1.4 Europa na de Eerste Wereldoorlog

1.4 Europa na de Eerste Wereldoorlog
  • Economische problemen in Duitsland
  • Het facisme
  • Nederland neutraal
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

1.4 Europa na de Eerste Wereldoorlog
  • Economische problemen in Duitsland
  • Het facisme
  • Nederland neutraal

Slide 1 - Tekstslide

Republiek van Weimar (Duitsland)
Nadat de keizer in 1918 moest aftreden werd Duitsland een republiek
  • Het parlement had nu de hoogste macht (niet de keizer!)
  • Duitsland werd een parlementaire democratie
  • De grondwet was aangenomen in de stad Weimar
     -vandaar dat Duitsland nu de "Republiek van Weimar" heet

Slide 2 - Tekstslide

Republiek van Weimar (Duitsland)
Economisch ging het erg slecht met de Republiek van Weimar
  • Door het Verdrag van Versailles moest Duitsland schuldbetalingen maken
  • In 1923 lukte dat niet meer, Duitsland besloot geld bij te drukken
    -Het gevolg hiervan was: inflatie, het geld van de Duitse burgers werd minder waard
  • Hierdoor konden mensen amper rondkomen en steeg de ontevredenheid
  • Amerika leende in 1924 veel geld aan Duitsland zodat de economie zich kon herstellen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Italië
Ook in Italië ging het slecht na de Eerste Wereldoorlog
  • Italië had nieuw grondgebied verwacht als beloning om te vechten aan de kant van de geallieerden
  • De economie ging ook enorm slecht
  • Veel Italianen twijfelde dat de democratische regering een einde aan de slechte tijden kon maken
  • Zij hadden behoefte aan één sterke leider die de orde kon herstellen

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Benito Mussolini
Mussolini kwam aan de macht in Italië
  • Hij had zijn eigen ideologie (ideeën over hoe de samenleving moet worden ingericht)
  • Zijn ideologie noemde hij het facisme:
    -Nationalisme
    -Militairisme (verheerlijking van geweld, óók tegen het volk)
    -Afkeer van de democratie, er is maar één leider nodig
    -Afkeer van persoonlijke vrijheid, nationale eengezindheid is belangrijker dan het individu
  • Mussolini werd in 1922 leider van de regering
  • Hij trok steeds meer macht naar zich toe en werd vanaf 1925 dictator
    -alle politieke partijen behalve de fascisticshe werden verboden
    -Ook maake hij een einde aan de verkiezingen

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video