Ein..... jung.... Mann geht zum Supermarkt.
Stap 1: welk voorzetsel of werkwoord staat er in de zin.
Stap 2: welk zinsdeel is het.
Stap 2.1: onderwerp zoeken (wie of wat + ww gez)
Stap 2.2: lijdend voorwerp (wie/wat + ww gez + ow)
Stap 2.3: Meewerkend voorwerp (aan/voor wie +ww gez + ow + lv)
Stap 3: Is het woord mannelijk of vrouwelijk?
Stap 4: Kijk in het Schema