SD periode 2 - les 3

SD periode 3 - week 3
Thema specifieke doelgroepen
Periode 3 - week 3

Nienke Grobbe
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
SDMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

SD periode 3 - week 3
Thema specifieke doelgroepen
Periode 3 - week 3

Nienke Grobbe

Slide 1 - Tekstslide

Lesinhoud
  • Terugblik vorige les
  • Instructie H6 Werken in een netwerk
  • Instructie H7 Intercultureel vakmanschap
  • Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een begeleidingsmethodiek?

Slide 3 - Open vraag

H6
Werken in een netwerk



Slide 4 - Tekstslide

Wat betekent werken in een netwerk?

Slide 5 - Open vraag

Werken in een netwerk
Elke cliënt is onderdeel van een sociaal netwerk. 

Een sociaal netwerk is een verzameling mensen met hun onderlinge relaties. Iedereen maakt deel uit van sociale netwerken.

Het opbouwen van een sterk en stabiel netwerk wordt belangrijker naarmate mensen ouder worden. 


Slide 6 - Tekstslide

Netwerkgericht werken
Een van je taken als begeleider specifieke doelgroepen is het versterken, uitbreiden en activeren van het sociale netwerk van de cliënt. 

Waarom is een sociaal netwerk belangrijk?
  • Sociale steun: op bezoek komen, samen koffie drinken;
  • Emotionele steun: een luisterend oor, troost bieden, een arm om iemand heen slaan;
  • Cognitieve steun: meedenken over het oplossen van een probleem, een duwtje in de goede richting geven;
  • Praktische steun: boodschappen doen, een formulier invullen, medicijnen ophalen.

Slide 7 - Tekstslide

Netwerkgericht werken
Hoe kun je familie, buren en vrienden bij de zorgtaken rondom de cliënt betrekken? 

Netwerkgericht werken bestaat uit de volgende vier stappen:
  1. Netwerk onderzoeken;
  2. Netwerk uitbreiden;
  3. Netwerk activeren;
  4. Nieuwe activiteiten stimuleren.

Slide 8 - Tekstslide

H7
Intercultureel vakmanschap



Slide 9 - Tekstslide

Welke culturen ben jij tegen gekomen binnen de BPV/ andere plekken?

Slide 10 - Woordweb

Cultuur is..

Het geheel van waarden en normen dat mensen aan elkaar overdragen.
Aangeleerd door alles wat je meemaakt

  • Het land waar je bent opgegroeid / de buurt of stad waar je vandaan komt
  • De opleiding die je hebt gedaan
  • Opvoeding
  • Religie
  • Vrienden
  • ....

Waarden en normen
Normen zijn afgeleid van waarden
waarden: geloof, tolerantie of tradities
-> leiden tot normen: wat vind je normaal? Eerlijk zijn of respect hebben voor ouderen. 

Slide 11 - Tekstslide

Culturele diversiteit
Omgaan met diversiteit noem je intercultureel vakmanschap.

Je werkt samen met mensen met verschillende culturele achtergronden.
Dit kan een verrijking zijn, maar het kan ook voor botsingen zorgen door
verschillen in referentiekaders. 

Slide 12 - Tekstslide

Wat zou jij doen?
Je viert sinterklaas avond met de groep jongeren met een matig verstandelijke beperking. 
Er is lekkers en 2 pieten komen cadeautjes brengen. Het is een gezellige avond, er wordt veel gezongen en gelachen. Ook Johan, een van de cliënten geniet met volle teugen. 

Als zijn moeder onverwacht op bezoek komt is ze erg boos. “Wij als Jehova’s vieren dit soort feesten niet en dat had jij moeten weten. Kom Johan, naar je kamer”

Johan gaat huilend mee naar boven….

Slide 13 - Tekstslide

Wat zou jij doen?
Meneer Loukili, oorspronkelijk van Afghaanse afkomst, is terminaal ziek en zal waarschijnlijk in korte tijd overlijden. Zijn familie is vaak en met veel personen bij hem aanwezig. 
Ze verlaten zijn kamer alleen tijdens de zorgmomenten. Als je met een collega binnenkomt om meneer te verzorgen heeft zijn familie zijn bed dwars door de kamer gezet. Je kunt er bijna niet meer bij.


Hij wilde graag zijn bed richting Mekka, zegt zijn zoon.

Slide 14 - Tekstslide

Intercultureel vakmanschap:
Aandacht voor de diversiteit van mensen en culturen
Een nieuwsgierige, open houding, het tonen van respect voor andere culturen. Objectief!!
 Stel vragen en toon aandacht.

Intercultureel werken;
! Verdiep je in de achtergrond van cliënten en collega's !

Waarin krijg je te maken met de verschillende culturen;
Tussen cliënten onderling - tussen cliënt en hulpverlener - team met collega's 

Slide 15 - Tekstslide

Aandachtspunten intercultureel samenwerken
  • Sta open voor diversiteit binnen het team
  • Laat een niet veroordelende- houding zien
  • Geef altijd je persoonlijke grenzen aan
  • Stel vragen en waardeer elkaar
  • Laat je persoonlijke gevoelens zien
  • Geef elkaar positieve feedback
  • Oog hebben voor talenten

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag
1. Ga naar Thieme Meulenhoff - KD 2016

2. Boek: begeleider specifieke doelgroepen

Thema 2 - Hoofdstuk 6 (Werken in een netwerk) - alle opdrachten
Thema 2 - Hoofdstuk 7 (Intercultureel vakmanschap) - alle opdrachten

Groepscode 2BMZA: KNPCLFH8 
Groepscode 2BMZB: GTGAAQ8J



Slide 17 - Tekstslide