04-05 Samenhang en Hoofd- en bijzaken (combinatie)

Lezen/Luisteren
NED Periode 3
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Lezen/Luisteren
NED Periode 3

Slide 1 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Deze les bereid je voor op het examen Lezen/Luisteren
Je doet de opdrachten op niveau 2F...
...tenzij je een vrijstelling hebt of al examen Lezen/Luisteren hebt gedaan. 

Slide 2 - Tekstslide



Je wilt weten welk hoofdstuk over microfoons gaat. Welke leesstrategie gebruik je?
A
Verkennend
B
Globaal
C
Gericht
D
Intensief

Slide 3 - Quizvraag



Welke onderdelen zie je hier?
A
Titel
B
Inleiding
C
Middenstuk
D
Slot

Slide 4 - Quizvraag



Wat voor tekstvorm is dit?
A
Infographic
B
Gebruiksaanwijzing
C
Recept
D
Handleiding

Slide 5 - Quizvraag



Waar staat de aanleiding voor een tekst?
A
Titel
B
Inleiding
C
Middenstuk
D
Slot

Slide 6 - Quizvraag


Wat geeft de belangrijkste boodschap
van een tekst weer?
A
Onderwerp
B
Hoofdgedachte

Slide 7 - Quizvraag



Wat is niet het doel van deze app?
A
Advies geven
B
Overhalen
C
Informeren
D
Instructie geven

Slide 8 - Quizvraag


Waar staat deze zin:

VVD is tegen woningwet De Jonge
A
Titel
B
Inleiding
C
Middenstuk
D
Slot

Slide 9 - Quizvraag

Lezen/Luisteren 
Hoofd- en bijzaken, je leert..
Dat je in een tekst samenhang krijgt door
signaalwoorden te gebruiken
1

Slide 10 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Samenhang
Je gebruikt in een tekst signaalwoorden

Het geeft en verband tussen meerdere stukken tekst weer

Een signaalwoord geeft iets aan (geeft 'een signaal') over de relatie tussen die twee stukken tekst

Slide 11 - Tekstslide

Lezen/Luisteren 
Hoofd- en bijzaken
Hoofdzaken zijn de belangrijkste dingen in een tekst

Bijzaken zijn minder belangrijk
&
Een bijzaak hoort bij een hoofdzaak en kan niet bestaan zonder hoofdzaak

Slide 12 - Tekstslide

Vragen over hoofd- en bijzaken
12 vragen | 30 of 45 seconden per vraag

Slide 13 - Tekstslide



Als je alle hoofdzaken in één zin samenvat, dan heb je ......
A
Het onderwerp van een tekst
B
De hoofdgedachte van een tekst
C
De samenvatting van een tekst
D
De conclusie van een tekst

Slide 14 - Quizvraag



Wat geeft het signaalwoord 'vroeger' aan?
A
Opsomming
B
Tegenstelling
C
Tijdsbepaling
D
Voorbeeld

Slide 15 - Quizvraag



Wat geeft het signaalwoord 'ten slotte' aan?
A
Conclusie
B
Oorzaak-gevolg
C
Tijdsbepaling
D
Opsomming

Slide 16 - Quizvraag


Om hoofd- en bijzaken te scheiden kun je een mindmap maken. Wat staat er in de cirkel op het plaatje?
A
Onderwerp
B
Hoofdzaken
C
Bijzaken
D
Hoofdgedachtes

Slide 17 - Quizvraag



Wat geeft het signaalwoord 'mits' aan?
A
Voorwaarde
B
Conclusie
C
Opsomming
D
Argument

Slide 18 - Quizvraag



Wat geeft het signaalwoord 'en' aan?
A
Tegenstelling
B
Oorzaak-gevolg
C
Opsomming
D
Argument

Slide 19 - Quizvraag


'Er worden steeds meer overvallen gepleegd in Zoetermeer. De meeste overvallen worden met een hamer gepleegd.'

Welke zin is de bijzaak?
A
De eerste zin
B
De tweede zin

Slide 20 - Quizvraag



Wat geeft het signaalwoord 'daardoor' aan?
A
Voorbeeld
B
Oorzaak-gevolg
C
Conclusie
D
Argument

Slide 21 - Quizvraag



Wat geeft het signaalwoord 'anderzijds' aan?
A
Voorbeeld
B
Tijd
C
Samenvatting
D
Tegenstelling

Slide 22 - Quizvraag


'Als het stoplicht op groen staat mogen alle auto's doorrijden, ook de stilstaande auto's mogen gaan rijden'

Wat is de bijzaak?
A
Als het stoplicht op groen staat mogen alle auto's doorrijden
B
Ook de stilstaande auto's mogen gaan rijden

Slide 23 - Quizvraag



Wat geeft het signaalwoord 'ten derde' aan?
A
Tegenstelling
B
Oorzaak-gevolg
C
Opsomming
D
Argument

Slide 24 - Quizvraag



Wat geeft het signaalwoord 'nadat' aan?
A
Tijdsbepaling
B
Oorzaak-gevolg
C
Voorbeeld
D
Vergelijking

Slide 25 - Quizvraag


'Kortom, het idee van de minister is slecht: telefoons moeten gewoon de klas in mogen'
A
titel
B
inleiding
C
middenstuk
D
slot

Slide 26 - Quizvraag

Aan de slag
Maak de opdracht hoofd- en bijzaken in Canvas

Slide 27 - Tekstslide


Met behulp van welk teken
kun je het onderwerp van een tekst vinden?
A
een @
B
een #
C
een ©
D
een <3

Slide 28 - Quizvraag