3.3 Politieke partijen

3.3 Politieke partijen
Welke politieke partijen zijn er in Nederland en wat willen ze?
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

3.3 Politieke partijen
Welke politieke partijen zijn er in Nederland en wat willen ze?

Slide 1 - Tekstslide

Progressief
A
Vooruitstrevend
B
Behoudend

Slide 2 - Quizvraag

Wat betekent
Conservatief
A
behoudend
B
vooruitstrevend
C
progressief
D
angstig

Slide 3 - Quizvraag

Linkse partijen:
A
vinden dat alle mensen evenveel belasting moeten betalen.
B
willen goede uitkeringen en voorzieningen voor de zwakkeren in de samenleving.
C
benadrukken de economische vrijheid van mensen en ondernemingen.
D
hechten veel waarde aan het geloof.

Slide 4 - Quizvraag

Een rechtse partij
A
benadruk vrijheid en een actieve overheid
B
benadrukt vrijheid en een passieve overheid
C
Vinden dat de welvaart verdeeld moet worden
D
vindt vooral gelijkheid belangrijk

Slide 5 - Quizvraag

Wat is liberalisme?
A
Mensen die strijden voor gelijke rechten.
B
Mensen die voor vrijheid gaan
C
Mensen die de kerk belangrijk vinden.
D
Mensen die voor vrouwen opkomen

Slide 6 - Quizvraag

Het socialisme
A
Een stroming die het milieu belangrijker vindt dan de economie 
B
Een stroming die uitgaat van de bijbel 
C
Een stroming die zoveel mogelijk gelijkheid wil.
D
Een stroming die streeft naar een zo groot mogelijke vrijheid

Slide 7 - Quizvraag

Het confessionalisme
A
Een stroming die het milieu belangrijker vindt dan de economie 
B
Een stroming die uitgaat van de bijbel 
C
Een stroming die zoveel mogelijk gelijkheid wil.
D
Politieke partijen die minder verandering willen. Minder belasting betalen.

Slide 8 - Quizvraag

lesdoelen
1. Je denkt na welke politieke partij het beste bij jou past.

2. Je kan benoemen wat de belangrijkste kenmerken  en functies van een politieke partij zijn.

3. Je kan een  gedegen oordeel geven over de uitgangspunten van een partij.

4. Je kan benoemen welke soorten partijen er zijn.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

0

Slide 28 - Video

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide