Hoofdstuk 3: Keuken schoonmaken

Agenda : vrijdag 21 maart 2025
1. Schoonmaak in de keuken
2.Seizoenen
3. België bundel afwerken 
4. proefspel + presentatie provincie 
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Agenda : vrijdag 21 maart 2025
1. Schoonmaak in de keuken
2.Seizoenen
3. België bundel afwerken 
4. proefspel + presentatie provincie 

Slide 1 - Tekstslide

Keuken schoonmaken

Slide 2 - Tekstslide

Wat betekent hygiëne?
A
letten op je werkhouding
B
schoon en netjes werken
C
bacteriën
D
micro-organismen

Slide 3 - Quizvraag

Waar denk jij aan wanneer je het hebt over hygiëne in de keuken?

Slide 4 - Open vraag

Welke risico loop je als de hygiëne in de keuken niet ok is?

Slide 5 - Open vraag

Wat bedoelen we met:
Schoonmaakfrequentie

Slide 6 - Open vraag

Dagelijks

Slide 7 - Woordweb

Periodiek

Slide 8 - Woordweb

Wat zijn micro-organismen?
A
Die maken je ziek
B
Vervelende dingen in de keuken
C
Bacteriën en schimmels
D
Kleine beestjes

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Video

Waar houden micro-organismen van?
A
Warmte - eten - kou
B
warmte - voedsel - eten
C
vocht - kou - voedsel
D
warmte - voedsel - vocht

Slide 11 - Quizvraag

Afwassen met de hand

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

wat is de juiste volgorde van afwassen met de hand?
1
2
3
4
5

Slide 14 - Sleepvraag

Op welke twee manieren kun je afwassen?
A
met de voet
B
met de vaatwasser
C
met de hand
D
afspoelen onder de kraan

Slide 15 - Quizvraag

Welk soort kookplaat bestaat NIET?
A
gasfornuis
B
reductiekookplaat
C
inductiekookplaat
D
elektrische kookplaat

Slide 16 - Quizvraag

Wat zijn de 4 stappen die je neemt als je moet afwassen met de hand?

Slide 17 - Open vraag

1.Voorbereiden - schraap het eten eraf .
 2.Vullen - pak wat schoon, heet, sop . 
3.Wassen - schrob ze onder water . 
4. Spoelen - was alle sop en resten eraf .

Slide 18 - Tekstslide

Waarom moet je de kookplaat schoonmaken na het gebruik?
A
Etensresten kunnen inbranden
B
Dat is hygiënischer
C
Dat heb je nog een restje voedsel over
D
Dat staat mooi

Slide 19 - Quizvraag

Hoe vaak moet je de koelkast schoonmaken?
A
1 keer per dag
B
1 keer per week
C
1 keer per maand
D
1 keer per jaar

Slide 20 - Quizvraag

waar let ik op wanneer ik de koelkast schoon ga maken?
A
of er genoeg lekkere dingen in de koelkast staan
B
of er producten in staan die over de datum zijn
C
of de koelkast niet te vol staat
D
of er niet te weinig dingen in de koelkast staan

Slide 21 - Quizvraag

Koelkast schoonmaken
Zet de koelkast weer aan en ruim hem op
Maak de roosters en de groentelade schoon
Haal de roosters en de groentelade eruit
Maak de binnenkant, de deuren en de buitenkant schoon
Maak de koelkast leeg
Trek de stekker eruit
1
2
3
4
5
6

Slide 22 - Sleepvraag

Wat betekent t.h.t.?

Slide 23 - Open vraag

Waar bewaar je iets als er op staat 'koel en donker bewaren'?
A
in de koelkast
B
in de vriezer
C
in een gewone kast als het maar donker is

Slide 24 - Quizvraag

Noem een product dat niet zo lang houdbaar is?

Slide 25 - Open vraag

wat is de eerste stap als je een magnetron schoon gaat maken?
A
stekker uit het stopcontact halen
B
de magnetron aanzetten
C
controleren of alle knopjes het nog doen
D
het deurtje open zetten om te laten luchten

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Kan jij het op 5 min? 
https://lezenvoorgebruik.be/memory-game

Slide 28 - Tekstslide

Sleep het woord naar het goede plaatje
het afwasmiddel
de afwasborstel
het vaatdoekje
de 
theedoek

Slide 29 - Sleepvraag

Wat is dit voor een doek?
A
Vaatdoek
B
Werkdoek
C
Theedoek
D
Handdoek

Slide 30 - Quizvraag

Wat is dit voor een doek?
A
Theedoek
B
Werkdoek
C
Handdoek
D
Vaatdoek

Slide 31 - Quizvraag

Wat is dit voor een doek?

A
Werkdoek
B
Theedoek
C
Handdoek
D
Vaatdoek

Slide 32 - Quizvraag