden
Niet af?
Huiswerk
Aan de slag:

Slide 20 - Tekstslide