Om een tekst goed te begrijpen moet ik de betekenis van de woorden kennen.
Ik leer 10 woorden in deze les.
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 7,8
In deze les zitten 44 slides, met tekstslides.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Lesdoel les 1
Om een tekst goed te begrijpen moet ik de betekenis van de woorden kennen.
Ik leer 10 woorden in deze les.
Slide 1 - Tekstslide
We gaan lezen
Onderstreep een woord(en) die je niet snapt.
Je moet minstens één woord onderstrepen.
Slide 2 - Tekstslide
Welke woorden heb jij onderstreept?
Juf geeft beurten.
Je hoeft geen vinger op te steken of te gillen.
Slide 3 - Tekstslide
het grote dal tussen twee bergen in
Slide 4 - Tekstslide
iemand die in de grond zoekt naar spullen van vroeger
Slide 5 - Tekstslide
het bouwwerk waarin een belangrijk persoon begraven ligt
Slide 6 - Tekstslide
van de
Slide 7 - Tekstslide
van besturen, een land leiden
Slide 8 - Tekstslide
de vrouw met wie iemand getrouwd is
Slide 9 - Tekstslide
horen bij, zijn van
Slide 10 - Tekstslide
lijkend op
Slide 11 - Tekstslide
doodgaan, sterven
Slide 12 - Tekstslide
op een wilde manier alles stelen
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
Slide 22 - Tekstslide
aan het werk
Maak de 25 vragen!
Lees de vragen goed!
Gebruik de woordenlijst!
timer
30:00
Slide 23 - Tekstslide
Weet je nog: woorden
de vallei
behoren tot
der
de echtgenote
Slide 24 - Tekstslide
school.nieuwsbegrip.nl
Slide 25 - Link
Slide 26 - Tekstslide
lesdoel 2
Ik kan 4 woorden uit de tekst in hiërogliefen schrijven.
Het moeten wel lange woorden zijn.
Slide 27 - Tekstslide
leesbeurten
Onderstreep de woorden in de tekst die je niet snapt of kent.
Onderstreep 4 woorden die jij straks in hiërogliefen wil tekenen.
De woorden moeten tenminste uit 5 letters of meer bestaan.
Slide 28 - Tekstslide
aan het werk
Doe je best!!!!!!
Slide 29 - Tekstslide
lesdoel 2
Ik kan 4 woorden uit de tekst in hiërogliefen schrijven.
Het moeten wel lange woorden zijn.
Slide 30 - Tekstslide
Lesdoel les 3
: Ik snap de tekst nu goed en daardoor kan ik vragen beantwoorden over de tekst waarbij ik dieper na moet denken. Ik kan mijn antwoord in mooie zinnen en in mijn eigen woorden opschrijven.
Slide 31 - Tekstslide
Inleiding
Wat lees de in regel 1 en 2 over het vorige graf van een farao dat gevonden is?
1
Denke ze dat er nu nog meet graven van farao's worden gevonden?
2
Slide 32 - Tekstslide
Slide 33 - Tekstslide
Uit welke twee delen bestaat de vallei?
1
Kunnen wetenschappers hun werk goed doen als er ook toeristen rondlopen?
4
Slide 34 - Tekstslide
Slide 35 - Tekstslide
Wat is er gevonden in het graf?
Wat stond daarop?
1
Daardoor in regel 19 is een voegwoord dat een oorzaak aangeeft
2
Wat is een ander woordt voor tombe in regel 19?
3
Slide 36 - Tekstslide
Slide 37 - Tekstslide
Welke namen en getallen lees je in dit stukje?
Wat wordt daarover gezegd.
1
Wat is een mummie (r 27)?
Wat is dan mummificeren (r 29)?
2
Waar geloofden de mensen in het Oude Egypte in?
Wat moest er daarvoor gebeuren mey het licham van een dood iemand?
3
Slide 38 - Tekstslide
Slide 39 - Tekstslide
Wat lees je over het graf van Toetanchamon in regel 37-39
1
Wat lees je over het graf van Thoetmosis in regel 39
2
Slide 40 - Tekstslide
Slide 41 - Tekstslide
ARCHEOLOOG
iemand die oude voorwerpen en gebouwen opgraaft en bestudeert.