Les 1 - Blok 5 Grammatica: persoonsvorm en bijvoeglijke bepaling

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
- Lesdoel
- Overzicht periode 3
- Theorie blok 5
- Opdrachten maken 
- Opdracht bespreken
- Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
Aan het einde van de les...

✓ weet je de toetsing van periode 3

✓ heb je het persoonsvorm herhaald

✓ weet je hoe je een bijvoeglijke bepaling vindt








Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Periode 3
Fictiedossier
- Leesboek
- Documentaire (Shabu)
- 3PAK
- Gedicht/rap
- Eindopdracht
Presentatie
- Pitch

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
Aan het einde van de les...
weet je hoe je een artikel moet schrijven 


Hebben we dit behaald? 





Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Jip
wil
pauze.

Slide 6 - Sleepvraag

3 minuten
Persoonsvorm
In elke zin staan werkwoorden. Een van deze werkwoorden is de persoonsvorm.

Hoe vind je de persoonsvorm?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonsvorm
  • De zin vragend te maken.
    Het eerste werkwoord is de persoonsvorm.
Ik mag mijn jas aantrekken. 
Mag ik mijn jas aantrekken?

  • De zin in een andere tijd te zetten. 
    Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.
Jullie werken hard tijdens de les.
Jullie werkten hard tijdens de les.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Manier 1: Vraagproef

De zin vragend te maken. Het eerste werkwoord is de persoonsvorm.


- Ik mag mijn jas aantrekken. 
- Mag ik mijn jas aantrekken?
Manier 2: Tijdproef

De zin in een andere tijd te zetten. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.

- Jullie werken hard tijdens de les.
- Jullie werkten hard tijdens de les.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moeilijk geval


- Wat is de persoonsvorm in deze zin? 
'Hoe heet dat meisje daar?'


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moeilijk geval
- Wat is de persoonsvorm in deze zin? 
'Hoe heet dat meisje daar?'

Heet - want....
1. Bij een vraagzin ga je op zoek naar het eerste werkwoord (niet het eerste woord)

2. Als je de zin van tijd verandert, veranderd 'heet' naar 'heette'

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Redekundig ontleden (zinsdelen benoemen)
De lachende kinderen geven een dikke knuffel aan de oma in het zonnige park
PV = geven 
WWG = geven 
OW = De lachende kinderen
LV = een dikke knuffel
MV = aan de oma 
BWB = in het zonnige park

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zinsdelen benoemen: herhaling
Zinsdeel
Hoe te vinden
Werkwoordelijk gezegde
Alle werkwoorden in een zin
Onderwerp
Wie/wat + wwg
Lijdend voorwerp
Wat/wie + wwg + ow 
Meewerkend voorwerp
Aan/voor wie + wwg + ow + lv
Bijwoordelijke bepaling
Waar? Wanneer? Hoe? Hoe veel? Waarom? Waarheen?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijvoeglijke bepaling

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Bijvoeglijke bepaling
= geeft extra informatie over het zelfstandig naamwoord

Belangrijk: is geen apart zinsdeel, maar hoort bij een zinsdeel!

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zelfstandig naamwoorden zie je?
1) De schattige kleuters maken een groot cadeau voor hun vader tijdens de les

2) De lachende kinderen geven een dikke knuffel aan de oma in het zonnige park

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Staat er iets in de zin wat extra info geeft over de zn?

1) De schattige kleuters maken een groot cadeau voor hun vader tijdens de les

2) De lachende kinderen geven een dikke knuffel aan de oude oma in het zonnige park

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Staat er iets in de zin wat extra info geeft over de zn?

1) De schattige kleuters maken een groot cadeau voor hun vader tijdens de les

Schattige --> kleuters
Groot --> cadeau
Bijvoeglijk bepaling: schattige en groot

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meer voorbeelden
1) De zwarte auto die nieuw is staat geparkeerd voor mijn deur

2) De roze trui is warm 

3) Mijn zusje die in Engeland woont, komt morgen langs

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken / verlengde instructie
Wat
Hoofdstuk 5 Grammatica
Blz. 251
Opdracht 1 t/m 4

Hoe
Boek en schrift (blz. 252 staat de theorie)
Hulp
Zelfstandig of uitleg (bij mij)
Tijd
25 minuten
Klaar?
Goed! Lees de theorie op blz. 253
timer
25:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
Aan het einde van de les...

weet je de toetsing van periode 3

heb je het persoonsvorm herhaald

weet je hoe je een bijvoeglijke bepaling vindt








Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies