Les DO

Wilkommen
Ga zitten en pak je spullen 
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Wilkommen
Ga zitten en pak je spullen 

Slide 1 - Tekstslide

Das Programm
-Das Lernziel
-Hören
-Bijvoegelijk naamwoord na een woord uit de Ein-Gruppe
-Hausaufgaben

Slide 2 - Tekstslide

Das Lernziel
-Ik kan een bijvoegelijk naamwoord na een woord de Ein-Gruppe in een andere naamval vervoegen.
-Ik kan informatie uit een Duitse luistergedeelte halen

Slide 3 - Tekstslide

Hören
Schritt 22: Aufgabe 4 (Seite 38)

Slide 4 - Tekstslide

Bijvoegelijk naamwoord na een woord uit de Ein-Gruppe

Slide 5 - Tekstslide

Wat weet je nog van de vorige keer?

Slide 6 - Tekstslide

schema neerzetten

Slide 7 - Tekstslide

Ein..... jung.... Mann geht zum Supermarkt.


Stap 1: welk voorzetsel  of werkwoord staat er in de zin.
Stap 2: welk zinsdeel is het.
Stap 2.1: onderwerp zoeken (wie of wat + ww gez)
Stap 2.2: lijdend voorwerp (wie/wat + ww gez + ow)
Stap 2.3: Meewerkend voorwerp (aan/voor wie +ww gez + ow + lv)
Stap 3: Is het woord mannelijk of vrouwelijk?
Stap 4: Kijk in het Schema

Slide 8 - Tekstslide

Ein junger Mann geht zum Supermarkt.

Slide 9 - Tekstslide

Wie gefällt dein neu...... Handy (o)?

A. neuen
B. neues
C. neuem

Slide 10 - Tekstslide

Wie gefällt dir dein neu...... Handy (o)?

A. neuen (verkeerde naamval)
B. neues
C. neuem (bestaat niet)

Slide 11 - Tekstslide

Heute hatte ich ein schwer.... Training (o).


A. schwerer
B. schweren
C. schweres

Slide 12 - Tekstslide

Heute hatte ich ein schwer.... Training (o).


A. schwerer (verkeerde geslacht en naamval)
B. schweren (verkeerde naamval)
C. schweres

Slide 13 - Tekstslide

Ich habe einen jung...... Hund (m).

A. junge
B. junger
C. jungen

Slide 14 - Tekstslide

Ich habe einen jung...... Hund (m).

A. junge (verkeerde geslacht en naamval)
B. junger (verkeerde naamval)
C. jungen

Slide 15 - Tekstslide

Hausaufgaben
Schritt 22: Aufgabe 2, 3 und 7
Lern die Vokabeln von Aufgabe 2

Slide 16 - Tekstslide