Stuk huid met daarin allerlei belangrijke onderdelen.
Slide 7 - Tekstslide
Talgklieren
Maken talg (vettige stof), houdt de haren en hoornlaag soepel.
Haren.
Vanuit de lederhuid, en steken huid door de opperhuid.
Slide 8 - Tekstslide
Zintuigcellen
Warmtezintuigen
Koudezintuigen
Drukzintuigen (liggen diep)
Tastzintuigen (aan hoog)
Slide 9 - Tekstslide
Pijnpunten
Zenuw uiteindes die pijn waarnemen.
Haarspiertjes
Om je haren recht overeind te kunnen zetten.
Bloedvaten
Want ook je huid heeft bloed nodig.
Zweetklieren
Voor temperatuur regeling.
Slide 10 - Tekstslide
Vetlaag
Onder de lederhuid.
Voor reservevoedsel en isolatie.
Slide 11 - Tekstslide
Practicum
Bevat de huid overal evenveel tastknopjes?
Blz. 137
Slide 12 - Tekstslide
Wat denk jij?
In de chat:
Ja, want... of Nee, want...
Bevat de huid overal evenveel tastknopjes?
Slide 13 - Tekstslide
Wat heb je nodig?
Een partner
Een blinddoek
Twee dezelfde puntje voorwerpen (bijv tandenstokers, sateprikkers, passer.. DOE VOORZICHTIG)
Liniaal
Slide 14 - Tekstslide
Hoe?
Blinddoek de proefpersoon.
Je gaat op verschillende afstanden (10, 8, 6, 4, 2mm) de proefpersoon met één of twee puntjes zachtjes prikken. De proefpersoon moet raden of het er een of twee waren.
Kies de afstanden random, de proefpersoon mag deze niet weten.
Doe dit voor de top van de wijsvingers, de onderarm EN de achterkant van de hand.
Schrijf in je boek de resultaten op
Lees Werkplan op blz 137
timer
10:00
Slide 15 - Tekstslide
Geen partner?
Kan gebeuren! Voor jou wordt het dan huiswerk.
Maak een voorspelling, en daarna rustig starten aan opdracht 1 t/m 9 van het boek.
Slide 16 - Tekstslide
Wat valt je op?
Dus, bevat de huid overal evenveel tastknopjes?
Waarom is dat denken je zo?
Slide 17 - Tekstslide
Vragen?
Slide 18 - Tekstslide
Temperatuur regelen
Alle organen en processen werken het beste wanneer jou lichaamstemperatuur ongeveer 37 graden is.
Soms ben je kouder, dan moet je opwarmen, en soms warmer, dan moet je afkoelen.
Maar hoe dan?
Slide 19 - Tekstslide
Temperatuur regelen (te warm)
Je zweetklieren gaan zweet produceren, met dit vocht gaat ook warmte mee naar buiten.
Bloedvaten verwijden, waardoor je meer warmte kwijt raakt.
(Daarom ook rood wanneer je het warm hebt)
Slide 20 - Tekstslide
Temperatuur regelen (te koud)
Je haarspieren trekken je haren omhoog, waardoor je een isolerend laagje krijgt (kippenvel).
Rillen waardoor je warmte opwekt.
Bloedvaten vernauwen, waardoor je minder warmte kwijt raakt.