Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
2 BK Prefixes and Suffixes
Prefixes and suffixes
1 / 40
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
In deze les zitten
40 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Lesduur is:
50 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Prefixes and suffixes
Slide 1 - Tekstslide
At the end of this lesson
You know what prefixes and suffixes are.
You can correctly use prefixes and suffixes.
Slide 2 - Tekstslide
Wat is het tegenovergestelde van gelukkig? Schrijf het Nederlandse woord (= 1 woord) op.
Slide 3 - Open vraag
Wat is het tegenovergestelde van gezond? Schrijf het Nederlandse woord (= 1 woord) op.
Slide 4 - Open vraag
Voorvoegsels
On is een voorvoegsel.
Je zet dit voor een woord om het woord een andere betekenis te geven, in dit geval het tegenovergestelde.
Ongezond
Onvriendelijk
Slide 5 - Tekstslide
Bedenk een woord waar je het tegenovergestelde van krijgt door er on voor te zetten.
Slide 6 - Open vraag
Voorvoegsel/Prefix
Een voorvoegsel heet in het Engels prefix.
Een prefix komt
voor
een woord.
Een prefix verandert de betekenis
van een woord.
Slide 7 - Tekstslide
Voorvoegsel
Een voorvoegsel zet je voor een woord om het een andere betekenis te geven.
Om het tegenovergestelde te zeggen zet je er
on
voor:
vriendelijk
on
vriendelijk
prettig
on
prettig
Slide 8 - Tekstslide
Prefixes
A prefix changes the meaning of a word.
In English you can use
un
as a prefix.
able
un
able: To not be able to do something.
Example: She is
un
able to attend tomorrow's meeting.
Slide 9 - Tekstslide
Prefixes
A prefix changes the meaning of a word
In English you can use
un
as a prefix
beaten
un
beaten: To not have lost any games
Example: The team was unbeaten in the competition.
Slide 10 - Tekstslide
She was very ____ (not happy) when she lost her book.
Slide 11 - Open vraag
Example
Feyenoord is the best soccer club in the Netherlands, which makes Ajax fans very UNhappy.
Slide 12 - Tekstslide
That man over there is very _____ (not kind)
Slide 13 - Open vraag
Prefixes
A prefix changes the meaning of a word
In English you can use
un
as a prefix
fair
un
fair: not equal or not right
Example: It's unfair to give you five tests in one week.
Slide 14 - Tekstslide
I don't know if I will go to Mexico this summer. I am ......... (decided)
Slide 15 - Open vraag
The door is locked. I need to .........(lock) it so I can get in.
Slide 16 - Open vraag
Prefix: il
If you put -il in front of a word, it also means the opposite:
It is illegal to drive through a red light.
Slide 17 - Tekstslide
Prefixes
In het Nederlands gebruik je ook
her
als een voorvoegsel
Schrijven
her
schrijven
Gebruiken
her
gebruiken
Formuleren
her
formuleren
Her
gebruik je om aan te geven dat je iets opnieuw doet of moet doen. In het Engels gebruik je dan
re
Slide 18 - Tekstslide
Prefixes
A prefix changes the meaning of a word
In English you can use
re
as a prefix
fill
re
fill:
Example: I need to
re
fill my waterbottle before we go, it's nearly empty.
Slide 19 - Tekstslide
Prefixes
A prefix changes the meaning of a word
In English you can use
re
as a prefix
use
re
use:
Example: We can wash these jars and then reuse them.
Slide 20 - Tekstslide
The artist had to ____ (paint again) the picture.
Slide 21 - Open vraag
Because there was no winner the teams need to _____ (play again) the match next week.
Slide 22 - Open vraag
Prefixes
A prefix changes the meaning of a word
In English you can use
re
as a prefix
play
re
play:
Example: Because there was no winner the teams need to replay the game next week.
Slide 23 - Tekstslide
Our food has gone cold. We need to ......... (heat again) it.
Slide 24 - Open vraag
Our dog was lost, but suddenly it ...... (appeared) again.
Slide 25 - Open vraag
Suffixes
Suffixes komen achter een woord.
In deze Lessonup kijken we naar vier suffixes: -er, -ful, -less en -ing.
Prefixes en suffixes veranderen de betekenis
van het woord.
Slide 26 - Tekstslide
Suffixes / Achtervoegsels
Komen
achter
het woord.
Veranderen de betekenis
van het woord.
Slide 27 - Tekstslide
Suffixes: Less
If you put the suffix
LESS
at the end of a word, it means without.
fear fearless: Superman is a fearless man.
Slide 28 - Tekstslide
That man has no hair, he is _______.
Slide 29 - Open vraag
He was lost in de desert, he was totally ________ (help).
Slide 30 - Open vraag
Suffixes:
ER
A suffix changes the meaning of a word.
There are four suffixes: -er, -ful, -less, -ing.
If you put the suffix
ER
at the end of a verb, you show a person's occupation or job.
To paint paint
er
To teach teach
er
Slide 31 - Tekstslide
Suffixes: ful
If you put the suffix
FUL
at the end of a word, you describe a characteristic (eigenschap) of something of someone.
colour colourful
Slide 32 - Tekstslide
When the soccer player got hurt it looked very ______ (pain).
Slide 33 - Open vraag
Suffixes: ING
If you put the suffix
ing
at the end of a word, to descibe a product or action.
paint painting
walk walking
Slide 34 - Tekstslide
The builder had to build a _____
Slide 35 - Open vraag
Suffix: er
If you put the suffix er at the end of a word, to descibe a person doing an action:
The paint
er
painted a beautiful paint
ing.
Slide 36 - Tekstslide
Assignment
In pairs, write a short 2-3 sentence story using at least two prefixes and two suffixes from the lesson.
Example: The careless boy lost his toy, so his mom had to reorder a new one. He was unhappy but learned to be more careful next time.
Pairs share their stories with the class.
timer
5:00
Slide 37 - Tekstslide
Slide 38 - Tekstslide
I know what a prefix and a suffix is and I can use them correctly.
Ja, helemaal.
Ja, maar ik zou het nog een keer uitgelegd willen krijgen.
Nee, ik snap het nog niet zo goed.
Slide 39 - Poll
Homework:
Maak online:
Hoofdstuk 5
Paragraaf E, writing and grammar,
Slide 40 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
VTO 10022021
August 2022
- Les met
12 slides
Engels
Middelbare school
mavo
Leerjaar 4
Prefixes and Suffixes
10 days ago
- Les met
27 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
April 2024
- Les met
27 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
February 2025
- Les met
27 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
March 2024
- Les met
23 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
March 2024
- Les met
30 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
3 days ago
- Les met
23 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Prefixes and Suffixes
January 2025
- Les met
30 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2