KA30: Democratische revoluties DEEL 2

Welke bevolkingsgroep hoorde bij de tweede stand?
A
De adel
B
Hoge geestelijkheid
C
Boeren
D
Stadsbewoners
1 / 26
volgende
Slide 1: Quizvraag
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welke bevolkingsgroep hoorde bij de tweede stand?
A
De adel
B
Hoge geestelijkheid
C
Boeren
D
Stadsbewoners

Slide 1 - Quizvraag

Welke gebeurtenis markeerde het begin van de Franse Revolutie?
A
De ondertekening van de verklaring
B
De Franse veldtocht
C
De bestorming van de Bastille
D
De oprichting van de Nationale Vergadering

Slide 2 - Quizvraag

Wat was een doel van de Girondijnen?
A
Extreem revolutionaire acties
B
Stabiliteit en gematigde hervormingen

Slide 3 - Quizvraag

Welke groep had de macht in de Republiek?
A
De soldaten
B
De arbeiders
C
De stadhouder
D
De regenten

Slide 4 - Quizvraag

KA30: Democratische Revoluties


In Frankrijk gaan mensen de straat op; ze eisen een einde aan de honger en inspraak in bestuur. De bestorming van de Bastille markeert het begin van de Franse Revolutie. De idealen worden door Napoleon verspreid door Europa. 

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoelen KA30
T7-30: Je kent de betekenis van het begrip ‘democratische revolutie’.
T7-31: Je kent de drie standen en weet welke rechten en plichten zij hadden.
T7-32: Je kunt meerdere oorzaken van de Franse Revolutie beschrijven.
T7-33: Je kent de betekenis van het begrip ‘natuurlijke rechten’.
T7-34: Je kunt het verloop van de Franse Revolutie beschrijven, vanaf de Nationale Vergadering tot de keizerkroning van Napoleon.

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen KA30
T7-35: Je kunt het belang van de verklaring van de Rechten van de Mens en Burger uitleggen.
T7-36: Je kunt uitleggen dat de politieke situatie in de Republiek leidde tot de opkomst van revolutionaire ideeën.
T7-37: Je kunt uitleggen hoe de Franse Revolutie invloed had op de ontwikkelingen in de Republiek na 1795.
T7-38: Je kunt beschrijven welke rol het bestuur van Napoleon speelde in Europa en hoe dit bestuur ten einde kwam.
T7-39: Je kunt de doelen van het Congres van Wenen benoemen en toelichten.

Slide 7 - Tekstslide

Terminologie
  • De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
LD: T7-30

Slide 8 - Tekstslide

Terminologie
  • Democratisch: meer inspraak voor burgers
  • Revolutie: Radicale omwenteling
  • Grondwetten: Belangrijkste wetten van een land
  • Grondrechten: Rechten waar iedereen recht op heeft
  • Staatsburgerschap: Verbonden nationaliteit, rechten en plichten
LD: T7-30

Slide 9 - Tekstslide

Napoleon aan de macht
  • Veel onvrede over revolutie
  • Discussies leveren geen resultaten, honger en armoede blijvend
  • Angst voor contrarevolutie
  • Wens onder Franse bevolking voor een sterke leider
  • Napoleon, populaire generaal, grijpt de macht in 1799
LD: T7-38

Slide 10 - Tekstslide

Napoleon's invloed
  • Laat zich kronen tot keizer (1804), alleenheerser zonder tegenspraak
  • Verovert grote delen Europa
  • Bestuur gebonden aan grondwet, eenheid rechtspraak en verbeteringen in het bestuur
  • Code Penal / Code Napoleon
  • Past veel verlichte ideeën toe in de praktijk
LD: T7-38

Slide 11 - Tekstslide

Val van Napoleon
  • Strijd tegen Engeland
  • Economische oorlog: Continentaal Stelsel
  • Rusland werkt Napoleon tegen, Veldtocht naar Rusland mislukt (1812), leger valt uiteen
  • Definitieve nederlaag bij Waterloo in 1815
LD: T7-38

Slide 12 - Tekstslide

Congres v. Wenen: Restauratie
  • Doel: langdurig stabiel Europa, herstel van het Ancien Regime
  • Volk zou geen volledige terugdraaiing accepteren
  • Grondwet blijft, grondrechten ingeperkt, parlement blijft in afgeslankte vorm, geen absolute koningen, geen terugkeer standen
LD: T7-39

Slide 13 - Tekstslide

Republiek voor de Franse tijd
  • Regenten aan de macht
  • Stadhouder koninklijke trekjes
  • Economisch en militair mindere tijden voor de Republiek
  • Patriotten: zij dienen eigen belang, wij willen inspraak! 
  • Vluchten naar Frankrijk uit angst voor vervolging
LD: T7-36

Slide 14 - Tekstslide

Veranderingen na bezetting
  • Republiek verovert door Franse leger, Patriotten mogen NL in naam besturen, controle Frankrijk
  • Nieuwe naam: Bataafse Republiek
  • Komst van een grondwet, parlement, godsdienstvrijheid, eenheid van belastingen én nationaal onderwijssysteem
LD: T7-37

Slide 15 - Tekstslide

Erfenis
  • Later benoemt Napoleon zijn broer tot koning van Nederland
  • Een 'te betrokken' koning: Nederland wordt onderdeel van Franse Keizerrijk
  • Veel veranderingen zijn blijvend! Achternaam, straatnamen, eenheidsstaat.
LD: T7-37

Slide 16 - Tekstslide

Heeft de Franse Revolutie het gewenste effect gehad voor het volk? Geef een argument.

Slide 17 - Open vraag

Vind je dat we Napoleon als held of als schurk moeten zien?

Slide 18 - Open vraag

Welke gevolgen van de Franse Revolutie zien we nog steeds terug in onze maatschappij?

Slide 19 - Open vraag

Waarom noemen we de besluiten die op het Congres van Wenen worden genomen een 'restauratie'?

Slide 20 - Open vraag

Waarom verlangde het Franse volk naar sterke leiders?
A
Te veel invloed van andere landen
B
Overmatige rijkdom van de adel
C
De Franse Revolutie was succesvol
D
Onzekerheid door politieke instabiliteit

Slide 21 - Quizvraag

Welke wetgeving voerde Napoleon in?
A
Verklaring van de Rechten van de Mens
B
Code Civil
C
Wet van 1793
D
Algemene Verklaring van de Rechten

Slide 22 - Quizvraag

Tegen welk land ondernam Napoleon zijn veldtocht in 1812?
A
Spanje
B
Duitsland
C
Rusland
D
Engeland

Slide 23 - Quizvraag

Welk land zag Napoleon als zijn grootste vijand?
A
Spanje
B
Duitsland
C
Groot-Brittannië
D
Rusland

Slide 24 - Quizvraag

Welke naam kreeg Nederland in de Franse tijd?
A
Koninkrijk Holland
B
Tweede Nederlandse Republiek
C
Verenigde Provinciën
D
Bataafse Republiek

Slide 25 - Quizvraag

Wie werd koning van Nederland in de Franse tijd?
A
Lodewijk Napoleon
B
Willem II
C
Willem I
D
Frederik Hendrik

Slide 26 - Quizvraag