24/25 week 10 maart

  • battle
  • les devoirs - werkblad (A3B)
  • grammaire - revision
  • lire
Le but: à la fin de ce cours:
  • begrijp ik eenvoudige nieuwsberichten
  • heb ik met de werkwoorden geoefend
  • heb ik nieuwe woorden geleerd
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

  • battle
  • les devoirs - werkblad (A3B)
  • grammaire - revision
  • lire
Le but: à la fin de ce cours:
  • begrijp ik eenvoudige nieuwsberichten
  • heb ik met de werkwoorden geoefend
  • heb ik nieuwe woorden geleerd

Slide 1 - Tekstslide

Battle
A3A - A3B

Apprendre 8 blz 130 
(5 min tijd om te leren - aleen met boek, geen laptop)

Ken je het al? Herhaal dan apprendres 1, 2, 4

timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Nakijken werkblad
A3B

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Au travail -exercice 24-25
Klaar? 
Maak grammaire extra blz 137 exercice 8G 
timer
5:00

Slide 5 - Tekstslide

Exercice 24
JOURNAL - LIRE
MUSIQUE - ECOUTER
VOLEUR - CAMBRIOLER
MANIFESTATION - PROTESTER
COLLÉGIEN - ETUDIER
POLICE - SURVEILLER
BRUIT - ENTENDRE
VILLE - HABITER

Slide 6 - Tekstslide

Lire - blz 124
- ik zeg zo welk 2-tal welk tekstje gaat lezen
- lees het tekstje eerst individueel door
- bespreek kort samen de inhoud van de tekst
- bedenk 3 realistische vragen voor een ander tweetal
- denk aan het soort vragen dat je op een toets kan verwachten
- Lastig? Denk aan de 5W+H regel
(wie?, wat?, waar?, wanneer, waarom?, hoe?)
timer
5:00

Slide 7 - Tekstslide

Au travail
Maken exercices 26 en 28 blz 124 / 125

Klaar? 
Maak exercice 8g blz 137 
8i blz 138
16f en 16g blz 139

Slide 8 - Tekstslide

Blooket werkwoorden

Slide 9 - Tekstslide

  • les devoirs - blooket 
  • grammaire - imparfait versus passé composé
  • lire et écrire
  • les devoirs
Le but: à la fin de ce cours:
  • kan ik een eenvoudig nieuwsbericht schrijven

Slide 10 - Tekstslide

Werkwoordstijden
Je ziet zo een tekst in het Frans en de Nederlandse vertaling. Soms wordt de imparfait gebruikt en soms de passé composé.

Wanneer gebruik je in het Frans de imparfait en wanneer de passé composé?

Slide 12 - Tekstslide

Il y avait plein d’étoiles, c’était le soir et j’arrosais mes plantes. Le silence était total. Soudain,
une boule brillante, orange et rouge, est apparue dans le ciel. Elle l’a traversé du nord au sud, sans aucun
bruit. Le matin, tous les journaux en ont parlé : que s’est-il passé ? Qu’est-ce que nous avons vu la nuit
dernière ? 
Er waren veel sterren, het was avond en ik gaf mijn planten water. Het was helemaal stil. Plotseling verscheen er een schitterende bol, oranje en rood, aan de hemel. Hij ging van noord naar zuid, zonder geluid te maken. 'S ochtends hadden alle kranten het erover: Wat is er gebeurd? Wat hebben we afgelopen nacht gezien?

Slide 13 - Tekstslide

Imparfait:
Verleden tijd

  • Gewoontes
  • Toestanden
  • Iets dat gedurende een bepaalde tijd gebeurde
  • Eigenschappen die iets/iemand toen had.
Passé composé:
Ook verleden tijd

  • Handelingen
  • Plotselinge gebeurtenissen
  • Voltooide feiten (net als in het Nederlands)

Slide 14 - Tekstslide

Uitdrukkingen met de imparfait die je kunt gebruiken in je tekst. Wat is het hele werkwoord?
Il y avait
Er was/Er waren
C'était/C'étaient
Het was/Het waren
Apparaissait/Apparaissaient
Verscheen/verschenen
voulait/voulaient
wilde/wilden
avait/avaient
had/hadden
Noteer onder apprendre 10

Slide 15 - Tekstslide

Exercice 30 - voorbeelduitwerking
Dans la soirée du 12 novembre, Marianne P. est allée voir ses grands-parents après son cours de danse. Elle a vu que la porte de leur maison était ouverte. Elle a entendu un bruit dans la cuisine. Après, Marianne P. a vu un homme grand sortir par une fenêtre. C’était un cambrioleur. Il était entré dans la maison de ses grands-parents. Elle a téléphoné à la police. Mais, quelle erreur ! L’homme n’était pas un cambrioleur. C’était le nouveau voisin des grands-parents. Il voulait laisser un bouquet de fleurs dans leur cuisine.

ca. 90 woorden. TW 3 = 60-80 woorden.

Slide 16 - Tekstslide

Exercice 30 
Kies een van de 2 foto's en schrijf een nieuwsbericht. Gebruik ongeveer 60-80 woorden per nieuwsbericht.

Qu'est-ce qui c'est passé - wat is er gebeurd
Quand /Où  - wanneer /waar heeft het plaatsgevonden
Qui - wie heeft wat gezien / ontdekt
Pourquoi (waarom) et comment (hoe)



Slide 17 - Tekstslide

Les devoirs - dinsdag 
inleveren exercice 30
- 60-80 woorden
- gebruik de antwoorden van exercice 29 als voorbeeld
- Anders kijk ik het niet na - je hebt er niks aan als voorbreriending
- Schrijf het zelf - zonder google translate
- Gebruik de woorden van dit hoofdstuk en tot nu toe geleerd (en onderdeel écrire)
Les devoirs - dinsdag
- leren apprendre 8 
NL-FA en FA-NL
BATTLE

Slide 18 - Tekstslide

Les devoirs
Leer apprendre 8 (N-F)
Maken exercices 25, 26, 28 blz 123-125


Slide 19 - Tekstslide

Exercice 25
1 Le voleur vendra/ va vendre tous les objets volés de monsieur Doré.
2 Plus tard, je travaillerai / vais travailler à l’étranger.
3 Après la manifestation, vous serez / allez être fatigués.
4 Les profs décideront/ vont décider de faire la grève.
5 Tu auras/va avoir le temps pour moi, la semaine prochaine ?
6 Après-demain, je donnerai / vais donner ces livres à ma copine.
7 Nous irons (allons aller) / On ira (va aller) bientôt au collège.
8 On protestera / va protester contre l’interdiction.

Slide 20 - Tekstslide

Exercice 26
1. Les habitants
2. les coupables.
3.  annoncer 
4.  un bruit
5. la punition 
6 manifester
7. l’interdiction 
8. décider

Slide 21 - Tekstslide

Exercice 28

1 Les habitants de Poligny ont découvert des guirlandes dans les rues.
2 Le 19 février, les policiers ont trouvé les coupables !
3 Le 28 septembre, il a trouvé un voleur dans sa chambre.
4 Les policiers sont arrivés dix minutes plus tard.
5 Hier, les élèves ont fait la grève.
6 Nous voulons être libres d’utiliser nos portables.

Slide 22 - Tekstslide