In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
De Middeleeuwen
Boeren en ridders op het domein
Slide 1 - Tekstslide
Tijd van monniken en ridders (500 - 1000)
In het wit zie je een helm, zoals ridders die droegen. Op de achtergrond zie je een deel van een klooster. Ridderschap en de christelijke kerk horen bij de Tijd van monniken en ridders.
Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen van deze les:
1. Je weet hoe het hofstelsel werkt.
2. Je weet hoe het drieslagstelsel werkt.
3. Je weet wat de plichten en rechten waren op het domein.
4. Je weet wat horigen en ridders.
Slide 3 - Tekstslide
Welk kenmerk past bij de middeleeuwen?
A
Grote steden
B
Geen handel
C
Centraal bestuur
D
Veiligheid
Slide 4 - Quizvraag
Wat past niet bij het leenstelsel?
A
Koning regeert in het hele land
B
Leenmannen lenen van de leenheer
C
De koning krijgt hulp bij het bestuur
D
Leenmannen helpen de leenheer
Slide 5 - Quizvraag
Welk begrip hoort bij de afbeelding?
A
leenstelsel
B
hofstelsel
C
autarkie
D
horigheid
Slide 6 - Quizvraag
Romeinse tijd, agrarisch-urbane samenleving
Vroege Middeleeuwen, agrarische samenleving
Slide 7 - Tekstslide
Romeinse Rijk
Sterk bestuur & leger
Veiligheid voor de burgers
veel handel
steden
Agrarisch-urbane samenleving
Middeleeuwen
Minder sterk bestuur & geen leger
onveilig
Handel & nijverheid verdwijnen
geen steden
agrarische samenleving
Boeren hadden het zwaar in de middeleeuwen!
Slide 8 - Tekstslide
Een donjon, of mottekasteel, was een versterkte wachttoren. Hier woonde de heer als er gevaar was.
Het gebied buiten het domein bestond uit de grond van de vrije boeren en de woeste gronden, onontgonnen gebied en bossen.
De vrije boeren moesten tijdens een oorlog wél meevechten met de heer. De wapenuitrusting moesten ze zelf betalen.
De akkers van de heer werden bewerkt door horigen. Er waren akkers waarbij de volledige opbrengst naar de heer ging, en er waren akkers waarbij een deel van de opbrengst voor de horige boeren was. Overigens moesten ze hun pacht ook weer van deze opbrengst betalen.
Het vroonhof was de boerderij (hoeve) van de heer. Hier woonde de heer als er geen gevaar was. De opbrengsten van zijn akkers werd in schuren opgeslagen. In woningen naast een vroonhof woonden de horige boeren in geval van gevaar, zoals oorlog.
Bij het vroonhof waren stallen voor de dieren en boomgaarden.
Horigen woonden in vredestijd buiten het vroonhof
Met het hofstelsel bedoelen we het hele systeem (stelsel) van heren en horigen, inclusief de pacht en de herendiensten.
Slide 9 - Tekstslide
Hofstelsel (1)
Een dorp met landbouwgrond heette een domein
De heer, bijvoorbeeld een ridder, was de baas van een domein: alle grond was van hem.
Hij woonde soms in een donjon, een soort kasteel en soms in een vroonhof, de grote boerderij van de heer in het dorp
Slide 10 - Tekstslide
Hofstelsel (2)
In het hofstelsel was het domein in twee stukken verdeeld.
Het ene deel van de grond was verpacht (verhuurd) aan horige boeren voor eigen opbrengst. Zij moesten een deel van opbrengst als pacht (belasting) betalen)
De opbrengst van het andere deel was volledig van de heer.
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Wat is een horige?
A
Iemand die goed kan luisteren
B
Een persoon die baas is over andere boeren
C
Een onvrije boer die werkt op een domein
D
Een vrije boer die alles zelf mag beslissen
Slide 13 - Quizvraag
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Hoe noemden de mensen in de middeleeuwen de landbouwgrond rond een dorpje of een kasteel?
A
Leengebied
B
Hofstelsel
C
Domein
D
Horige
Slide 16 - Quizvraag
Het drieslagstelsel
Als landbouwgrond elk jaar wordt gebruikt, dan wordt de grond onvruchtbaar, waardoor de oogst steeds minder werd.
Met het drieslagstelsel werd de grond verdeeld in drie stukken, waarbij elk jaar één stuk grond niet gebruikt werd (braak).
Hierdoor kon de grond herstellen en werd de opbrengst hoger.
Ineens was er veel meer voedsel beschikbaar!
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
De Middeleeuwen
Boeren en ridders op het domein
Slide 19 - Tekstslide
Tijd van monniken en ridders (500 - 1000)
In het wit zie je een helm, zoals ridders die droegen. Op de achtergrond zie je een deel van een klooster. Ridderschap en de christelijke kerk horen bij de Tijd van monniken en ridders.
Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga
Slide 20 - Tekstslide
De nieuwe periode
Week 9 tot 13 vroege middeleeuwen (afsluiting proefwerk):
Klassikale uitleg is een combinatie van het havo en vmbo boek.
Huiswerk worden beoordeeld als SO cijfer.
Nieuw project in week 14 en 15
Elke les neemt de een aangewezen leerling weer het nieuwsitem mee.
Slide 21 - Tekstslide
Nieuwsitem
Aangewezen leerling verteld het volgende over het gekozen item:
Waarom heb je dit nieuwsbericht gekozen?
Wat viel je vooral op aan het bericht?
Heeft het effect voor ons en onze geschiedenis?
Slide 22 - Tekstslide
Inhoud les
Inlevingsopdracht
Plichten en rechten op het domein
Horigen en ridders
afsluiting
Slide 23 - Tekstslide
Inlevingsopdracht
Wat gaan we doen:
Je krijgt de opdracht om je in te leven in een ander.
Je gaat als die persoon naar de omgeving, bijvoorbeeld de school kijken.
Je schrijft op het formulier wat jou opvalt als je dat persoon zou zijn.
Voor de klas vertellen de door mij aangewezen leerlingen, punt voor punt, wat hem of haar is opgevallen, maar zonder de identiteit van de gekozen persoon te verklappen.
De overige leerlingen proberen te raden welk persoon hun klasgenoot is.
Slide 24 - Tekstslide
Slide 25 - Tekstslide
Slide 26 - Tekstslide
Noem de plichten van de horige aan zijn heer.
Slide 27 - Open vraag
Ridders en kastelen
Ridders waren strijders te paard die vochten voor een heer
In ruil daarvoor kreeg de ridder een paard, de wapenuitrusting en een kasteel
In naam van de heer sprak hij soms ook recht in zijn gebied.
Slide 28 - Tekstslide
Ridders woonden in kastelen, maar dat waren in het begin vaak houten boerderijen, die pas later van steen werden.
Slide 29 - Tekstslide
Door oorlogen, rovers en invallen van buitenaf (bijv. de Vikingen)werd het steeds onveiliger!!
Door de rooftochten van de Vikingen werd het steeds onveiliger
Bovendien onderlinge oorlogen
Daarom werden kastelen rond het jaar 1000 steeds meer van steen gebouwd
Slide 30 - Tekstslide
...met dikke muren en als je het kasteel niet op een
heuvel kon bouwen: een slotgracht
Slide 31 - Tekstslide
Elk domein was autarkisch. Wat houdt dat in?
A
Ze geloofden in de god Autar
B
Ze produceerden alles wat ze nodig hadden zelf
C
De horigen moesten maandelijks pacht betalen
D
De heer oefende rechtspraak uit
Slide 32 - Quizvraag
Maak de juiste combinaties
Krijgen bescherming van de heer
Het systeem van heren en horigen op een domein
het grootste huis
de eigenaar van een domein
de grond en boerderijen van de heer
het domein
het hofstelsel
Het huis van de heer
de heer
horigen
Slide 33 - Sleepvraag
Zelfstandig werken
Start met de huiswerkopgaven van dit hoofdstuk in je boek.