In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Met het gehoorzintuig kun je:
Slide 2 - Open vraag
Met het gezichtszintuig kun je:
Slide 3 - Open vraag
Met het smaakzintuig kun je:
Slide 4 - Open vraag
Met het reukzintuig kun je:
Slide 5 - Open vraag
Je ruikt eten in de keuken: Wat is de; - prikkel - waarneming - zintuig - ligging
Slide 6 - Woordweb
Slide 7 - Tekstslide
0
Slide 8 - Video
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Video
In je tong bevinden zich fijne groeven. In deze groeven liggen smaakknopjes. Je kunt maar 4 smaken onderscheiden: zoet, zuur, bitter en zout. Voor overige smaken heb je je reukzintuig nodig.
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Video
Huiswerk
Opdracht 4, 5 en 11
Slide 16 - Tekstslide
Na verloop van tijd hoort iemand de klok niet meer tikken. Wat is er met de drempelwaarde gebeurt? Wat is de term voor dit verschijnsel?
A
De drempelwaarde is lager komen te liggen. Dit heet een adequate prikkel.
B
De drempelwaarde is hoger komen te liggen. Dit heet een adequate prikkel.
C
De drempelwaarde is lager komen te liggen. Dit heet gewenning.
D
De drempelwaarde is hoger komen te liggen. Dit heet gewenning.