- Tegenwoordig gaat veel communicatie via de mail.
- Komt waarschijnlijk voor in je examen ;)
Slide 2 - Tekstslide
Wat moet je weten voordat je gaat schrijven?
Als je gaat schrijven, moet je weten:
wat doelgroepen zijn;
hoe een goede e-mail eruitziet;
wanneer je een zakelijke (formele) e-mail schrijft en wanneer een persoonlijke (informele) brief;
welke schrijfdoelen er zijn.
Slide 3 - Tekstslide
Waar moet je op letten?
inhoudelijk
- doelgroep;
- schrijfdoel;
- taalgebruik;
- feiten/meningen.
opbouw
- noemen van het onderwerp;
- aanhef;
- afsluiting;
- alinea's (regels wit).
Slide 4 - Tekstslide
Doelgroep
De doelgroep is de groep mensen voor wie iets speciaal bedoeld is.
Slide 5 - Tekstslide
formeel en informeel taalgebruik
Aan mensen die je kent (bekenden) schrijf je informeel.
Aan mensen die je niet kent (onbekenden) of ouderen schrijf je formeel.
Slide 6 - Tekstslide
Schrijfdoel
Voordat je een tekst gaat schrijven, moet je nadenken over de tekst die je gaat schrijven.
Wat je met je tekst bereiken?
(tekstdoel)
De vijf belangrijkste schrijfdoelen zijn:
informeren;
overhalen (om iets te doen);
amuseren;
instructie geven
overtuigen (van jouw mening)
Slide 7 - Tekstslide
Argumenten
Als je uitleg geeft over iets waarom je het zo vindt, dan geef je een argument. De meest sterke argumenten zijn feiten, maar ook meningen kunnen gebruikt worden.
Slide 8 - Tekstslide
Klassikale opdracht
Slide 9 - Tekstslide
Opdracht (alleen)
1. Zoek online een vacature die bij je profiel past waar je op zou willen solliciteren.
2. Vraag aan je docent of het een passende vacature is.
3. Schrijf een e-mail om te solliciteren op die vacature.
4. Let goed op je taalgebruik, aanhef, afsluiting en alinea's.
5. Controleer je e-mail goed, pas hem aan waar nodig en lever de mail in via Classroom
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.