4.3 Reactieafstand

H4 - Bewegen


Wat hebben deze met elkaar te maken?
→ Snelheid,  Afstand ,Tijd
 
snelheid=tijdafstand
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScienceMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

H4 - Bewegen


Wat hebben deze met elkaar te maken?
→ Snelheid,  Afstand ,Tijd
 
snelheid=tijdafstand

Slide 1 - Tekstslide

§4.3 - Reactieafstand

Slide 2 - Tekstslide

Je leert ...
  • hoe je de afstand berekent als je de snelheid en tijd weet;
  • dat je tijd nodig hebt om op een onverwachte gebeurtenis te reageren;
  • dat snel reageren belangrijk is voor de veiligheid in het verkeer.

Slide 3 - Tekstslide

Discussie!
Deze bewerkte foto heeft een duidelijke
boodschap en is gebruikt in een les
over veilig verkeer.

Bedenk wat de boodschap zou zijn
van deze foto.

Slide 4 - Tekstslide

Snelheid berekenen
snelheid=tijdafstand
afstand: kilometer (km)
snelheid: kilometer per uur (km/h
tijd: uren (h)
afstand: meter (m)
snelheid: meter per seconde (m/s)
tijd: seconde (s)

Slide 5 - Tekstslide

Afstand berekenen met een formule
afstand=snelheid  tijd
afstand: kilometer (km)
snelheid: kilometer per uur (km/h
tijd: uren (h)
afstand: meter (m)
snelheid: meter per seconde (m/s)
tijd: seconde (s)

Slide 6 - Tekstslide

Even oefenen!
Gaby rijdt op een E-bike. Ze rijdt met een snelheid van 25,2 km/h op een fietspad. Ze rijdt over een bruggetje en begint te tellen.
Ze rijdt na 13 seconde weer over een bruggetje en stopt
met tellen.
Wat is de afstand tussen de bruggetjes?  

Gebruik: Gegeven, Gevraagd, Formule, Berekening, Antwoord

Slide 7 - Tekstslide

antwoord Gaby!
Gegeven:          snelheid = 25,2 : 3,6 = 7 m/s, tijd = 13 s
Gevraagd:        afstand

Formule: 

Berekening: 

Antwoord:       De afstand tussen de bruggetjes is 91 m

afstand=snelheid  tijd
afstand=7  13=91

Slide 8 - Tekstslide

Reactietijd

"De tijd die verstrijkt tussen het 'zien' en het 'handelen' noemen we de reactietijd."

Slide 9 - Tekstslide

Reactietijd
Afhankelijk van de bestuurder. 
Reactie tijd: 0,7-1,0 
• niet opletten 
• Vermoeidheid 
• Alcohol 
• Drugs 
• Medicijnen

Slide 10 - Tekstslide

Uitdaging
Op de volgende dia vind je een link.
Open deze link en ik daag je uit om iedereen te verslaan.
Probeer dit 10 keer en maak elke keer een screenshot van jou reactietijd. Stuur de foto met je beste tijd in op de volgende dia.
Hoe snel is jouw reactie?????

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Wat was jou snelste tijd?

Slide 13 - Open vraag

Reactieafstand
"De afstand die wordt afgelegd tijdens de reactietijd"

Slide 14 - Tekstslide

Reactieafstand berekenen
reactieafstand=snelheid  reactietijd
reactieafstand: meter (m)
snelheid: meter per seconde (m/s)
tijd: seconde (s)

Slide 15 - Tekstslide

Opdrachten maken

10:20 Lab sessie
Snelheid §4.1 → B12, B13, B18, B19
Snelheid berekenen §4.2 → B26, B27 t/m C35
Reactieafstand §4.3 → B41, B42, A45 t/m B49

11:00 Communicatie sessie


Routes:

Route A: Zelfstandig samenvatten + leren
Route B: Vragen maken
Route C: Vragen maken met mr. Howell
timer
1:00

Slide 16 - Tekstslide

Opdrachten maken

12:20 Lab sessie
Snelheid §4.1 → B10, C12, C13, D15 OF D19
Snelheid berekenen §4.2 → B21, B22 +B23 EN C24T/M C27
Reactieafstand §4.3 → B434,B38

13:00 Communicatie sessie


Routes:

Route A: Zelfstandig samenvatten + leren
Route B: Vragen maken
Route C: Vragen maken met mr. Howell
timer
1:00

Slide 17 - Tekstslide

Even oefenen!
Gaby rijdt op een E-bike. Ze rijdt met een snelheid van 22 km/h op een fietspad.
Plotseling steekt er 15 m voor haar de familie eend over.
Het duurt 1,2 seconde voordat Gaby begint te remmen.
a. Bereken de reactieafstand van Gaby.

Tijdens het remmen legt Gaby 5 meter af.
b. Leg uit of Gaby op tijd stil staat. 
Gebruik: G,G,F,B,A

Slide 18 - Tekstslide

antwoord Gaby!
Gegeven:          snelheid = 22 : 3,6 = 6,1 m/s, tijd = 1,2 s
Gevraagd:        reactieafstand

Formule: 

Berekening: 

Antwoord:       De reactieafstand van Gaby is 7,32 m

reactieafstand=snelheid  tijd
reactieafstand=6,1  1,2=7,32

Slide 19 - Tekstslide

antwoord Gaby!
b. Gaby staatstil na 7,32 + 5  = 12,32 m.
Dit is ruim minder dan 15 m.

Slide 20 - Tekstslide

Opdrachten maken
Planning
9:00 Verwonder Sessie + Herhalen.    
9:20 Lab Sessie

Route A: Samenvatten + leren
Route B: Vragen maken alleen
Route C: Vragen maken samen met Mr. Howell

10:00 Communicatie Sessie

Routes:
Route A: Zelfstandig samenvatten + leren
Route B: Vragen maken
Route C: Vragen maken met mr. Howell
timer
1:00:00
Opgaven


§4.1  
B10, C12, C13, D14, 
§4.2
A17, B18 + B19 + B21, B22,B23,C24,C25

Slide 21 - Tekstslide

Opdrachten maken
Weektaak:
Waar? Bladzijde 185 t/m 194
Wat? Opdracht 43 t/m 58
Hoe? In je werkboek
Klaar? Nakijken
timer
1:00

Slide 22 - Tekstslide

De vleugels van een bij bewegen 600x per minuut.
Hoe vaak bewegen ze per seconde?
A
1x
B
10x
C
60x
D
100x

Slide 23 - Quizvraag

Welke eenheden moet je weten om de gemiddelde snelheid te kunnen berekenen
A
meter en uur
B
kilometer en uur
C
kilometer en seconde
D
afstand en tijd

Slide 24 - Quizvraag

wat is de formule om de gemiddelde snelheid te berekenen
A
gemiddelde snelheid= tijd x afstand
B
gemiddelde snelheid= snelheid : afstand
C
gemiddelde snelheid = afstand: tijd
D
gemiddelde snelheid= snelheid:tijd

Slide 25 - Quizvraag

Een auto rijdt 385 km met een gemiddelde snelheid 110 km/h. Berekenen hoelang de auto over die afstand rijdt.
A
t = 3,5 h
B
t = 0,29 h

Slide 26 - Quizvraag

3. Fleur woont 1,75 km van school. Ze fietst in zes minuten van huis naar school.
Wat is de gemiddelde snelheid van Fleur in km/h? Schrijf de hele berekening op.

A
1,75 km/h
B
0,3 km/h
C
17,5 km/h
D
10 km/h

Slide 27 - Quizvraag

Als je de afgelegde afstand en de benodigde tijd weet, kun je de gemiddelde snelheid berekenen. Hoe bereken je de gemiddelde snelheid?
De gemiddelde snelheid is:
A
de afstand gedeeld door de tijd
B
De afstand maal de tijd
C
De tijd gedeeld door de afstand
D
De tijd plus de afstand

Slide 28 - Quizvraag

wat is lastig volgens jouw
A
de gemiddelde snelheid berekenen?
B
van m/s naar km/h
C
geen van beide

Slide 29 - Quizvraag

Fleur woont 1,75 km van school. Ze fietst in zes minuten van huis naar school.
Wat is de gemiddelde snelheid van Fleur in km/h? Schrijf de hele berekening op.

A
16.5 km/h
B
17.5 km/h
C
18.5 km/h
D
19.5 km/h

Slide 30 - Quizvraag

Een auto legt in 72 minuten een afstand van 95 kilometer wat was zijn gemiddelde snelheid?
(maak een berekening op je blaadje)
A
A. 114km/h
B
B. 114m/s
C
C. 79km/h
D
79m/s

Slide 31 - Quizvraag

Met welke formule kun je de snelheid berekenen?
A
v = s x t
B
v = s + t
C
v = s / t
D
v = s - t

Slide 32 - Quizvraag

Met welke formule kun je de snelheid berekenen?
A
v = s x t
B
v = t / s
C
v = s / t

Slide 33 - Quizvraag

Met welke formule kun je de snelheid berekenen?
A
t=vs
B
s=vt
C
v=ts
D
v=st

Slide 34 - Quizvraag

Wat is een eenparige beweging?
Dit is een beweging waarbij
A
de snelheid nooit hetzelfde is
B
de snelheid vergroot
C
de snelheid vermindert
D
de snelheid constant is

Slide 35 - Quizvraag

Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 36 - Quizvraag

Wat voor soort beweging is dit?
A
Vertraagde beweging
B
Constante beweging
C
Versnelde beweging

Slide 37 - Quizvraag

Wat voor soort beweging is dit?
A
Vertraagde beweging
B
Eenparige beweging
C
Versnelde beweging

Slide 38 - Quizvraag

Wat voor soort beweging is dit?
A
Vertraagde beweging
B
Eenparige beweging
C
Versnelde beweging

Slide 39 - Quizvraag

Wat voor beweging is dit?
A
Eenparig versnelde beweging
B
Eenparig vertraagde beweging
C
Constante beweging
D
Stilstand

Slide 40 - Quizvraag

wat voor beweging zie je hier?
A
versnelde beweging
B
eenparige beweging
C
vertraagde beweging

Slide 41 - Quizvraag

hoe heet het bewegen van de darmen?
A
elastiek
B
peristaltiek
C
paraplastiek
D
trekken

Slide 42 - Quizvraag

Wat kan je zeggen van de afstand bij
een eenparige beweging?
Wat kan je zeggen van de afstand bij een eenparige beweging?
A
de afstand neemt af
B
de afstand blijft gelijk
C
de afstand neemt toe

Slide 43 - Quizvraag

Weet je nu......?
- hoe je de afstand berekent als je de snelheid en tijd weet;
- dat je tijd nodig hebt om op een onverwachte gebeurtenis te reageren;
- dat snel reageren belangrijk is voor de veiligheid in het verkeer.
😒🙁😐🙂😃

Slide 44 - Poll