2F 19-03

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


Slide 1 - Tekstslide

Als je je niet aan de regels houdt
  1.  Mondelinge waarschuwing.
  2. Naam op het bord met het 1e streepje achter je naam.
  3. 2e streepje = nablijven of uitgestuurd.

Slide 2 - Tekstslide

Programma 2F woensdag 19-03
  • Lezen
  • Terugblik
  • Uitleg debatteren
  • Mini-debat voeren in groepjes

Slide 3 - Tekstslide

Lezen


Jana, Bram, Dex, Djoy en Fedor
 mogen voor laten lezen op hun Chromebook.




Slide 4 - Tekstslide

Weet je nog?
Welke 2 betekenissen van het woord motiveren ken je nog?

Slide 5 - Tekstslide

Samenvatting
Motiveren kan 2 dingen betekenen:
  1.  Iemand aansporen iets te doen
  2. Uitleggen waarom je iets vindt.

Slide 6 - Tekstslide

Wat is een debat volgens jou?

Slide 7 - Tekstslide

Laten we kijken naar een debat ...

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Wat viel je op?

Wat gebeurt er tijdens een debat?

Slide 10 - Tekstslide

Een debat
  • Een debat is een speciale soort discussie met regels.
  • Er zijn twee groepen: één is voor en één is tegen.
  • Elke groep heeft een mening over het onderwerp > standpunt.
  • Je gebruikt goede redenen (argumenten) om jouw mening te onderbouwen.
  • Het is niet de bedoeling dat het ruzie wordt!

Slide 11 - Tekstslide

In de Tweede Kamer wordt elke dag gedebatteerd. Maar ook jij hebt deze vaardigheden vaker nodig dan je misschien denkt...

Slide 12 - Tekstslide

Welke situatie kun je bedenken waarin je moet kunnen debatteren?

Slide 13 - Tekstslide

Situaties waarin je debatteert
  1. Ouders overtuigen – Bijvoorbeeld als je later thuis wilt komen of een nieuwe telefoon wilt. Je moet goede redenen geven om je ouders te overtuigen.
  2. Vrienden overtuigen – Bijvoorbeeld als je wil bepalen welke film jullie kijken of waar jullie naartoe gaan. Je moet uitleggen waarom jouw idee het beste is.
  3. Sport of hobby's – Bijvoorbeeld als je in een team zit en je het niet eens bent met een beslissing, moet je uitleggen waarom jouw idee beter is.

Slide 14 - Tekstslide

Wat we vandaag gaan doen
  • Je maakt kennis met debatteren.
  • Je gaat in groepjes een mini-debat voeren.

Slide 15 - Tekstslide

Basisregels voor een goed debat
  • Stellingen > Je kunt het ermee eens zijn of niet.
  • Argumenten > goede argumenten zijn goed uitgelegd en kloppen. Er worden feiten gebruikt om de ander te overtuigen.
  • Spreekbeurten > Laat de ander uitpraten.
  • Respect > Geen geschreeuw of beledigingen.

Slide 16 - Tekstslide

Mini debat in groepjes
  • We maken groepjes van 4 > met SOM2day. 1 iemand is de voorzitter.
  • Er komt een stelling op het bord. Bedenk of jij voor of tegen de stelling bent en bedenk een goed argument.
  • Om de beurt mag je zeggen of je het eens bent met de stelling of niet. We reageren nog niet op elkaar.
  • Als iedereen geweest is, mag je op elkaar reageren.

Slide 17 - Tekstslide

Stelling 1: Je moet zelf je kamer opruimen. Dat is niet de taak van je ouders.
timer
5:00

Slide 18 - Tekstslide

Hoe ging dit?
  1. Is iedereen aan het woord gekomen?
  2. Lukte het om rustig te blijven en te blijven luisteren naar de ander?
  3. Werden jullie het eens?
  4. Moet je het überhaupt altijd eens worden?

Slide 19 - Tekstslide

Ronde 2
We wisselen de groepjes.

Slide 20 - Tekstslide

Stelling 2: social media maakt vriendschappen sterker
timer
5:00

Slide 21 - Tekstslide

Ronde 3
We wisselen de groepjes.

Slide 22 - Tekstslide

Stelling 3: Iedereen zou een bijbaantje moeten hebben vanaf 14 jaar.
timer
5:00

Slide 23 - Tekstslide

Terugkijken
  1. Wat vond je goed gaan?
  2. Wat was lastig?
  3. Wat heb je geleerd?
  4. Welk cijfer zou je jezelf geven en waarom?

Slide 24 - Tekstslide