In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
We gaan starten! Formatieve toets
Wachttijd:
stopwatch
00:00
Slide 1 - Tekstslide
Welke drie veranderingen kunnen krachten aan een voorwerp geven?
Slide 2 - Open vraag
De eenheid van kracht is
A
meter
B
F
C
Newton
D
power
Slide 3 - Quizvraag
De punt op de steen is het aangrijpingspunt. Welke kant zou de pijl op getekend moeten worden?
A
naar boven
B
naar rechts
C
naar beneden
D
naar links
Slide 4 - Quizvraag
Wat lees je op de schaalverdeling van een krachtmeter af?
A
de grootte van de kracht
B
de kracht op de veer
C
de meetafstand
D
het meetbereik
Slide 5 - Quizvraag
Bereken in de situatie hiernaast de nettokracht. Fnetto =
Slide 6 - Open vraag
De richting van de nettokracht is naar
A
links
B
rechts
C
boven
D
beneden
Slide 7 - Quizvraag
Waar is de kracht van de schaar het grootst: bij A of bij B?
A
A
B
B
Slide 8 - Quizvraag
Bereken de kracht tussen de messen van de schaar bij punt S. schrijf je berekening op.
Slide 9 - Open vraag
Hiernaast zie je een tekening van een torenkraan. Bij de maximale reikwijdte van de giek mag een last van met een massa van 1550 kg aan de katrol hangen. Hoe groot is de zwaartekracht op een last met een massa van 1550 kg? Schrijf je berekening erbij.
Slide 10 - Open vraag
Om het geheel in evenwicht te houden hangt aan de andere kant van de cabine een contragewicht op een veel kleinere afstand van de cabine. Wat geldt in deze situatie voor de massa van het contragewicht?
A
Deze is kleiner dan 1550 kg.
B
Deze is gelijk aan 1550 kg.
C
Deze is groter dan 1550 kg.
Slide 11 - Quizvraag
De takel draagt een last van 1200 N. Hoe groot is de trekkracht Fh bij de getekende takel?
A
400 N
B
600 N
C
1200 N
D
2400 N
Slide 12 - Quizvraag
Bij de takel op het plaatje wordt 9 m touw in gehaald. Hoeveel meter gaat de last omhoog?
A
3 m
B
4,5 m
C
6 m
D
9 m
Slide 13 - Quizvraag
Een vliegtuig wil opstijgen vanaf de startbaan. Om te kunnen rijden op de startbaan is kracht nodig. Geef 3 krachten die er werken op het vliegtuig bij opstijgen.
Slide 14 - Open vraag
Het vliegtuig doet er één minuut over om op te stijgen van de startbaan. Daarbij legt het vliegtuig een afstand af van 2100 m. Bereken de gemiddelde snelheid van het vliegtuig op de startbaan.
Slide 15 - Open vraag
Eenmaal in de lucht vliegt het vliegtuig in 3 uur en 30 minuten naar de bestemming. De gemiddelde snelheid van het vliegtuig is 850 km/h. Hoeveel kilometer heeft het vliegtuig afgelegd?
Slide 16 - Open vraag
De auto op de foto rijdt met een constante snelheid van 25 m/s. Hoe groot is de snelheid van de auto in km/h?