2E woensdag 19-03

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 1,2

In deze les zitten 37 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


Slide 1 - Tekstslide

Als je je niet aan de regels houdt
  1.  Mondelinge waarschuwing.
  2. Naam op het bord met het 1e streepje achter je naam.
  3. 2e streepje = nablijven of uitgestuurd.

Slide 2 - Tekstslide

Programma 2E 19-03
Lezen
Terugblik
Uitleg debatteren
Mini-debat voeren in groepjes.
Kijk/luisteroefening met een liedje.

Slide 3 - Tekstslide

Herinnering aan maandag
De docent krijgt de klas niet stil. Jij bent de enige die ervoor kan zorgen dat je stil bent. Dat kan niemand anders voor je doen.

Een goede les maken we samen!

Slide 4 - Tekstslide

Lezen


Dyslexie? Dan mag je voor laten lezen op je Chromebook.




Slide 5 - Tekstslide

timer
2:00

Slide 6 - Tekstslide

We gaan verder met een terugblik naar de vorige les...

Slide 7 - Tekstslide

Weet je nog?
Welke 2 betekenissen van het woord motiveren ken je nog?

Slide 8 - Tekstslide

Samenvatting
Motiveren kan 2 dingen betekenen:
  1.  Iemand aansporen iets te doen
  2. Uitleggen waarom je iets vindt.

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeldzinnen met "motiveren"
  1. De leraar vroeg aan Sam om zijn antwoord te motiveren, dus hij legde uit waarom hij die keuze had gemaakt.
  2. Je moet motiveren waarom je te laat bent, anders krijg je misschien strafwerk.
  3. In een discussie is het belangrijk om je mening te motiveren, zodat anderen begrijpen waarom je dat vindt.

Slide 10 - Tekstslide

Motiveren kan ook iets anders betekenen
  1. De leraar probeerde de leerlingen te motiveren om harder te werken door te zeggen dat ze dan een beloning kregen.
  2. Lisa motiveerde haar beste vriend om door te zetten met sporten, omdat ze wist dat het goed voor zijn gezondheid was.
  3. De coach gaf een motiverende speech om het voetbalteam enthousiast te maken voor de belangrijke wedstrijd.

Slide 11 - Tekstslide

Wat we vandaag gaan doen
  • Je maakt kennis met debatteren.
  • Je gaat in groepjes een mini-debat voeren.

Slide 12 - Tekstslide

Wat is een debat volgens jou?

Slide 13 - Tekstslide

Laten we kijken naar een stukje van een debat ...

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Link

Wat viel je op?

Wat gebeurt er tijdens een debat?

Slide 16 - Tekstslide

Een debat
  • Een debat is een speciale soort discussie met regels.
  • Er zijn twee groepen: één is voor en één is tegen.
  • Elke groep heeft een mening over het onderwerp > standpunt.
  • Je gebruikt goede redenen (argumenten) om jouw mening te onderbouwen.
  • Het is niet de bedoeling dat het ruzie wordt!

Slide 17 - Tekstslide

In de Tweede Kamer wordt elke dag gedebatteerd. Maar ook jij hebt deze vaardigheden vaker nodig dan je misschien denkt...

Slide 18 - Tekstslide

Welke situatie kun je bedenken waarin je moet kunnen debatteren?

Slide 19 - Tekstslide

Situaties waarin je debatteert
  1. Ouders overtuigen – Bijvoorbeeld als je later thuis wilt komen of een nieuwe telefoon wilt. Je moet goede redenen geven om je ouders te overtuigen.
  2. Vrienden overtuigen – Bijvoorbeeld als je wil bepalen welke film jullie kijken of waar jullie naartoe gaan. Je moet uitleggen waarom jouw idee het beste is.
  3. Sport of hobby's – Bijvoorbeeld als je in een team zit en je het niet eens bent met een beslissing, moet je uitleggen waarom jouw idee beter is.

Slide 20 - Tekstslide

Basisregels voor een goed debat
  • Stellingen > Je kunt het ermee eens zijn of niet.
  • Argumenten > goede argumenten zijn goed uitgelegd en kloppen. Er worden feiten gebruikt om de ander te overtuigen.
  • Spreekbeurten > Laat de ander uitpraten.
  • Respect > Geen geschreeuw of beledigingen.

Slide 21 - Tekstslide

Mini debat in groepjes
  • We maken groepjes van 4 > met SOM2day. 1 iemand is de voorzitter.
  • Er komt een stelling op het bord. Bedenk of jij voor of tegen de stelling bent en bedenk een goed argument.
  • Om de beurt mag je zeggen of je het eens bent met de stelling of niet. We reageren nog niet op elkaar.
  • Als iedereen geweest is, mag je op elkaar reageren.

Slide 22 - Tekstslide

Stelling 1: Je moet zelf je kamer opruimen. Dat is niet de taak van je ouders.
timer
5:00

Slide 23 - Tekstslide

Hoe ging dit?
  1. Is iedereen aan het woord gekomen?
  2. Lukte het om rustig te blijven en te blijven luisteren naar de ander?
  3. Werden jullie het eens?
  4. Moet je het überhaupt altijd eens worden?

Slide 24 - Tekstslide

Ronde 2
We wisselen de groepjes.

Slide 25 - Tekstslide

Stelling 2: social media maakt vriendschappen sterker
timer
5:00

Slide 26 - Tekstslide

Ronde 3
We wisselen de groepjes.

Slide 27 - Tekstslide

Stelling 3: Iedereen zou een bijbaantje moeten hebben vanaf 14 jaar.
timer
5:00

Slide 28 - Tekstslide

Terugkijken
  1. Wat vond je goed gaan?
  2. Wat was lastig?
  3. Wat heb je geleerd?
  4. Welk cijfer zou je jezelf geven en waarom?

Slide 29 - Tekstslide

Kijken en luisteren oefenen met het liedje kleur van Snelle
Vul tijdens het kijken/luisteren de vragen op je blad in.

Slide 30 - Tekstslide

Waarom zijn kijk/luistervaardigheden eigenlijk belangrijk denk je?

Slide 31 - Tekstslide

Kijken/luistervaardigheden
Kijk- en luistervaardigheden zijn superbelangrijk, omdat je die elke dag gebruikt, vaak zonder dat je het doorhebt! Hier zijn een paar redenen waarom het handig is om hier goed in te worden...

Slide 32 - Tekstslide

Waarom kijk/luistervaardigheden belangrijk zijn
  • Handig bij school en werk 
  • Nepnieuws en reclame doorzien.
  • Gesprekken makkelijker voeren.
  • Veiligheid in het dagelijks leven – Denk aan verkeersinformatie, of omroepberichten op het station.

Slide 33 - Tekstslide

Lees de vragen.

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

De antwoorden bespreken

Slide 36 - Tekstslide

Tijd over?
Optie 1: Spel uit de beweegpot 
Optie 2: kahoot

Slide 37 - Tekstslide