H7.3_Hoe komt de overheid aan geld?

Hoofdstuk 7 
Wie heeft het voor het zeggen?


1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 7 
Wie heeft het voor het zeggen?


Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
Plusopdrachten: 5 t/m 8 (blz 210) Rekenopdrachten: 6 t/m 9 (blz 212)

Slide 2 - Tekstslide

Nieuws

Slide 3 - Tekstslide

H7.3: Hoe komt de overheid aan geld?

Programma:
  • Doorlezen paragraaf 7.3
  • Lesdoelen par. 7.3
  • Uitleg en instructie
  • Huiswerk volgende les
  • Volgende les: Herhaling/reflectie en bespreken huiswerk

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoelen: na de les weet je.....
  • Je kunt voorbeelden noemen van enkele belastinginkomsten van de overheid.
  • Je kunt de belangrijkste inkomsten noemen die een gemeente heeft.
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen directe en indirecte belastingen.
  • Je kunt enkele niet-belastingontvangsten noemen.

Slide 5 - Tekstslide

Uitleg en instructie...

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Rekenvraag:
Marloes betaalt aan huur maandelijks € 678. Ze ontvangt € 112 huurtoeslag per maand.
Bereken hoeveel procent van de maandhuur Marloes zelf moet betalen.

Slide 11 - Open vraag

vragen?

Slide 12 - Tekstslide

Maken opdrachten 
Maken van opdrachten 2 t/m 5 (blz. 130-131)



timer
10:00

Slide 13 - Tekstslide

Bespreken opgave 2 t/m 5

Slide 14 - Tekstslide

Huiswerk volgende les
Maken: 
Par. 7.3: Opdrachten 3 t/m 10

Slide 15 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
Par. 7.3: Opdrachten 3 t/m 10

Slide 16 - Tekstslide

Reflectie: Zijn de lesdoelen behaald?
  • Je kunt voorbeelden noemen van enkele belastinginkomsten van de overheid.
  • Je kunt de belangrijkste inkomsten noemen die een gemeente heeft.
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen directe en indirecte belastingen.
  • Je kunt enkele niet-belastingontvangsten noemen.

Slide 17 - Tekstslide

Directe belasting
Indirecte belasting
Andere inkomsten

Slide 18 - Sleepvraag

De loonbelasting is een voorbeeld
van een ...
A
directe belasting
B
indirecte belasting

Slide 19 - Quizvraag

Bij het kopen van een ID-kaart wordt uitgegaan van het .......
A
solidariteitsbeginsel
B
profijtbeginsel

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een
niet-belastingontvangst?
A
BTW
B
Parkeergeld
C
Accijns

Slide 21 - Quizvraag

Wat betekent de afkorting BTW?
A
bruto toenemende waarde
B
belasting toenemende waarde
C
bruto toegevoegde waarde
D
belasting toegevoegde waarde

Slide 22 - Quizvraag

BTW is een voorbeeld
van een ......
A
directe belasting
B
indirecte belasting

Slide 23 - Quizvraag

Hoe bereken je 9% van € 4,50?
A
4,50 : 9
B
4,50 : 9 x 100
C
4,50 x 9
D
4,50 : 100 x 9

Slide 24 - Quizvraag


6,8 miljoen =
A
6.800.000
B
68.000.000
C
6.800.000.000
D
68.000.000.000

Slide 25 - Quizvraag

Wat is de grootste bron van inkomsten voor de gemeenten?
A
hondenbelasting
B
OZB
C
parkeerbelasting
D
rioolrechten

Slide 26 - Quizvraag

Uit welke bronnen krijgt de gemeente inkomsten?
A
Accijns
B
Afvalstoffenheffing
C
Toeristenbelasting
D
Inkomstenbelasting

Slide 27 - Quizvraag

Huiswerk volgende les
Plusopdrachten: 9 t/m 12  (blz 211) Rekenopdrachten: 10 t/m 13 (blz 213)


Slide 28 - Tekstslide