4V Präpositionen: Wechselpräpositionen und die für den 3. und 4. Fall
Wechselpräposition
Keuzevoorzetsels
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4
In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Wechselpräposition
Keuzevoorzetsels
Slide 1 - Tekstslide
Welke voorzetsels horen bij welke categorie? Slepen maar!
Präpositionen mit dem Dativ
Präpositionen mit dem Akkusativ
durch
nach
mit
für
ohne
bei
zu
seit
von
um
aus
gegen
Slide 2 - Sleepvraag
Personalpronomen
Slide 3 - Tekstslide
Der- & Ein-Gruppe
mannelijk
Mann
vrouwelijk
Frau
onzijdig
Kind
meervoud
Kinder
1e
der
ein -
die
eine
das
ein -
die
keine
3e
dem
einem
der
einer
dem
einem
denKindern
keinenKindern
4e
den
einen
die
eine
das
ein -
die
keine
Slide 4 - Tekstslide
Ich fahre mit d.. Zug (m)
A
der
B
das
C
dem
D
die
Slide 5 - Quizvraag
Die Blume ist für ............ Opa.
A
der
B
den
C
die
D
das
Slide 6 - Quizvraag
Er kommt aus d.. Wohnung (v).
A
der
B
die
C
das
D
dem
Slide 7 - Quizvraag
Er geht durch .......... Zimmer (o)
A
einen
B
ein
C
eines
D
eine
Slide 8 - Quizvraag
Er zijn dus voorzetsels die standaard een 3e naamval krijgen en voorzetsels die standaard een 4e naamval krijgen. We gaan hier nog een groep aan toevoegen: De keuzevoorzetsels / Wechselpräpositionen
Slide 9 - Tekstslide
an
auf
hinter
neben
in
unter
über
vor
zwischen
aan
op
achter
naast
in/naar
onder
over/boven
voor
tussen
Slide 10 - Tekstslide
DATIV (3e naamval)
je krijgt een antwoord op de vraag : wo? (=waar)
wann? (=wanneer)
ERGENS ZIJN / STILSTAND / MOMENT
Slide 11 - Tekstslide
voorbeeld
Meine Jacke hängt an d.. Garderobe (v).
Waar hangt mijn jas? "aan de kapstok" dus DATIV (3e naamval)
Meine Jacke hängt an der Garderobe.
Slide 12 - Tekstslide
Akkusativ (4e naamval)
je krijgt een antwoord op de vraag: wohin?(=waarheen)
ERGENS KOMEN / VERANDERING VAN LOCATIE
Slide 13 - Tekstslide
voorbeeld
Ich hänge meine Jacke an d... Garderobe (v).
Waarheen? "aan de kapstok" dus Akkusativ (4e naamval)
Ich hänge meine Jacke an die Garderobe.
Slide 14 - Tekstslide
7/2 regel
Wo? Wann? Wohin? -> geen antwoord?
7 = an, hinter, neben , vor, unter, zwischen, in --> 3e naamval
2 = auf, über --> 4e naamval
Ich warte auf meine Mutter.
Der Vater ist stolz auf seinen Sohn.
Er weiß sehr viel über mich.
Slide 15 - Tekstslide
Wechselpräpostionen: Als er sprake is van zich bevinden (wo?), welke naamval krijg je dan?
A
Dativ (3e)
B
Akkusativ (4e)
Slide 16 - Quizvraag
Wechselpräpostionen: Als er sprake is van een moment/tijdstip (wann?), welke naamval krijg je dan?
A
Dativ (3e)
B
Akkusativ (4e)
Slide 17 - Quizvraag
Wechselpräpostionen: Als er sprake is van een beweging ergens naartoe (wohin?), welke naamval krijg je dan?