20250313 BU ZRGVVIP423 niveau 4 leerjaar 2 3.4: Criminaliteit en straf

VIP423
BURGERSCHAP

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

VIP423
BURGERSCHAP

Slide 1 - Tekstslide

BURGERSCHAP: Kies 4

Thema 1 De multiculturele samenleving
Thema 2 Verkiezingen
Thema 3 Gedrag en veiligheid
Thema 4 Aan het werk
Thema 5 Media en consumeren
Thema 6 Wereldburgerschap




Slide 2 - Tekstslide

Planning VIP423
Thema 3 – Gedrag en Veiligheid:

  • Donderdag 13-02-2025: 3.1: Identiteit en levensstijl
  • Donderdag 27-02-2025: 3.2: Gedrag
  • Donderdag 06-03-2025: 3.3: Veiligheid
  • Donderdag 13-03-2025: 3.4: Criminaliteit en straf
  • Donderdag 20-03-2025: TOETS thema 3









Slide 3 - Tekstslide

timer
20:00

Slide 4 - Tekstslide

Dagelijks nieuws

Slide 5 - Tekstslide

Afspraak voor de toets:
1. Huiswerk mee en het thema afgerond.
2. Oefeningen op studiemeter af.

Dan mag je de toets maken.

Slide 6 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

Slide 7 - Tekstslide

Lesdoelen: 3.4: Criminaliteit en straf

Crimineel gedrag: Gedrag waarbij iemand wetten en regels op een ernstige manier overtreedt. 

Misdrijf: Een zware overtreding. 

Preventie: Maatregelen nemen om te proberen iets te voorkomen, bijvoorbeeld het plegen van een misdrijf. 

Strafzaak: Een rechtszaak waarbij een verdachte terecht staat vanwege een misdrijf. 

Strafblad: Een document waarin staat dat je de wet hebt overtreden. 


Slide 8 - Tekstslide

 Les 3.4: Criminaliteit en straf

Er zijn verschillende factoren die de kans op het
ontwikkelen van strafbaar gedrag vergroten
of juist verkleinen.

Met risicofactoren bedoelen we omstandigheden die de kans op bepaald gedrag vergroten.

Beschermende factoren zijn eigenschappen en omstandigheden die de kans op crimineel gedrag juist verkleinen.



Slide 9 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

Risicofactoren:

  1. Psychische problemen: aangeboren eigenschappen of
    onveilige opvoeding
  2. Foute vrienden / groepsdruk
  3. Alcohol- en drugsgebruik




Slide 10 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf
Beschermende factoren:
  1. Werk en onderwijs
  2. Een relatie
  3. Het gezin
  4. Sociale vaardigheden

Slide 11 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf


Een recidivist is een persoon die steeds opnieuw strafbare
feiten pleegt.

Van alle opgroeiende jongeren is ongeveer 5 procent
recidivist.


Slide 12 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

Het strafrecht omvat alle regels en wetten over het straffen van mensen die de wet hebben overtreden.

In het strafrecht zijn de taken en bevoegdheden van de officier van justitie, de politie en de rechter vastgelegd, maar ook de rechten en plichten van verdachten.

De belangrijkste uitgangspunten van het strafrecht:
  • Je kunt alleen worden gestraft voor iets wat volgens de wet strafbaar is.
  • Er wordt rekening gehouden met de zwaarte van het delict.




Slide 13 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

  • De rechter kijkt altijd naar de situatie waarin het delict plaatsvond.

  • De rechter moet rekening houden met de achtergrond en de persoonlijke eigenschappen van de dader.

  • De rechter houdt rekening met de leeftijd van de verdachte. Voor jongeren geldt het jeugdstrafrecht.



Slide 14 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

Jeugdstrafrecht: In Nederland worden kinderen tot 12 jaar niet vervolgd
en bestraft. Daarom spreekt de politie met de ouders of wordt Bureau Jeugdzorg ingeschakeld.

Jongeren van 12 tot 18 jaar vallen onder het jeugdstrafrecht. In het Wetboek van Strafrecht staan aparte regels die alleen voor deze groep gelden. Zo is er een speciale Kinderrechter en zijn de rechtszittingen niet openbaar.



Slide 15 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

Je bent pas verdachte als er een redelijk vermoeden is dat je schuldig bent aan een strafbaar feit. 

De verdachte heeft het recht te weten waarvan hij verdacht wordt.

De politie moet de verdachte erop wijzen dat hij recht heeft op hulp van een advocaat vanaf het moment van inverzekeringstelling.

Een verdachte heeft het recht te zwijgen tijdens het verhoor en hoeft ook niet mee te werken aan het onderzoek.

De politie mag een verdachte maar voor een beperkte tijd vasthouden.





Slide 16 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

Elke verdachte heeft recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter.

Tijdens het proces heeft een verdachte recht op rechtsbijstand (meestal een advocaat) en een tolk als hij de Nederlandse taal niet spreekt.


Slide 17 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

Een verdachte is onschuldig totdat hij door de rechter schuldig is bevonden.

Als de rechter vindt dat er te weinig bewijs is om iemand schuldig te verklaren, volgt vrijspraak.

Na de uitspraak van de rechter mag een verdachte (en ook het OM) in hoger beroep gaan.


Misdrijven en overtredingen kunnen verjaren.



Slide 18 - Tekstslide

Les 3.4: Criminaliteit en straf

Slide 19 - Tekstslide

Zelfwerktijd


Les 3.4: pagina 143-153 + achterstallig huiswerk


timer
45:00

Slide 20 - Tekstslide

Terugblik: 3.4: Criminaliteit en straf

Crimineel gedrag: Gedrag waarbij iemand wetten en regels op een ernstige manier overtreedt. 

Misdrijf: Een zware overtreding. 

Preventie: Maatregelen nemen om te proberen iets te voorkomen, bijvoorbeeld het plegen van een misdrijf. 

Strafzaak: Een rechtszaak waarbij een verdachte terecht staat vanwege een misdrijf. 

Strafblad: Een document waarin staat dat je de wet hebt overtreden. 


Slide 21 - Tekstslide