Ontstaan van democratische revoluties vragen oefenen

Ontstaan van democratische revoluties vragen oefenen
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Ontstaan van democratische revoluties vragen oefenen

Slide 1 - Tekstslide

Geef een zo uitgebreid mogelijk defenitie van absolutisme

Slide 2 - Open vraag

Lodewijk XVI was absoluut vorst.
Hoe zette hij de adel buiten spel?

Slide 3 - Open vraag

Slide 4 - Tekstslide

Gaat het hier over de Wetenschappelijke revolutie of de verlichting. Leg je antwoord uit

Slide 5 - Open vraag

Wat is de scheiding der machten?
de Trias Politica
A
wetgevende macht los van uitvoerende macht
B
gelijkheidsdenken en soevereiniteit
C
wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht los van elkaar
D
Soevereiniteit

Slide 6 - Quizvraag


Sapere aude” (durf te weten) is door de filosoof Immanuel Kant in 1784 in een essay gebruikt als motto voor de verliching

Leg uit wat Kant met dit motto duidelijk wilde maken.

Slide 7 - Open vraag

De Amerikaanse grondwet beschermde mensen tegen machtsmisbruik.
[2] a Leg uit hoe de drie verschillende machten in de Verenigde Staten elkaar in evenwicht hielden.

Slide 8 - Open vraag

Leg uit, met een bronverwijzing, dat de bron past bij het verlicht absolutisme.

In 1777 schrijft de Pruisische koning Frederik de Grote over de manier waarop een land moet worden bestuurd:
‘De koning is de vertegenwoordiger van de staat. Hij en zijn volk vormen samen één lichaam, dat alleen gelukkig kan zijn als de afzonderlijke delen door eensgezindheid bij elkaar worden gehouden. De vorst is voor de samenleving wat het hoofd is voor het lichaam: hij moet voor de hele gemeenschap zien, denken en optreden om haar alle gewenste voordelen te verschaffen. Als men wil dat het koningschap het wint van de republikeinse staatsvorm, dan staat de opdracht van de koning vast: hij moet energiek en eerlijk zijn, en al zijn krachten gebruiken om de taak die hem is opgelegd te vervullen.’

Slide 9 - Open vraag

Wat is een patriot?

Slide 10 - Open vraag