Betrouwbaarheid van informatie

Wat is de hoofdgedachte van het volgende filmpje?
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat is de hoofdgedachte van het volgende filmpje?

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Wat is de hoofdgedachte van het volgende filmpje?

Slide 3 - Tekstslide

Vind je het filmpje betrouwbaar?

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

 Betrouwbaarheid van informatie

Slide 6 - Tekstslide

Mededelingen
Vanaf volgende les:
  • Telefoons zijn uit en niet zichtbaar.
  • Online methode op orde + werkende laptop
  • Eten niet toegestaan, flesje dat dicht kan wel

telefoon zichtbaar/ lesmethode of laptop niet op orde/ eten in de klas -> 
verwijdering uit de les


Slide 7 - Tekstslide

Leerdoel

  • Je kan teksten op hun betrouwnaarheid beoordelen.

Slide 8 - Tekstslide

Betrouwbaarheid:
- vindplaats (publicatie)
- belang van de auteur 
- eenzijdige info?
- tekstdoel (informeren, overtuigen, overhalen, amuseren)
- deskundigheid van de auteur
- actualiteit 
-het (juist) gebruik van bronnen
-kwaliteit van de tekst (spelfouten of niet?)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Is de tekst betrouwbaar of niet betrouwbaar?
 Nieuwsberichten op www.nu.nl.
A
betrouwbaar
B
niet betrouwbaar

Slide 13 - Quizvraag

Is de tekst betrouwbaar of niet betrouwbaar?

Een bericht op een Juicekanaal
A
betrouwbaar
B
onbetrouwbaar

Slide 14 - Quizvraag

Is de tekst betrouwbaar of niet betrouwbaar?
Een verhaal over een bekend voetbalechtpaar in Story
Is de tekst betrouwbaar of niet betrouwbaar?
A
betrouwbaar
B
niet betrouwbaar

Slide 15 - Quizvraag

Is de tekst betrouwbaar of niet betrouwbaar?
Nieuwsartikel van 
De Speld: 
A
betrouwbaar
B
niet betrouwbaar

Slide 16 - Quizvraag

Wanneer is een auteur betrouwbaar?
Wanneer is een auteur betrouwbaar?
A
als hij deskundig en onpartijdig is
B
als hij partijdig is
C
als hij zijn mening geeft
D
als hij onbetrouwbare bronnen gebruikt

Slide 17 - Quizvraag

Je wil een onderzoek doen over het gebruik van mobiele telefoons op middelbare scholen. Je vindt een artikel
uit 2008 uit de Volkskrant over het gebruik van mobiele telefoons. Wat kan voor de betrouwbaarheid een probleem zijn?
A
vindplaats
B
belang auteur
C
deskundigheid auteur
D
actualiteit

Slide 18 - Quizvraag

Je twijfelt om je te vaccineren voort baarmoederhalskanker. Je leest in een Facebookpost over de risico's van dit vaccin. Wat kan voor de betrouwbaarheid een probleem zijn?
A
vindplaats
B
belang auteur
C
deskundigheid auteur
D
actualiteit

Slide 19 - Quizvraag

Je wil een goede proteïneshake kopen. Je vindt een blog van een personal trainer over de voordelen van proteïneshakes die via zijn website verkrijgbaar zijn. Wat kan voor de betrouwbaarheid een probleem zijn?
A
vindplaats
B
belang auteur
C
deskundigheid auteur
D
actualiteit

Slide 20 - Quizvraag

Een docent Nederlands schrijft een tekst over het niveau van de toetsen wiskunde. Wat kan voor de betrouwbaarheid een probleem zijn?
A
vindplaats
B
belang auteur
C
deskundigheid auteur
D
actualiteit

Slide 21 - Quizvraag

Je wilt op reis gaan naar Mexico. Je vindt een tweedehands reisgids ui 2001. Wat kan voor de betrouwbaarheid een probleem zijn?
A
vindplaats
B
belang auteur
C
deskundigheid auteur
D
actualiteit

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Maken (samen)

2.1 Informatieve teksten
Opdracht 3




Slide 25 - Tekstslide

Maken (alleen)
1.3 Betrouwbaarheid en bruikbaarheid
Extra opdracht 1






Slide 26 - Tekstslide