Snus

Snus
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Snus

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?
  • Afspraken
  • Lesdoelen
  • Filmpje + bespreken
  • Theorie over Snus
  • Gezondheidsrisico's
  • Filmpje
  • Quiz

Slide 2 - Tekstslide

Afspraken
  • Je laat elkaar uitpraten en luisteren zonder te onderbreken.
  • Iedereen mag zijn of haar mening geven zonder vooroordeel. 
  • We nemen het onderwerp serieus en lachen anderen niet uit. 
  • Je mag je mening geven, maar op een manier die anderen niet kwetst.

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
  • De leerlingen tonen respect voor elkaars mening, zonder te oordelen of te lachen.
  • De leerlingen kennen de gezondheidsrisico's en verslavende werking van Snus.
  • De leerlingen kunnen respectvol deelnemen aan een dialoog over een gevoelig onderwerp. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Bespreken filmpje
  • Wat hebben jullie gezien of gehoord?
  • Wat viel op?
  • Welke informatie wisten jullie al en hoe?
  • Welke nieuwe informatie hebben jullie geleerd?

Slide 6 - Tekstslide

Snus

Slide 7 - Woordweb

Snus
Nicotinezakjes
  • Kleine zakjes met nicotine          onder de bovenlip

Alternatief voor roken          geen schade aan je longen         maar wel ongezond

Nicotine
  • Verslavend
  • Giftig

Slide 8 - Tekstslide

GEVAARLIJK
Overdosis
  • Misselijk          overgeven
  • Zweten
  • Duizelig
  • Verhoogde bloeddruk 
  • Verhoogde hartslag

Slide 9 - Tekstslide

Gezondheid
Gezondheidsrisico's
  • Mondgezondheid
  • Verhoogde kans op hart- en vaatziekten
  • Verslaving
  • Kankerverwekkend
  • Schadelijk voor de hersenen

Slide 10 - Tekstslide

Filmpje NU.nl
https://www.nu.nl/307089/video/zo-gevaarlijk-is-deze-trend-snus-kan-mondkanker-veroorzaken.html?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Slide 11 - Tekstslide

Wat is Snus?
A
Een soort kauwgom
B
Een rookloos tabaksproduct
C
Een energiedrankje
D
Een vorm van medicatie

Slide 12 - Quizvraag

Wat gebeurt er met de nicotine uit Snus in het lichaam?
A
Het wordt direct uitgescheiden via de urine
B
Het wordt via het bloed opgenomen en beïnvloedt de hersenen
C
Het verdwijnt vanzelf zonder effect
D
Het wordt opgeslagen in de spieren

Slide 13 - Quizvraag

Hoeveel nicotine kan één zakje Snus bevatten in vergelijking met sigaretten?
A
Evenveel als één sigaret
B
Ongeveer evenveel als vijf sigaretten
C
Ongeveer evenveel als twintig sigaretten
D
Meer dan dertig sigaretten

Slide 14 - Quizvraag

Is Snus legaal in Nederland?
A
Ja, overal verkrijgbaar
B
Alleen legaal als medicijn
C
Alleen legaal in kleine hoeveelheden
D
Nee, het is volledig verboden

Slide 15 - Quizvraag

Wat kan een overdosis nicotine uit Snus veroorzaken?
A
Verbeterde spijsvertering
B
Slaperigheid en rust
C
Misselijkheid, duizeligheid en braken
D
Snellere spiergroei

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de belangrijkste verslavende stof in Snus?
A
Cafeïne
B
THC
C
Alcohol
D
Nicotine

Slide 17 - Quizvraag

Hoe wordt Snus meestal gebruikt?
A
Gerookt zoals een sigaret
B
Opgelost in water en gedronken
C
Onder de bovenlip geplaatst
D
Ingeademd als poeder

Slide 18 - Quizvraag

Wat gebeurt er met de nicotine uit Snus in het lichaam?
A
Het wordt direct uitgescheiden via de urine
B
Het wordt via het bloed opgenomen en beïnvloedt de hersenen
C
Het wordt opgeslagen in de spieren
D
Het wordt via het bloed opgenomen en beïnvloedt de hersenen

Slide 19 - Quizvraag

Welke van de volgende gezondheidsrisico’s wordt NIET direct geassocieerd met Snus?
A
Hersenschade bij jongeren
B
Verhoogde hartslag en bloeddruk
C
Longschade zoals bij roken
D
Kanker

Slide 20 - Quizvraag