Je krijgt € 3,50 zakgeld. Je vriend Arno heeft € 4,00 zakgeld, Björn € 2,50 en Chris en Dirk krijgen elk € 4,50. Bereken hoeveel zakgeld jullie gemiddeld per persoon krijgen.
Slide 10 - Open vraag
Jij hebt al jaren dezelfde telefoon. Een klasgenoot heeft altijd de nieuwste iPhone. Dit heeft vooral te maken met verschil in:
A
budget
B
leeftijd
C
geslacht
D
smaak
Slide 11 - Quizvraag
Vul de juiste woorden in. Als jij een bepaald merk mobiele telefoon wilt omdat jouw vriendin er ook zo een heeft, is dat ...(1)... beïnvloeding. Als jij dat merk koopt omdat een verkoper in de winkel je overtuigd heeft, is dat ...(2)... beïnvloeding.
Slide 12 - Open vraag
Wat willen winkeliers en fabrikanten bereiken met hun reclame?
Slide 13 - Open vraag
Wat voor nut heeft reclame voor een consument? Noem twee mogelijkheden.
Slide 14 - Open vraag
Procent berekenen
Slide 15 - Tekstslide
De prijs van een T-shirt is € 19,95. In de uitverkoop krijg je 65% korting. Bereken de prijs in de uitverkoop.
Slide 16 - Open vraag
Wie doet een vergelijkend warenonderzoek?
Slide 17 - Open vraag
Wat hoort bij elkaar
gezond en veilig
controle
product in orde
Deugdelijk product
Warenwet
NVWA
Slide 18 - Sleepvraag
Wat is het verschil tussen loon en winst?
Slide 19 - Open vraag
omrekenen van week naar maand
Slide 20 - Tekstslide
omrekenen van maand naar week
Slide 21 - Tekstslide
Maud heeft een maandbegroting gemaakt. Inkomsten: zakgeld € 19,50 en oppasgeld € 15,00. Uitgaven: schoolkantine € 10,00, sport € 9,00 en tijdschrift € 4,50. Bereken het zakgeld van Maud per week.
Slide 22 - Open vraag
Maud heeft een maandbegroting gemaakt. Inkomsten: zakgeld € 19,50 en oppasgeld € 15,00. Uitgaven: schoolkantine € 10,00, sport € 9,00 en tijdschrift € 4,50. Bereken hoeveel Maud per maand over of tekort heeft.
Slide 23 - Open vraag
Welk begrip hoort bij het juiste voorbeeld.
Huishoudelijke uitgaven
Incidentele uitgaven
Vaste lasten
Kleding, nieuwe telefoon
Abonnement, contributie
Snacks, kapper
Slide 24 - Sleepvraag
Reserveren per maand
Benodigde bedrag : aantal maanden
Slide 25 - Tekstslide
Ruben wil een crossfiets. Hij heeft een mooie gezien voor € 189,00. Het komende halfjaar gaat hij er elke maand een bedrag voor opzij zetten. Bereken welk bedrag Ruben elke maand moet reserveren.