In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
*Zit er altijd in!
*heeft meestal een duidelijke betekenis
* kan alleen in de zin voorkomen, maar met andere werkwoorden staat het (meestal) achteraan in de zin
- heeft geen duidelijke betekenis (laten mogen, hebben, willen etc.)
- kan niet niet zijn eentje voorkomen (helpt het zww)
- kunnen er meer dan één van in de zin staan