§4.2 snelheid berekenen

§4.2 snelheid berekenen
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScienceMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

§4.2 snelheid berekenen

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen
  • Ik kan de formule voor gemiddelde snelheid opnoemen


  • ik kan de gemiddelde snelheid, afstand of tijd uitrekenen

  • Ik kan van km/h naar m/s omrekenen en andersom



Slide 2 - Tekstslide

§4.2 snelheid berekenen

Slide 3 - Tekstslide

Snelheid berekenen
s = afstand in m (of km)

v = snelheid in m/s (of km/h)

t = tijd in seconde (of uur)

Slide 4 - Tekstslide

Een fietser legt 20 kilometer af in 60 minuten
Wat is zijn gemiddelde snelheid
A
20 km/uur
B
20 km/minuut
C
60 minuut/km
D
1 uur/km

Slide 5 - Quizvraag

Snelheid omrekenen

Slide 6 - Tekstslide

Snelheid naar 100 km/h 
  • 100 kilometer in 1 uur
  • Wat betekent dit nou?

Slide 7 - Tekstslide

Meter per seconde
  • Je kunt snelheid omrekenen van km/h naar m/s
  • Binnen de natuurkunde is dit de standaard eenheid!
  • Wanneer is dit zinvol om te gebruiken?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Stan rijdt 130 km/h.
Hoeveel m/s is dat?
A
36 m/s
B
468 m/s
C
72 m/s
D
100 m/s

Slide 10 - Quizvraag

Max verstappen reed met een gemiddelde snelheid van 280 km per uur. Welke afstand reed hij in 2 uur
noteer: formule, gegevens en berekening

Slide 11 - Open vraag

aan de slag
Maak nu de volgende opdrachten:
blz. 122 - 123
Vraag 14, 19, 20, 27 en 2 punten naar keuze
timer
10:00

Slide 12 - Tekstslide

Snelheid berekenen
snelheid=tijdafstand
afstand: kilometer (km)
snelheid: kilometer per uur (km/h
tijd: uren (h)
afstand: meter (m)
snelheid: meter per seconde (m/s)
tijd: seconde (s)

Slide 13 - Tekstslide

Afstand berekenen met een formule
afstand=snelheid  tijd
afstand: kilometer (km)
snelheid: kilometer per uur (km/h
tijd: uren (h)
afstand: meter (m)
snelheid: meter per seconde (m/s)
tijd: seconde (s)

Slide 14 - Tekstslide

Even oefenen!
Gaby rijdt op een E-bike. Ze rijdt met een snelheid van 25,2 km/h op een fietspad. Ze rijdt over een bruggetje en begint te tellen.
Ze rijdt na 13 seconde weer over een bruggetje en stopt
met tellen.
Wat is de afstand tussen de bruggetjes?  

Gebruik: Gegeven, Gevraagd, Formule, Berekening, Antwoord

Slide 15 - Tekstslide

antwoord Gaby!
Gegeven:          snelheid = 25,2 : 3,6 = 7 m/s, tijd = 13 s
Gevraagd:        afstand

Formule: 

Berekening: 

Antwoord:       De afstand tussen de bruggetjes is 91 m

afstand=snelheid  tijd
afstand=7  13=91

Slide 16 - Tekstslide

Reactietijd

"De tijd die verstrijkt tussen het 'zien' en het 'handelen' noemen we de reactietijd."

Slide 17 - Tekstslide

Reactietijd
Afhankelijk van de bestuurder. 
Reactie tijd: 0,7-1,0 
• niet opletten 
• Vermoeidheid 
• Alcohol 
• Drugs 
• Medicijnen

Slide 18 - Tekstslide

Uitdaging
Op de volgende dia vind je een link.
Open deze link en ik daag je uit om iedereen te verslaan.
Probeer dit 10 keer en maak elke keer een screenshot van jou reactietijd. Stuur de foto met je beste tijd in op de volgende dia.
Hoe snel is jouw reactie?????

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Link

Reactieafstand
"De afstand die wordt afgelegd tijdens de reactietijd"

Slide 21 - Tekstslide

Even oefenen!
Gaby rijdt op een E-bike. Ze rijdt met een snelheid van 22 km/h op een fietspad.
Plotseling steekt er 15 m voor haar de familie eend over.
Het duurt 1,2 seconde voordat Gaby begint te remmen.
a. Bereken de reactieafstand van Gaby.

Tijdens het remmen legt Gaby 5 meter af.
b. Leg uit of Gaby op tijd stil staat. 
Gebruik: G,G,F,B,A

Slide 22 - Tekstslide

antwoord Gaby!
Gegeven:          snelheid = 22 : 3,6 = 6,1 m/s, tijd = 1,2 s
Gevraagd:        reactieafstand

Formule: 

Berekening: 

Antwoord:       De reactieafstand van Gaby is 7,32 m

reactieafstand=snelheid  tijd
reactieafstand=6,1  1,2=7,32

Slide 23 - Tekstslide

antwoord Gaby!
b. Gaby staatstil na 7,32 + 5  = 12,32 m.
Dit is ruim minder dan 15 m.

Slide 24 - Tekstslide

De vleugels van een bij bewegen 600x per minuut.
Hoe vaak bewegen ze per seconde?
A
1x
B
10x
C
60x
D
100x

Slide 25 - Quizvraag

Welke eenheden moet je weten om de gemiddelde snelheid te kunnen berekenen
A
meter en uur
B
kilometer en uur
C
kilometer en seconde
D
afstand en tijd

Slide 26 - Quizvraag

wat is de formule om de gemiddelde snelheid te berekenen
A
gemiddelde snelheid= tijd x afstand
B
gemiddelde snelheid= snelheid : afstand
C
gemiddelde snelheid = afstand: tijd
D
gemiddelde snelheid= snelheid:tijd

Slide 27 - Quizvraag

Een auto rijdt 385 km met een gemiddelde snelheid 110 km/h. Berekenen hoelang de auto over die afstand rijdt.
A
t = 3,5 h
B
t = 0,29 h

Slide 28 - Quizvraag

3. Fleur woont 1,75 km van school. Ze fietst in zes minuten van huis naar school.
Wat is de gemiddelde snelheid van Fleur in km/h? Schrijf de hele berekening op.

A
1,75 km/h
B
0,3 km/h
C
17,5 km/h
D
10 km/h

Slide 29 - Quizvraag

Als je de afgelegde afstand en de benodigde tijd weet, kun je de gemiddelde snelheid berekenen. Hoe bereken je de gemiddelde snelheid?
De gemiddelde snelheid is:
A
de afstand gedeeld door de tijd
B
De afstand maal de tijd
C
De tijd gedeeld door de afstand
D
De tijd plus de afstand

Slide 30 - Quizvraag

wat is lastig volgens jouw
A
de gemiddelde snelheid berekenen?
B
van m/s naar km/h
C
geen van beide

Slide 31 - Quizvraag

Fleur woont 1,75 km van school. Ze fietst in zes minuten van huis naar school.
Wat is de gemiddelde snelheid van Fleur in km/h? Schrijf de hele berekening op.

A
16.5 km/h
B
17.5 km/h
C
18.5 km/h
D
19.5 km/h

Slide 32 - Quizvraag

Een auto legt in 72 minuten een afstand van 95 kilometer wat was zijn gemiddelde snelheid?
(maak een berekening op je blaadje)
A
A. 114km/h
B
B. 114m/s
C
C. 79km/h
D
79m/s

Slide 33 - Quizvraag

Met welke formule kun je de snelheid berekenen?
A
v = s x t
B
v = s + t
C
v = s / t
D
v = s - t

Slide 34 - Quizvraag

Met welke formule kun je de snelheid berekenen?
A
v = s x t
B
v = t / s
C
v = s / t

Slide 35 - Quizvraag

Met welke formule kun je de snelheid berekenen?
A
t=vs
B
s=vt
C
v=ts
D
v=st

Slide 36 - Quizvraag

Wat is een eenparige beweging?
Dit is een beweging waarbij
A
de snelheid nooit hetzelfde is
B
de snelheid vergroot
C
de snelheid vermindert
D
de snelheid constant is

Slide 37 - Quizvraag

Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 38 - Quizvraag

Wat voor soort beweging is dit?
A
Vertraagde beweging
B
Constante beweging
C
Versnelde beweging

Slide 39 - Quizvraag

Wat voor soort beweging is dit?
A
Vertraagde beweging
B
Eenparige beweging
C
Versnelde beweging

Slide 40 - Quizvraag

Wat voor soort beweging is dit?
A
Vertraagde beweging
B
Eenparige beweging
C
Versnelde beweging

Slide 41 - Quizvraag

Wat voor beweging is dit?
A
Eenparig versnelde beweging
B
Eenparig vertraagde beweging
C
Constante beweging
D
Stilstand

Slide 42 - Quizvraag

wat voor beweging zie je hier?
A
versnelde beweging
B
eenparige beweging
C
vertraagde beweging

Slide 43 - Quizvraag

hoe heet het bewegen van de darmen?
A
elastiek
B
peristaltiek
C
paraplastiek
D
trekken

Slide 44 - Quizvraag

Wat kan je zeggen van de afstand bij
een eenparige beweging?
Wat kan je zeggen van de afstand bij een eenparige beweging?
A
de afstand neemt af
B
de afstand blijft gelijk
C
de afstand neemt toe

Slide 45 - Quizvraag