H7.5 BB werkgelegenheid

H7 
 B §5: Werkgelegenheid
Ik heb klaar liggen: 
  • rekenmachine,
  • IPAD

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

H7 
 B §5: Werkgelegenheid
Ik heb klaar liggen: 
  • rekenmachine,
  • IPAD

Slide 1 - Tekstslide

Arbeidsplaatsen
 Alle beschikbare betaalde banen bij elkaar zijn de arbeidsplaatsen
De arbeidsplaatsen zijn bezet of onbezet. Bij onbezet is er sprake van een vacature.

Werkgelegenheid = alle bezette en onbezette arbeidsplaatsen                                                                bij elkaar. 
7.1

Slide 2 - Tekstslide

Werklozen
Beroepsbevolking
Beroepsbevolking:
Alle mensen tussen 15 en pensioenleeftijd die werken of werkloos zijn!!
Werkzame   beroepsbevolking:
Het werkzame deel van de beroepsbevolking
7.1

Slide 3 - Tekstslide

Doel 7.5: 
B: Ik kan uitleggen waardoor de werkgelegenheid kan stijgen of dalen.
B: Ik weet hoe je de arbeidsproductiviteit per uur kunt uitrekenen.

Slide 4 - Tekstslide

Werkgelegenheid

Het aantal arbeidsplaatsen dat beschikbaar is bij bedrijven en de overheid = de vraag naar arbeid


De werkgelegenheid kan:

stijgen: door nieuwe bedrijven die starten of bedrijven die uitbreiden
dalen: door bedrijven die failliet gaan of bedrijven die inkrimpen


7.1

Slide 5 - Tekstslide

Arbeidsproductiviteit
Arbeidsproductiviteit is de productie per werknemer in een bepaalde tijd.

Bedrijven willen het liefst een zo hoog mogelijke arbeidsproductiviteit. (Als arbeidsproductiviteit stijgt -> dalen loonkosten-> verkoopprijs kan omlaag -> afzet neemt toe

Hoe hoger de arbeidsproductiviteit, hoe lager werkgelegenheid

Slide 6 - Tekstslide

Arbeidsproductiviteit
Wat een persoon kan produceren in een bepaalde tijd

Formule voor arbeidsproductiviteit

Productie : gewerkte tijd = arbeidsproductiviteit

Slide 7 - Tekstslide

Hoe kan je arbeidsproductiviteit verbeteren?


- technologische ontwikkelingen
- scholing (uitvoerende en leidinggevende functies)
- beloning
- verbeteren van de arbeidsomstandigheden

Slide 8 - Tekstslide

Wat is de arbeidsproductiviteit?
A
Productie per werknemer
B
De productie per werknemer in een bepaalde tijd
C
Het aantal uur dat een werknemer werkt per dag
D
Het aantal uur dat een werknemer werkt per week

Slide 9 - Quizvraag

Jolie bakt 20 koekjes per uur
Henk bakt 25 koekjes per uur
Wie heeft een hogere arbeidsproductiviteit per uur?
A
Henk en Jolie
B
Jolie
C
Henk
D
Geen van beiden

Slide 10 - Quizvraag

Fred werkt 4 uur op een dag.
hij zet 28 tafels in elkaar per dag
Wat is zijn arbeidsproductiviteit per uur?
A
4 uur / 28 tafels = 0,14 tafels per uur
B
28 tafels x 4 uur = 112 tafels per uur
C
28 tafels per uur
D
28 tafels / 4 uur = 7 tafels per uur

Slide 11 - Quizvraag

Lisa bakt 32 taarten op een dag.
Ze doet dit in 8 uur tijd.
Wat is haar arbeidsproductiviteit per uur?
A
32 taarten / 8 uur = 4 taarten per uur
B
8 uur / 32 taarten = 0,25 taarten per uur
C
32 taarten / 2 = 16 taarten per uur
D
8 taarten per uur

Slide 12 - Quizvraag

Een bedrijf produceert 30.000 frikadellen. Er werken 25 mensen in de fabriek en 5 op kantoor. Bereken de arbeidsproductiviteit.
A
1.200
B
750
C
1.000
D
6.000

Slide 13 - Quizvraag

Peter werkt 32 uur per week, wat voor soort baan heeft Peter?
A
Flexibele baan
B
Voltijdbaan
C
Deeltijdbaan
D
Tijdelijke baan

Slide 14 - Quizvraag

Hoeveel uur in de week werk je minimaal als je een voltijdbaan hebt?
A
34
B
36
C
38
D
40

Slide 15 - Quizvraag

Arbeidsproductiviteit neemt toe door goede scholing.
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

In een fabriek werken 50 werknemers.
Deze werknemers produceren per dag 60.000 koekjes.
Bereken de arbeidsproductiviteit per dag.

Slide 17 - Open vraag

Een glasblazer kan 1 fles maken in 5 minuten.
Hoeveel flessen maakt hij op een totale werkdag van 8 uur?

Slide 18 - Open vraag

Een machine kan in 5 minuten 100 flessen maken.
Hoeveel flessen worden er nu gemaakt op een werkdag van 8 uur?

Slide 19 - Open vraag

Waarom wil een bedrijf een zo hoog mogelijke arbeidsproductiviteit bereiken?

Slide 20 - Open vraag