Week 14, lesson 1 (present perfect introduction)

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Today's menu


  1. Introduction present perfect 
  2. What do you remember from last lesson?

  3. Writing assignment for Friday

Good luck!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Time for the present perfect 
We gaan samen naar de video op de volgende dia kijken. Hierin hoor je over een nieuwe werkwoordstijd: de present perfect.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet de Present Perfect er uit?
  • Have + participle
  • I, you, we, they
  • Has + participle
  • he, she, it
  • Hoe kom je aan die 'participle?'
  • Is het woord regelmatig? : hele werkwoord + ed
  • Is het woord onregelmatig?: 3e vorm

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Which sentence is the present perfect?
A
I bought a dog
B
I have bought a dog
C
I buy a dog
D
I am buying a dog

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which sentence is the present perfect?
A
He lives here for ten years
B
He lived here for ten years
C
He has lived here for ten years
D
He is living here for ten years

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which is correct?
A
He has won the lottery.
B
He have won the lottery.
C
He has win the lottery.
D
He have win the lottery.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which is correct?
A
They have walked here.
B
They have walk here.
C
They has walk here.
D
They has walked here.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vragen en ontkenningen
  • Vragen: Zet have of has vooraan de zin:
  • Have you bought that dog yet?
  • Ontkenningen: zet not achter have of has
  • He has not won the lottery.

  • Je gebruikt dus altijd hetzelfde hulpwerkwoord en voltooid deelwoord!

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Which is correct?
A
Has bought he a dog?
B
Has he a dog bought?
C
Has he bought a dog?
D
He has bought a dog?

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which is correct?
A
Won we the lottery?
B
Have won we the lottery?
C
Have the lottery we won?
D
Have we won the lottery?

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer Present Perfect?
De Present Perfect gebruik je in de volgende situaties:
  1. Als iets in het verleden begonnen is en nu nogsteeds doorgaat: I have lived here for ten years.
  2. Als iets net is afgelopen (en je merkt nu het resultaat): I have just lost my keys!
  3. Als iets in het verleden is gebeurd maar er staat niet wanneer: My parents have bought a dog.
  4. Om te praten over ervaringen tot nu toe: I have never been to France.

Signaalwoorden: for, yet, never, ever, just, already, since, latel, recently
Ezelsbrug = FYNE JAS

Slide 13 - Tekstslide

ezelsbrug = fyne jas
welk signaalwoord zit niet in fyne jas = lately {maar hoort er wel bij}
F staat voor = for
Y staat voor = yet
N staat voor = never
E staat voor = ever
J staat voor = just
A staat voor = already
S staat voor = since
Zet deze zin in de present perfect.

Postman Pat (just - to deliver) the letters.

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet deze zin in de present perfect:
The students (Study) the present perfect for one hour.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Practice time!
Please do assignment 8 on page 138 of your book.

Finished? Great! Then you can start on your homework for Friday:
Write an email of at least 100 words to Canada Goose in which you give them some ideas about how to increase their sales in Europe. How could they convince more people to buy their products? What products could they still develop?
Make sure to start and end your email in a fitting way (dear and kind regards)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies