Waarnemen

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Sociale wetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Waarnemen

Slide 2 - Woordweb

Waarnemen is het leren kennen van de omgeving via de zintuigen.

Slide 3 - Tekstslide

  Hoe verloopt het waarnemingsproces?
1. Je zintuigen ontvangen allerlei prikkels = receptoren
2. De prikkels worden via sensorische zenuwbaan verzonden naar de hersenen.
3. De prikkels worden in de hersenen verwerkt = decoder
4. Door de verwerking krijgt de prikkel een betekenis. 
5. Je reageert op de prikkel = effectoren. 


Slide 4 - Tekstslide

De reactie kan twee vormen aannemen:


  • spierwerking (beweging): je begint te lopen, je schrikt, je krabt, …
  • klierwerken (afscheiding): je ogen tranen als je uien snijdt, je krijgt water in je mond als je frietjes ruikt, ….
  • Bij een baby uiten die reacties zich in reflexen. Een reflex is een automatische reactie op een prikkel uit de omgeving.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Werking zenuwstelsel
Je verbrand je hand tijdens het koken
De prikkel wordt opgevangen door het perifere zenuwstelsel en de info wordt doorgestuurd naar het centrale zenuwstelsel.
Je laat de pan vallen en loopt naar de kraan om je hand onder lauw water te houden.
Via het ruggenmerg komt de info in de hersenen aan. De hersenen verwerken deze info en vormen een gepaste reactie hierop.
Dit antwoord wordt via het centrale zenuwstelsel doorgestuurd naar het perifere zenuwstelsel.

Slide 7 - Sleepvraag

Volgorde van het waarnemingsschema
A
Prikkel - hersenen - zintuig - gedrag
B
Zintuig - prikkel - hersenen - gedrag
C
Prikkel - zintuig - hersenen - gedrag
D
Zintuig - hersenen - prikkel - gedrag

Slide 8 - Quizvraag

Prikkels

Prikkels zijn waarneembare veranderingen in onze omgeving of in ons lichaam die een reactie uitlokken.

• Selectie van prikkels p 8
Als we al die prikkels zouden registreren dan zouden we gek worden.
Testje: Maak de klas stil, sluit je ogen en probeer alle geluiden, geuren trillingen in je op te nemen. Noteer alle waarnemingen die je hebt opgevangen.


Slide 9 - Tekstslide

• Welke prikkels registreren je hersenen?
  1. Verandering: iets dat anders is valt onmiddellijk op
  2. Beweging: hoe meer beweging hoe meer het opvalt.
  3. Herhaling
  4. Intensiteit

Slide 10 - Tekstslide

1. Verandering
Onze zintuigen passen zich aan en merken vooral veranderingen op. We worden overspoelt met prikkels.
We moeten dus een onderscheid kunnen maken. 
  => door veranderingen op te merken en daar een betekenis aan te geven. 
 

Slide 11 - Tekstslide

Veranderingen: voorbeelden

  • Bv. Je merkt het niet meer op wanneer je een ring of horloge draagt. Maar als je ze uitdoet en vergeet weer aan te doen, dan voelen we wel een gemis.

  • Bv. Als je na de pauze in de klas terugkomt, valt de onfrisse geur die er hangt direct op. Voor je uit de klas vertrok was je je hier niet bewust van. 

Slide 12 - Tekstslide

2. Beweging

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

3. Herhaling
Als je een prikkel steeds opnieuw ontvangt, dan zal je na een tijdje gewend geraken aan die prikkel en hem niet zo sterk meer ervaren.
Bijvoorbeeld:
  • Je parfum
  • het getik van een wandklok
  • De trein die voorbij rijdt

Noteer p 8 zelf een voorbeeld!

Slide 15 - Tekstslide

De parabel van de gekookte kikker.

Stop een kikker in een pan met heet water dan springt hij eruit.
Stop je hem in een pan met koud water en warm je het water langzaam op dan zal de kikker blijven zitten en door de langzame opwarming van het water wordt de kikker gekookt en sterft hij. 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

4. Intensiteit
hoe groter hoe meer het opvalt
=> absolute drempel = minimale intensiteit die een prikkel nodig heeft om op te vangen
Prikkels die je ontvangt, moeten sterk genoeg zijn om waarneembaar te zijn. Dat geldt voor alle zintuigen.
  • soms is het geluid te ver en kan je het niet horen
  • soms is het voorwerp te ver en kan je het niet zien
  • soms is het gewoon te donker en kan je het niet zien
Vul in p 9 en 10

Slide 18 - Tekstslide

Kenmerken van het waarnemingsproces
  • De waarneming is subjectief

 De meeste waarnemingen zijn heel persoonlijk. 
Niet iedereen geeft aan dezelfde waarneming dezelfde betekenis. Dus is de waarneming subjectief.
Voorbeelden in het dagelijkse leven:
- Niet iedereen vindt paars een mooie kleur.
- Niet iedereen houdt van zoete gerechten.
- Niet iedereen heeft het bij dezelfde temperatuur koud.
  

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Kenmerken van het waarnemingsproces
  • Fysiologische beperkingen van de zintuigen

Een waarneming is soms beperkt door fysiologische factoren 
voorbeeld: 
- iemand die slechthorend is verstaat de andere niet altijd
- iemand die slecht ziet neemt anders waar dan iemand met een goed zicht

 
  

Slide 22 - Tekstslide

Kenmerken van het waarnemingsproces
  • Invloed van de fysiologische toestand 

Zoals:
- ziekte, vermoeidheid, pijn, ...
- alcohol, drugs, ...
- warmte, koude, honger, dorst


 
  

Slide 23 - Tekstslide

Kenmerken van het waarnemingsproces
  • Invloed van psychologische factoren 

- gevoelens: liefde maakt blind
- behoeften: iemand die een kind wil ziet overal zwangere vrouwen of vrouwen met baby's 
- aandacht: als iets je interesseert kan je er makkelijker de aandacht bijhouden (bijv. op een fuif met veel lawaai kan je toch nog een gesprek volgen)



 
  

Slide 24 - Tekstslide

Kenmerken van het waarnemingsproces
  • Vooroordelen

= oordeel gebaseerd op subjectieve, persoonlijke ervaringen  niet gebaseerd op feiten
-> denk aan racisme = aangeleerd => men kan het ook afleren




 
  

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Wat zie je?

Slide 27 - Tekstslide

Plaats in de uploadzone.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide