Engels Vervolg A1, thema 4, H3 spreken en gesprek voeren

Thema 4
Gezondheid en leefstijl

Hoofdstuk 3
Spreken en gesprek voeren

Doel van de les
Je gaat een gesprek voeren over gezondheid en je leert nieuwe woorden. 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 4
Gezondheid en leefstijl

Hoofdstuk 3
Spreken en gesprek voeren

Doel van de les
Je gaat een gesprek voeren over gezondheid en je leert nieuwe woorden. 

Slide 1 - Tekstslide

Schrijf zoveel mogelijk verschillende lichaamsdelen in het Engels.

Slide 2 - Woordweb

Body parts - lichaamsdelen

Slide 3 - Tekstslide

Gespreksblok - ziekte en gezondheid
Dokter / ziekenhuis
Hoe je je voelt
afspraak         appointment
bellen             call
bezoeken      visit
briefje             note
ongeluk         accident
ziekenhuis    hospital
doet pijn              hurts
fit zijn                    be fit
gezond                 healthy
je goed voelen   feel well
misselijk              sick
moe                      tired
pijn                       pain
ziek                       ill

Slide 4 - Tekstslide

It is important to....when you want to run a marathon.
A
visit
B
be fit
C
note
D
feel well

Slide 5 - Quizvraag

I broke my leg. I can't work. I need a doctor's....
A
appointment
B
visit
C
hospital
D
note

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Video

Uitlegblok - kloktijden
Het is drie uur.
Het is half twaalf.
Het is kwart voor tien.
Het is kwart over zes.
Het is tien minuten voor vijf.
Het is twintig over drie.
Het is 07.00 uur (voor 12 uur 's middags).
Het is 19.00 uur (na 12 uur 's middags).
It's three o'clock.
It's half past eleven.
It's a quarter to ten.
It's a quarter past six.
It's ten minutes to five.
It's twenty past three.
It's seven a.m.
It's seven p.m.

Slide 8 - Tekstslide

Hoe laat is het?

It's a quarter to four.

Slide 9 - Open vraag

Hoe laat is het op deze klok?
A
Half past seven.
B
Half past eight.
C
Half to seven
D
Half to eight.

Slide 10 - Quizvraag

Klokkijken - past of to
16:05 uur
It's five (minutes) past four.
12:35 uur
It's twenty-five to one.
12:10 uur
It's ten (minutes) past twelve.
18:48 uur
It's twelve (minutes) to seven.
10:20 uur
It's twenty (minutes) past ten.
17:55 uur
It's five (minutes) to six. 

Slide 11 - Tekstslide

My train leaves at twenty minutes past four.
A
16:20 uur
B
16:40 uur

Slide 12 - Quizvraag

Lunch is at half past twelve.
A
11.30 uur
B
12:30 uur

Slide 13 - Quizvraag

Uitlegblok - zo praat je over tijd
Wanneer je over tijd praat, gebruik je de Engelse woorden, in, on en at.

in
Delen van de dag:
- in the morning
- in the evening

Maanden en seizoenen:
- in January
- in summer

Jaren:
- in 2019
- in 2030


on
Dagen van de week:
- on Sunday
- on Tuesday

Speciale dagen
- on my birthday
- on Father's Day

Datums:
- on November 5
- on March 16
at
Kloktijden:
- at four o'clock
- at ten past six

Feesten:
- at Christmas
- at Halloween

Uitzonderingen:
- at night
- at the weekend

Slide 14 - Tekstslide

We always go to Spain....spring.
A
in
B
on
C
at

Slide 15 - Quizvraag

We went to see a film....Saturday.
A
in
B
on
C
at

Slide 16 - Quizvraag

Let's go! The party starts...half past nine.
A
in
B
on
C
at

Slide 17 - Quizvraag

Aan de slag!
Zelfstandig maken: opdracht 3 tot en met 9, begin op blz. 191.

Klaar? Studiemeter -> Engels Vervolg Online -> Thema 4 -> belangrijke woorden en uitdrukkingen (alle oefeningen) af!!

Slide 18 - Tekstslide