Communicatie les 6

Communicatie les 6
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
LuchtvaartMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Communicatie les 6

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
1. Na het volgen van deze module kan je benoemen wat het belang is van goede medewerkers
2. Na het volgen van deze module kan je de wensen en behoeften van de klant signaleren en er op inspelen en naar handelen.
3. Na het volgen van deze module kan je verschillende manieren van communicatie inzetten om zo je doel te bereiken
4. Na het volgen van deze module kan je op een passende wijze een klant of gast begroeten

Slide 2 - Tekstslide

Lees onderstaande Link
Interne communicatie 
https://xerte.deltion.nl/USER-FILES/1715-kottens-Flipping/media/Atikel_interne_communicatie.pdf

1. Waarom denk je dat een bedrijf minder hoog scoort op klantbeleving wanneer het vooral salesgericht is?
2. Wat vind je van het selectiebeleid van Zappos? Denk je dat je zo inderdaad aan het juiste type medewerker kunt komen? Motiveer je antwoord.



Slide 3 - Tekstslide

Het belang van goede medewerkers
Gelukkige medewerkers maken gelukkige klanten en gelukkige klanten zorgen voor gelukkige medewerkers. Het neerzetten van een goede klantbeleving begint bij de interne communicatie.

Slide 4 - Tekstslide

Hoe doe je dat?
1. Zorg dat medewerkers weten waar het bedrijf voor staat 

2. Geef je medewerkers een stem (undercover boss)

3. Breng medewerkers als eerste op de hoogte van ontwikkelingen 

Slide 5 - Tekstslide

De wensen en behoeften van de klant signaleren en er op inspelen en naar handelen


Wat is goed klantcontact?
1. Accepteren dat klanten mondig zijn en serieus genomen willen worden.

 2.Klantcontacten zijn voor veel bedrijven de enige manier om zich te kunnen onderscheiden van de concurrenten. 

3. Goed klantcontact is dus vooral klantcontact van wat zowel de klant als het bedrijf daarvan verwacht. Goed klantcontact kan zowel kwalitatief als kwantitatief gemeten worden.


Slide 6 - Tekstslide

Kwalitatief
Voorbeeld: De manier waarop de klant te woord wordt gestaan of de juistheid en volledigheid van het antwoord dat de klant krijgt.

 Belangrijk hierbij is: Inventariseer de behoeften en wensen van je klant en probeer hier zo veel mogelijk aan te voldoen. 

Slide 7 - Tekstslide

Kwantitatief

Tastbaar en meetbaar
 Bijvoorbeeld de levertijd, de wachttijd, het percentage van het klantcontact dat in één keer is afgehandeld enzovoort. 
Wat is belangrijk?
Probeer het klantcontact daarop af te stemmen.


Slide 8 - Tekstslide

Klantgerichtheid hangt vooral vast aan de volgende punten:  
• meedenken met de klant
• afspraken nakomen
• snelheid van handelen
• kwaliteit leveren
• professioneel overkomen
• accuraat zijn
• kalmte uitstralen
• een goede gesprekspartner zijn
• efficiënt kunnen overleggen.


Slide 9 - Tekstslide

Communicatie inzetten 
Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hier gaat het om communicatie tussen twee of meer mensen. 

Communiceren kan met woorden, dan is het verbale communicatie. Communicatie kan ook zonder woorden, dan is het non-verbale communicatie. Verbale en non-verbale communicatie verschillen per cultuur. 

Slide 10 - Tekstslide

Inhoudsniveau communicatie 
Het inhoudsniveau is de letterlijke betekenis van een boodschap. 
Het gaat hierbij om het overdragen van concrete inhoudelijke informatie.

De volgende vragen staan centraal:
• Wat is het doel van het gesprek?
• Wat is het gespreksonderwerp?
• Wat wordt gezegd?

Slide 11 - Tekstslide

Betrekkingsniveau communicatie
Hoe wordt een boodschap opgevat en hoe zijn de verhoudingen tussen de gesprekspartners zijn.  

De volgende vragen zijn hierbij van belang:
• Hoe is de sfeer in het gesprek?
• Hoe spreekt men elkaar aan?
• Hoe gaat men met elkaar om?
• Het gaat dus niet om wat gezegd wordt, maar om de manier waarop het gezegd wordt. 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Non-verbale communicatie 
70% van je communicatie is non-verbaal. 
 


Enkele manieren van non-verbale communicatie:
• gezichtsuitdrukkingen
• stemklank en -volume
• houding
• oogcontact
• gebaren en bewegingen
• uiterlijk.


Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Tot slot
Alstublieft mevrouw, hier staat het artikel dat u zocht. Kan ik verder nog iets voor u betekenen?’ Of je zegt: ‘Ik loop even voor u naar het magazijn om te kijken of het artikel nog op voorraad is, ik ben zo bij u terug.’ 

Je gebruikt u en je zegt goedemorgen

Slide 16 - Tekstslide