T2 B5: hersenen

Welkommm
Ipad en schrift op tafel
Telefoon in tas of kluis
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkommm
Ipad en schrift op tafel
Telefoon in tas of kluis

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
  • Terugblik BS 4
  • Leerdoelen BS 5
  • Uitleg BS 5: Hersenen
  • Leerdoelen checken 
  • Vragen 
  • Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waaruit bestaat het zenuwstelsel?
A
Centrale zenuwstelsel en ruggenmerg
B
Centrale zenuwstelsel en zenuwen
C
Zenuwen en ruggenmerg
D
Hersenen en ruggenmerg

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schakelcel
Bewegingszenuwcel
Gevoelszenuwcel
sleep de juiste namen naar de zenuwcellen

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we hersenen en ruggenmerg samen?
A
Zenuwstelsel
B
Hersenstelsel
C
Centraal zenuwstelsel
D
Autonoom zenuwstelsel

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk de afbeelding.
Is dit een bewuste reactie
of een reflex?
A
Bewuste reactie
B
Reflex

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is homeostase?
A
een negatieve terugkoppeling van een regelkring
B
een positieve terugkoppeling van een regelkring
C
het in stand houden van een dynamisch evenwicht in het lichaam
D
De samenwerking tussen hormoonstelsel en zenuwstelsel

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn hormonen?
A
Een bepaald type bloedcellen
B
Boodschappers in het lichaam
C
Stoffen die werken op hormoonklieren
D
Geurstoffen die worden uitgescheiden

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De bijnieren maken het hormoon adrenaline.
Welk effect kan adrenaline hebben op je lichaam?

A
je ademhaling vertraagt
B
je hartslag daalt
C
glycogeen wordt omgezet in glucose
D
je pupillen worden kleiner

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Negatieve terugkoppeling
- Een stof remt zijn eigen aanmaak tot er te weinig is van de stof


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warmte en koude receptoren
Hersens (hypothalamus)

Rillen, klappertanden, vernauwing van bloedvaten, Minder zweet afgeven

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het resultaat van het bijsturen is de start voor een  nieuwe actie.
feedback: bijsturen van glucosegehalte door insuline en                                                            glucagon

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak een regelkring
Beschrijf in stapjes wat er gebeurt als je bloedsuikerspiegel daalt en stijgt.


Normwaarde
1)Bloedsuikerspiegel daalt

Slide 14 - Tekstslide

Het bloedsuiker wil graag in evenwicht zijn, daarom spreekt men van een glucose homeostase. Homeostase is het vermogen van meercellige organismen om het interne milieu in evenwicht te houden door middel van regelkringen in het organisme, ondanks veranderingen in de omgeving waarin het organisme zich bevindt. Het organisme is in dit geval de mens, het interne milieu het bloedsuiker, of terwijl glucose en de veranderingen zijn de schommelingen in de bloedsuikerspiegel.
Maak een regelkring
Beschrijf in stapjes wat er gebeurt als je bloedsuikerspiegel daalt en stijgt.


Normwaarde
1)Bloedsuikerspiegel daalt
Alvleesklier maakt glucagon
Glycogeen -> glucose
Bloedsuikerspiegel stijgt
Bloedsuikerspiegel stijgt
GAlvleeklier maakt insuline
Glucose -> Glycogeen
Bloedsuikerspiegel daalt

Slide 15 - Tekstslide

Het bloedsuiker wil graag in evenwicht zijn, daarom spreekt men van een glucose homeostase. Homeostase is het vermogen van meercellige organismen om het interne milieu in evenwicht te houden door middel van regelkringen in het organisme, ondanks veranderingen in de omgeving waarin het organisme zich bevindt. Het organisme is in dit geval de mens, het interne milieu het bloedsuiker, of terwijl glucose en de veranderingen zijn de schommelingen in de bloedsuikerspiegel.
Leerdoelen
Je kunt de delen van de hersenen noemen met hun functies en kenmerken.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Delen van de hersenen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hersenstam
  • De hersenstam verbindt het ruggenmerg met de hersenen.
  • Zenuwen in hoofd en hals zijn verbonden met het hersenstam -> kleine en grote hersenen
  • Anders om ook
  • Grote en kleine hersenen bestaan uit 2 helften.


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grijze en witte stof
Grijs = hersenschors cellichamen van schakelcellen 

Wit = hersenmerg
uitlopers van schakelcellen
hersenschors
hersensmerg

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grote hersenen 
  • Komen veel impulsen van zintuigen aan.
  • In de hersenschors worden impulsen verwerkt -> je wordt je bewust van de prikkel.
  • Groepje cellichamen van schakelcellen = hersencentrum

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevoelscentra en bewegingscentra
Gevoelscentra ontvangen informatie 
van zintuigen. Impulsen wordt verwerkt.

Bewegingscentra sturen spieren 
en klieren aan. Impulsen ontstaan.

Voor elk lichaamsdeel is er in elke 
hersenhelft een centrum voor 
bewegen en voelen. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevoelscentra en bewegingscentra
Gevoelscentra liggen achter centrale groeve:
- Gezichtcentra -> impulsen afkomstig van ogen.
- Gehoorcentra -> impulsen afkomstig van gehoorzintuig
- Reuk -> impulsen afkomstig van reukzintuig

liggen apart in de hersenschors


Doordat impulsen in de gevoelscentra van de grote hersenen worden verwerkt, vindt bewuste gewaarwording of bewuste waarneming van prikkels plaats

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevoelscentra en bewegingscentra
Bewegingscentra vóór de centrale groeve:
- Spraakcentrum 
- Schrijfcentrum
liggen apart in de hersenschors

bewuste bewegingen of gewilde bewegingen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleine hersenen

Kleine hersenen zijn verantwoordelijk voor coördinatie (samenwerken spieren, evenwicht bewaren).

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kleine hersenen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rondvraag
Vragen

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

leerdoelen checken

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Maak opdrachten van BS5 in LessonUp

Klaar? 
Kies uit de onderstaande mogelijkheden
  • Leer voor de SO
  • Maak een begrippenlijst
  • Maak voor jezelf een samenvatting

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies