In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Onderdelen in deze les
De wereld na 1945 en
Internationale organisaties
Slide 1 - Tekstslide
Leerdoelen
Hoe veranderen de machtsverhoudingen door het einde van de Koude Oorlog?
Hoe is de EU georganiseerd en welke invloed heeft zij in lidstaten?
Welke gevolgen heeft de Europese samenwerking voor Nederlanders?
Slide 2 - Tekstslide
Nederland moest na de Tweede Wereldoorlog opnieuw opgebouwd worden. Waardoor lukte dit zo goed? Geef één binnenlandse oorzaak en één buitenlandse oorzaak. (2)
Kolen- en staalbedrijven werkten samen, onmisbaar voor wederopbouw.
Toezicht op levering ervan, zo kun je niet stiekem een leger opbouwen.
Slide 11 - Tekstslide
1957: Europese Economische Gemeenschap (EEG)
Economische samenwerking tussen deze zes landen.
EEG-landen konden voortaan zonder belemmeringen handelen met elkaar.
Slide 12 - Tekstslide
1967: Europese gemeenschap (EG) :
samenvoeging van de EGKSen de EEG
Samenwerking op allerlei gebieden zoals economie, landbouw, industrie, kernenergie.
Steeds meer landen sloten aan.
Slide 13 - Tekstslide
1993: Europese Unie
1993 --> Europese Unie ipv de EG
= Samenwerkingsverband van 12 Europese landen met een gemeenschappelijke markt
Vrij verkeer van personen + goederen + diensten
Er ontstond één interne, Europese markt (= vrij handelen)
Open grenzen --> werknemers mogen in alle landen van de EU werken
2002 --> invoering EURO
2020 --> Brexit
Slide 14 - Tekstslide
Eisen toetreding EU
Veel economische voordelen Eisen om toe te treden:
Vrijemarkteconomie
Democratisch zijn
Minderheden mogen niet onderdrukt worden
Slide 15 - Tekstslide
De 27 lidstaten van de EU
Waakhond voor het rechtsstatelijke karakter van de lidstaten
-stabiele democratie
-rechtsstaat + mensenrechten
-wetten EU overnemen etc.
In 2025 zijn er 27 landen lid van de EU
Slide 16 - Tekstslide
Het bestuur van Europa
De Raad van Ministers
Heeft de meeste macht
Bestaat uit ministers van verschillende EU landen
Nemen alle belangrijke beslissingen binnen de EU
De Europese Commissie
Regering van EU
Heeft toch niet zo veel macht
Doet voorstellen + controleert of EU-leden zich aan afspraken houden
Slide 17 - Tekstslide
Het bestuur van Europa
Het Europees Parlement
Volksvertegenwoordiging van de EU > wordt gekozen door EU burgers.
Geeft advies, voorstellen mogen veranderen en beslist soms mee
Kan besluiten van de Raad van Ministers niet tegenhouden
Slide 18 - Tekstslide
Kritiek op EU
Begin 21e eeuw --> burgers krijgen steeds meer moeite met invloed EU op hun leven
Grote kritiekmomenten
Crisis 2008
Vluchtelingencrisis
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
In de bron is een mening te herkennen over de uitbreiding van de EU. Welke mening over deze ontwikkeling is te herkennen in de prent?
A
De uitbreiding is goed voor de EU, want de lidstaten laten andere
landen toe die kunnen bijdragen aan de EU.
B
De uitbreiding is goed voor de EU, want er zijn veel rijke landen lid
geworden
C
De uitbreiding is niet goed voor de EU, want de lidstaten verzetten
zich tegen de komst van nieuwe landen.
D
De uitbreiding is niet goed voor de EU, want er willen te veel landen lid
worden van de EU.
Slide 21 - Quizvraag
Globalisering
1990-2005 --> sterke toename wereldhandel door:
verbeterde transport van grondstoffen en producten
ontstaan nieuwe media (= internet, e-mail, smartphones)
Globalisering (= economie is wereldwijd verbonden met elkaar)
Globalisering: internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld, en informatie (zoals kennis en cultuur). Deze wereldwijde integratie heeft gezorgd voor onderlinge relaties tussen gebieden.
Slide 22 - Tekstslide
Populisme
= Politiek waarbij mensen vinden dat er eenvoudige oplossingen zijn voor grote maatschappelijke problemen die het volk bezighouden.
Aanhangers populisme
Aanhangers zijn bang dat de eigen nationale cultuur verdwijnt. Geven de EU daar de schuld van.
Voorstanders van referendum (= volksraadpleging over wetten/maatregelen)
Slide 23 - Tekstslide
Terrorisme
Vanaf jaren 80 --> moslimfundamentalisten in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Afghanistan krijgen steeds meer invloed:
vinden dat iedereen moet leven volgens hun strenge ideeën van de islam.
hebben kritiek op Westerse manier van leven
internationaal terrorisme (= terroristen plegen overal ter wereld aanslagen)