BS5.2 De huid (1KGTb)

Basisstof 5.2: De huid
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Basisstof 5.2: De huid

Slide 1 - Tekstslide

Camera aan!

Slide 2 - Tekstslide

Deze les:

  • Uitleg BS5.2 (1/2)
  • Puzzel maken
  • Uitleg BS5.3 (2/2)
  • Oefenopdrachten
Heb je een vraag? 
Wacht op een vragenmoment en  steek je hand op.

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Je kunt de bouw van de huid beschrijven.
  • Je kunt de functie van de huid beschrijven.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Opperhuid
hoornlaag: resten van dode cellen
       --> beschermd tegen beschadiging en uitdroging
kiemlaag: levende cellen
       --> hier vormen nieuwe cellen

Slide 6 - Tekstslide

Opperhuid
Nieuwe cellen die in de kiemlaag worden gemaakt duwen de rest iets naar buiten, deze gaan dood en vormen de hoornlaag.

De hoornlaag slijt steeds iets af.

Slide 7 - Tekstslide

Lederhuid
Stuk huid met daarin allerlei belangrijke onderdelen.

Slide 8 - Tekstslide

Talgklieren

Maken talg (vettige stof), houdt de haren en hoornlaag soepel.
Haren.

Vanuit de lederhuid, en steken huid door de opperhuid.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Zintuigcellen
Warmtezintuigen
Koudezintuigen
Drukzintuigen (liggen diep)
Tastzintuigen (aan hoog)

Slide 11 - Tekstslide

Pijnpunten

Zenuw uiteindes die pijn waarnemen.

Haarspiertjes

Om je haren recht overeind te kunnen zetten.
Bloedvaten

Want ook je huid heeft bloed nodig.

Zweetklieren

Voor temperatuur regeling.

Slide 12 - Tekstslide

Vetlaag
Onder de lederhuid.

Voor reservevoedsel en isolatie.

Slide 13 - Tekstslide

Vragen?

Slide 14 - Tekstslide

Puzzel huid
Print de puzzel uit.
Knip de onderdelen uit, en leg deze op de juiste 
manier bij elkaar.

Bespreek met klasgenoot of het goed ligt, 
en plak het daarna op een los vel vast.
Document in Teams bestanden

Slide 15 - Tekstslide

Geen printer?
Of klaar met de puzzel?

Slide 16 - Tekstslide

Temperatuur regelen
Alle organen en processen werken het beste wanneer jou lichaamstemperatuur ongeveer 37 graden is.

Soms ben je kouder, dan moet je opwarmen, en soms warmer, dan moet je afkoelen.
Maar hoe dan?

Slide 17 - Tekstslide

Temperatuur regelen (te warm)
Je zweetklieren gaan zweet produceren, met dit vocht gaat ook warmte mee naar buiten.

Bloedvaten verwijden, waardoor je meer warmte kwijt raakt.
(Daarom ook rood wanneer je het warm hebt)

Slide 18 - Tekstslide

Temperatuur regelen (te koud)
Je haarspieren trekken je haren omhoog, waardoor je een isolerend laagje krijgt (kippenvel).

Rillen waardoor je warmte opwekt.

Bloedvaten vernauwen, waardoor je minder warmte kwijt raakt.
(Daarom ook witter wanneer je het koud hebt)

Slide 19 - Tekstslide

Vragen?

Slide 20 - Tekstslide

Opdrachten maken
Via de digitale methode.

Opdracht 1 t/m 9 maken
Thema 5, basisstof 2

Slide 21 - Tekstslide


Opdracht 1 t/m 9 maken
Thema 5, basisstof 2
(via de digitale methode)
Huiswerk

Slide 22 - Tekstslide

Tot vrijdag!

Slide 23 - Tekstslide