VWO 1 - Unit 5.2 - Comparisons

UNIT 5 - SPORTS
Lesson 2: writing
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

UNIT 5 - SPORTS
Lesson 2: writing

Slide 1 - Tekstslide

Today's class
1. Leerdoelen bespreken
2. Introduce new grammar > comparisons
3. Homework check
4. Grammar practice with worksheet
5. Start on your homework
6. Blooket

Slide 2 - Tekstslide

Learning goals
  • You can write simple notes for others.
  • You can write short, simple messages about issues of immediate importance.
  • You can describe familiar things in short, simple sentences.
  • You can use comparisons correctly in an English sentence.

Slide 3 - Tekstslide

Classroom rules
Vanaf vandaag: 
- Strengere huiswerk controle (boeken mee + huiswerk gemaakt > ook de woordjes/zinnen leren!)
- Meerdere waarschuwingen hebben gevolgen
- Iets anders op de Ipad aan het doen dan de opdracht is (games/flexuren inplannen/chatten/etc.) > inleveren en ophalen om 16:00 bij de receptie 

Slide 4 - Tekstslide

Comparisons
In het Nederlands: trappen van vergelijkingen.

Gebruik: Om mensen of dingen te beschrijven/vergelijken

C
B
A
Box A is small.
Box B is smaller than box A.
Box C is the smallest of all.

Slide 5 - Tekstslide

Vergelijkingen
Woorden van 1 lettergreep:
- Vergrotende trap: -er
- Overtreffende trap: -est
old
older
oldest

Slide 6 - Tekstslide

Vergelijkingen
Spelling 1 lettergreep:
Woorden die eindigen op een -e 
Nice - Nicer - Nicest

Woorden die eindigen op een klinker + medeklinker
Fat - Fatter - Fattest 




Slide 7 - Tekstslide

Welk rijtje is juist?
A
long - longger - longest
B
good - gooder - goodest
C
small - more small - smallest
D
small - smaller - smallest

Slide 8 - Quizvraag

Geef de vergrotende en overtreffende trap van: fast

Slide 9 - Open vraag

2+ lettergrepen
Woorden van 2 lettergrepen of meer:
- Vergrotende trap: more 
- Overtreffende trap: most
expensive
more expensive
most expensive

Slide 10 - Tekstslide

Uitzondering 2 lettergrepen

Woorden die eindigen op een -y 
Lazy - Lazier - Laziest 
Happy - Happier - Happiest 

Slide 11 - Tekstslide

Geef van de volgende bijvoeglijke naamwoorden de vergrotende en overtreffende trap:
1. expensive 2. happy 3. tired 4. famous

Slide 12 - Open vraag

Onregelmatig 
Good - Better - Best
Bad - Worse - Worst 

Deze leer je uit je hoofd! 

Slide 13 - Tekstslide

Welk rijtje is juist?
A
Short - Shorter - Shortest
B
Short - more short- most short
C
Ugly - Uglier - most ugliest
D
Ugly - uglyer - uglyest

Slide 14 - Quizvraag

That group is ... (serious) than the other group.
A
the more serious
B
the most serious
C
more serious
D
most serious

Slide 15 - Quizvraag

Welk rijtje is juist?
A
Good - Better - Best
B
Good - Gooder - Goodest
C
Beautiful - Beautifuler - Beautifulest
D
Small - More small - Most small

Slide 16 - Quizvraag

Welke spelling is juist?
A
Better than
B
Better then

Slide 17 - Quizvraag

Maak 1 kort zinnetje met de vergrotende trap & maak 1 kort zinnetje met de overtreffende trap.

Slide 18 - Open vraag

Homework check
  • Study vocabulary 5.2 on p. 128
  • Study the irregular verbs (p. 1+2)
  • Do exercises 13, 15, 18 & 19 on p. 19-24

Slide 19 - Tekstslide

Vul de vertaling in van:
to jump

Slide 20 - Open vraag

Vul de vertaling in van:
enthousiast / hartstochtelijk

Slide 21 - Open vraag

Vul de vertaling in van:
bijna

Slide 22 - Open vraag

Vul de vertaling in van:
vertraagd

Slide 23 - Open vraag

Vul de vertaling in van:
to reach

Slide 24 - Open vraag

Irregular verbs check
Voorbeeld:

Vraag: Geef het hele rijtje van krijgen
Antwoord: get, got, got

Slide 25 - Tekstslide

Geef het hele rijtje van:
ruiken

Slide 26 - Open vraag

Geef het hele rijtje van:
zien

Slide 27 - Open vraag

Geef het hele rijtje van:
lesgeven

Slide 28 - Open vraag

Geef het hele rijtje van:
leren

Slide 29 - Open vraag

Geef het hele rijtje van:
stelen

Slide 30 - Open vraag

Homework check
  • Study vocabulary 5.2 on p. 128
  • Study the irregular verbs (p. 1+2)
  • Do exercises 13, 15, 18 & 19 on p. 19-24

Slide 31 - Tekstslide

Let's get to work
Start working on the grammar worksheet. 

Finished? Start working on your homework:
  • Study the irregular verbs (the entire sheet)
  • Study all the phrases on p. 130-131
  • Do exercises 16, 20, 21 & 22 on p. 21-26
timer
15:00

Slide 32 - Tekstslide