NK, Kapitel 4, les 8, week 14

Willkommen, heute ist Freitag
der 4. April 2025
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 33 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Willkommen, heute ist Freitag
der 4. April 2025

Slide 1 - Tekstslide

Lernziel(e)
 Ben je goed voorbereid voor de toets en kun je :
     - het regelmatig werkwoord in de tegenwoordige en voltooide          tijd vervoegen.
     - ken je de Duitse woorden van dit hoofdstuk en weet je deze            in te vullen in opdrachten. 

Slide 2 - Tekstslide

Programma:
Deel 1:
* Opdrachten nakijken
* Grammatica extra uitleggen

Deel 2:
* oefentoets maken


Slide 3 - Tekstslide

HUISWERK nakijken
1. Wiederholung K4, Aufgabe 1 ,2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11
    in je boek



2. Leer de woorden en grammatica van hoofdstuk 4 via slim stampen.

Slide 4 - Tekstslide

Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?

Slide 5 - Tekstslide



Hoe vorm ik de stam van een werkwoord?

Slide 6 - Tekstslide

Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 7 - Tekstslide

Regelmatige werkwoorden
Vervoegen van het werkwoord doe je door eerst de stam op te schrijven. 

Wat is de stam van een werkwoord?
  • De stam is het hele werkwoord - en of - n

Slide 8 - Tekstslide

Ezelsbruggetje
Achter de stam van het werkwoord komt de uitgang.
Dit zijn de volgende letters:  

                   (FE)    E - ST - T - EN - T - EN


 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Regelmatige werkwoorden: uitgangen
werkwoord: kaufen (kopen), stam: kauf
ich kauf e
du  kauf st
er/sie/es/man/wer  kauf t
wir kauf en
ihr kauf t
sie kauf en
Sie kauf en


Slide 11 - Tekstslide

Wat is een voltooid deelwoord?

Slide 12 - Tekstslide

Hoe vorm je deze in het Duits?

GE + STAM + T

Slide 13 - Tekstslide

Uitzonderingen
1. Werkwoorden op -ieren            =  STAM+T
    
Voorbeeld
fotografieren -> ich habe fotografiert

Slide 14 - Tekstslide

Uitzonderingen
2. Werkwoorden met beof ver-  = STAM+T

Voorbeeld:
versorgen -> ich habe versorgt
besuchen ->  ich habe besucht

Slide 15 - Tekstslide

Hoe maken we 26?
1. Schrijf in je schrift wat het voltooid deelwoord is. 
2. Spreek de zinnen uit en corrigeer elkaar.

Slide 16 - Tekstslide

Wiederholung Aufgabe 1

Slide 17 - Tekstslide

Aufgabe 2


Slide 18 - Tekstslide

Aufgabe 3

Slide 19 - Tekstslide

Aufgabe 4

Meine Freundin und ich kennen uns schon seit 5 Jahren. Wir wohnen in Wien. Kyra spielt Tennis und ich tanze gern. Sie lernt gern Spanisch. Ich mag Mathe, also rechne ich lieber. Wir sind unterschiedlich, aber trotzdem gute Freundinnen.


Slide 20 - Tekstslide

Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Aufgabe 5
1 heißt                             6 laufen
2 Schreibt                        7 schwimmt
3 lieben                            8 Hört
4 macht
5 Besuchst




Slide 21 - Tekstslide

Aufgabe 6

Slide 22 - Tekstslide

Aufgabe 7
1 Ich habe gespielt.
2 Du hast gehört.
3 Er hat gewohnt.
4 Wir haben besucht.
5 Ihr habt gewünscht.
6 Sie haben versorgt.

Slide 23 - Tekstslide

Aufgabe 8
1 Ich bin gewesen.
2 Du bist gelaufen.
3 Sie haben gefressen.
4 Wir haben beschrieben.

Slide 24 - Tekstslide

Aufgabe 9

Slide 25 - Tekstslide

Aufgabe10

Slide 26 - Tekstslide

Aufgabe 11

Slide 27 - Tekstslide

An die Arbeit 
1. Maak de opdrachten van het werkblad.

2. Ben je klaar? Leer de woorden van Kapitel 4
    via slim stampen in de methode.

Slide 28 - Tekstslide

1. Maak de oefentoets van Kapitel 4
2. Ben je klaar? Leer de woorden van Kapitel 4 via slim stampen


 
Nu gaan we zelfstandig werken!

Slide 29 - Tekstslide

Hausaufgaben 04-04-25

Slide 30 - Tekstslide

Kijk nu terug naar de lesdoelen:
 Ben je goed voorbereid voor de toets en kun je :
     - het regelmatig werkwoord in de tegenwoordige en                            voltooide tijd vervoegen.
     - ken je de Duitse woorden van dit hoofdstuk en weet je deze          in te vullen in opdrachten. 

Slide 31 - Tekstslide

Hausaufgaben für nächste Woche, Kapitel 3

1.  Leren: werkwoorden haben / sein
                    zwakke werkwoorden tegenwoordige tijd
                    leren Wörterliste A, S. 41

2. Maken van Kap. 3:  
     3.3 t/m 3.6, 4.3,  5.2, 6.4, 8.2 , 19.4

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide